Tamino (De Roma)

, door ()

642
vrij

‘In deze wereld heb je de keuze tussen eenzaamheid en oppervlakkigheid. Alle jonge mensen zouden moeten leren om de eenzaamheid te verdragen. Want hoe minder een mens de drang heeft in contact te komen met anderen, des te beter het met hem gaat.’ zei filosoof én opper pessimist Arthur Schopenhauer. Tamino-Amir Moharam Fouad - in Winteruur vertelde hij dat hij de vrolijke liedjes op een plaat liever overslaat - leverde vorig jaar het empirische bewijs.

Als achttienjarige - nu is hij 21 jaar oud - bewoonde Tamino een klein bovenkamertje aan de Amsterdamse grachten. Hij studeerde destijds nog aan het Conservatorium van Amsterdam en voelde zich als Scarlett Johansson in de film Lost In Translation. Terwijl onder hem op straat een eindeloze karavaan Engelse drugs- en sekstoeristen naar het beruchte Red Light District toe sjokte, zat hij vaak - als de verlegen Einzelgänger die hij toen was - in het raamkozijn met een gitaar op zijn schoot en een brandende sigaret in een overvolle asbak - zo stel ik mij dat dan voor - notities op stukjes papier te krabbelen en bezwerende melodieën aan elkaar te vlechten. Melodieën die hem een paar maanden later direct naar podium van Werchter zouden katapulteren. 

In De Roma was iedere lichamelijke houding die Tamino aannam een perfecte compositie: het scherpe blauwe strijklicht, de kaarsrechte wenkbrauwen die een dakgoot vormden boven zijn neergeslagen ogen, zijn licht erotische, uit marmer gehouwen grijns: Tamino is een zingende Helmut Newton-foto en heeft een kop die klaar is voor een Warhol-zeefdruk. Tijdens ‘Cigar’ - ja, mijn favoriete Tamino-song kwam al vroeg op de avond demonen uitdrijven - bedreef hij rücksichtslose Realpolitik. Naar verluidt ontstond het idee voor de song tijdens een dagje Van Gogh Museum, toen Tamino voor het kleine schilderijtje ‘De Schedel met de Brandende Sigaret’ stond en een sympathieke kerel in het morbide kunstwerkje wist te herkennen. ‘Deze kerel ziet eruit als iemand die geen spijt van zijn leven heeft gehad en daar onder het genot van een sigaret tevreden op terugkijkt.’ Het scherpe tegenlicht, het zwarte tenue, de ijzige falsetto die - van Arabische kwartnoot tot Arabische kwartnoot - langs mijn rugwervels omhoog huppelde.

'Er zijn er wel meer met Existentiële Zwaarmoedigheid en Hartverwarmende Melancholie in hun portefeuille, maar nooit eerder heb ik een muzikant live in zwart-wit zien én horen spelen.'

Als voorbereiding op het concert luisterde ik twee dagen lang naar de afspeellijst ‘Tamino’s Favorite Songs’ die Tamino heeft samengesteld op Spotify. Een interessante naam in dat lijstje is de Libanese jazzmuzikant Rabih Abou-Khalil, die tijdens het nummer ‘Sahara’ de melancholie van zijn oed (een Arabisch snaarinstrument) afschraapt. Scroll verder en je vindt Radiohead (‘Reckoner’), Mazzy Star (‘Fade Into You’) en Elliott Smith (‘Miss Misery’). Allemaal zeer goed te begrijpen. Dat Steak Number Eight (‘Push Pull’) en Godspeed You! Black Emperor (‘Piss Crowns Are Trebled’) ook een plekje hebben op de lijst is geschonken, begreep ik pas sinds gisteravond.

‘Als u denkt dat ik zo vaak van gitaar wissel om cool te lijken? U heeft gelijk. Maar ik ben de laatste tijd aan het experimenteren met rare gitaarstemmingen.’ Dat Tamino veel meer in zijn vingers had dan ‘Habibi’ kwam niet als een schok, maar het singer-songwriter label was een ongemakkelijk korset dat steeds meer begon te knellen naarmate de avond vorderde. Evenals die steeds irritant wordende Jeff Buckley-vergelijking. Laten we daar maar mee kappen. Tijdens een rits nog-niet-reeds-uitgebrachte-liedjes, heb ik namelijk tien hele seconden aan Maynard James Keenan van A Perfect Circle (en Tool) moeten denken. Ook verrassend: tijdens de song die op het internet ‘Chambers’ wordt genoemd, werd opgebouwd naar een suizende synthesizer-orgie. Uitgerekend op dat moment begon uw nederige recensent vochtige ogen te krijgen.

‘Tummy’ - nieuw werk dat ik nu al prefereer boven ‘Habibi’ - kan in dezelfde afspeellijst als die voornoemde Mazzy Star. Ter hoogte van het refrein stonden we tot de schouders in emotioneel drijfzand. Verder: een bezwerende song die naar verluidt ‘Will Of His Heart’ heet en klonk als het getrappel van een stam bedouinen op wilde paarden in de Sinaï. Tijdens ‘Smile’ - het einde was inzicht en dat besef begon neer te dalen - strompelde Tamino’s gitaar. Emotioneel murw geslagen hoorden we zijn stem kraken. Een brok in z’n keel en vochtige ogen. De hooikoorts begon vast op te komen. Er waren meer mensen in De Roma die daar plotsklaps last van kregen.

Belgen schrijven al langer de mooiste liedjes in én over Amsterdam. Jacques Brel zong in 1964: ‘In de havenstad Amsterdam / Zijn zeelui die bezingen / De dromen waardoor ze achtervolgd worden / Over het gulle Amsterdam.’ Tijdens ‘Indigo Night’ - de versie vanavond was zo ij-zing-wek-kend brilliant dat er een applaus-pauze van drie minuten moest worden ingelast om het te verwerken - zong Tamino: ‘Still I feel, as If I’m a walking machine / Watching it all through a screen / There is nothing in between to me / This might as well not be real’. Gisteravond in De Roma voelde als een droom. Lynchiaans haast. Misschien lag het aan de rood fluwelen gordijnen achter hem, zijn stem, de Unheimlichkeit in de muziek - bij tijden joeg het mij de stuipen op het lijf, zo goed. Vanavond speelde Tamino in zijn stad en de Roma was zijn Roadhouse. Hey mr. Lynch! Tamino in Twin Peaks season 4! Make it happen!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: