Thom Yorke (AB)

, door ()

51
vrijbeeld

Vrees niets: in Brussel klonk ’s mans muziek voorlopig nog net iets futuristischer. Sinds de release van het achttien jaar oude, maar nog altijd baanbrekende ‘Kid A’ is Yorke namelijk geheel in de ban van de elektronica. Er wordt gefluisterd dat hij de hele Warp-catalogus in zijn slaap kan meefluiten en ook in zijn solowerk zijn de grenzen tussen mens en machine almaar vager geworden. De ware impact van ‘Tomorrow’s Modern Boxes’ valt echter moeilijk in te schatten. De collectie was oorspronkelijk enkel beschikbaar als BitTorrent-bestand en kreeg pas vorig jaar een fysieke release.

'Dit was het soort dansmuziek dat je, paradoxaal genoeg, liever niet tijdens een feestje wilde horen.'

Binnenkort vertrekt Radiohead op tournee door Noord- en Zuid-Amerika, maar omdat hij te rusteloos is om op zijn luie krent te blijven zitten, geeft Thom Yorke momenteel her en der in Europa enkele soloconcerten. Solo? Nu ja, in werkelijkheid stond er een trio op het podium. Producer en multi-instrumentalist Nigel Godrich, de man die voor Yorke even onmisbaar is als George Martin destijds was voor The Fab Four, mocht mee als muzikale medeplichtige, terwijl Tarik Barry instond voor de real time visuals. Wat de laatstgenoemde aan kleurrijke projecties op de beeldschermen te voorschijn toverde, tartte alle verbeelding. Zijn gemanipuleerde landschappen of geometrische en abstracte vormen droegen ertoe bij dat de show tot een zinnenprikkelende ervaring uitgroeide.

Thom Yorke putte uit zijn twee soloplaten en zijn project met Atoms For Peace, maar liet ook zes nieuwe nummers op de aanwezigen los, wat er lijkt op te wijzen dat hij momenteel op een nieuwe langspeler broedt. Een officiële aankondiging is er nog niet, voorlopig moeten we het stellen met de cryptische boodschappen die de zanger in de voorbije maanden postte op zijn Twitter-account. Wél bedacht hij intussen enkele soundracks: eentje voor ‘Why Can’t We Get Along’ van Aaron Duffy en Bob Parrington, eentje voor Luca Guadagnino’s remake van de klassieke horrorfilm ‘Suspiria’ en eentje voor een nieuwe theaterproductie van Harold Pinters ‘Old Times’ in New York.

Wie zich naar de AB had begeven in de hoop ‘Karma Police’ of, godbetert, ‘Creep’ te horen, was eraan voor de moeite. Ver achteromkijken ligt niet in Yorkes natuur. Vanaf ‘Interference’, de trage, ietwat klagerige opener, werd het publiek blootgesteld aan een spervuur van glitchy laptopbeats, trippy en dubby geuidseffecten, even minimalistische als repetitieve structuren en gelaagde zangpartijen die gestalte gaven aan claustrofobie (zie ‘A Brain in A Bottle’) of emotionele onrust (‘Default’). Dit was het soort dansmuziek dat je, paradoxaal genoeg, liever niet tijdens een feestje wilde horen, want de zanger had het de hele tijd over verbrokkelende relaties en open wonden die uitsluitend met zout werden behandeld.

De twee muzikanten op het podium liepen voortdurend van het ene instrument naar het andere, maar doordat veel passages door een loop station werden gejaagd, vervaagde het onderscheid tussen live en voorgeprogrammeerd. Bovendien liepen de nummers in elkaar over, waardoor je je soms afvroeg waar het ene eindigde en het andere begon. Hoewel Thom Yorke afwisselend keyboards en elektrische gitaar speelde, lag de nadruk vaker op het ritme dan de melodie. In het ongedurige ‘Black Swan’ liep zijn bas bijvoorbeeld vooraan in het geluidsbeeld en fungeerde de zanglijn hooguit als een bijgedachte.

Yorke klinkt niet zelden als iemand die in een hoekje zit te mokken. In ‘The Clock’ kwam hij echter helder en trefzeker uit de hoek, ook al luidde de omineuze boodschap: ‘Time is running out for us’. Net zo zwartgallig ging het toe in ‘Cymbal Rush’ (‘It’s al boiling over’). Alleen ontwaarden we in dat nummer tenminste enige sporen van humor: ‘There were ten in the bed / And the little one said: roll over’. ‘Amok’ werd op gang getrokken door een koor van digitale geesten. In ‘Truth Ray’, dat zich uitstrekte op een bed van aangehouden synth-drones, waande Yorke zich even een operazanger en het dromerige ‘Nose Grows Some’ kreeg af en toe met een stoorzender af te rekenen. Een zwerm elektronische wespen? Een colonne voorbijrazende formule 1-bolides? Je kreeg er in elk geval koude rillingen van.

Thom Yorke is het type dat zijn songs doorgaans behoedzaam langs achteren besluipt, maar in zijn nieuwe werk kiest hij haast altijd voor de frontale aanval. ‘Impossible Knots’ had zijn titel niet gestolen, de technobeat van ‘Two Feet Off the Ground’ herinnerde aan een stuurloos voortdenderende treinwagon en tijdens ‘Traffic’ veranderde de AB in een reusachtige disco, met een tussen dansen en schaduwboksen twijfelende Yorke als blikvanger. ‘I can’t breathe’, steunde hij. Tja, dat komt ervan als een bijna-vijftiger nog uit de band wil springen.

Toch had de zanger nog voldoende energie –en appetijt– over voor twee bisrondjes. ‘I want to eat your artichoke heart’, likkebaarde hij in het door statische ruis overwoekerde ‘Atoms for Peace’. Uiteindelijk sloot Zijne Sjagrijnigheid verrassend af met een obscuur b-kantje van Radiohead uit de sessies voor A Moon Shaped Pool. De pianoballad ‘Spectre’, geschreven voor de gelijknamige James Bond-film, werd helaas afgewezen ten voordele van iets van Sam Smith. Mocht het ons zijn overkomen, we waren van de weeromstuit óók sjagrijnig geworden.

Het ‘live-mix’-concert van Thom Yorke & Co was een trip die soms enige volharding (én een goed kompas) vergde. Maar wie zich liet meeslepen, kreeg onderweg wél heerlijk grillige panorama’s te zien. Of lag dat aan die slechte wiet? Hoe dan ook: die nieuwe plaat mag nu gauw gaan komen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: