Foo Fighters (Sportpaleis)

, door (fj)

137

Dave Grohl is iemand die er zich op elk moment bewust van is dat er camera’s op hem gericht staan. Alles wat hij in het Sportpaleis deed, was doordacht: de geinige gezichtsuitdrukkingen, de plotse serieuze blikken die aanmaanden tot stilte in de zaal, en zelfs de bromance-momenten met drummer Taylor Hawkins. Nee, voor impulsiviteit of nonchalance moet je niet bij Foo Fighters zijn. Dave Grohl is de filmster van de rock. Telkens weer levert hij een knalprestatie, maar die zit vol Hollywoodroutines en voorspelbare scripts. Een boer laten in de microfoon en af en toe je middelvinger opsteken naar het publiek brengen daar geen verandering in.

Do you know why we’re here? We’re here to play rock ’n roll music. Do you like rock ’n roll music?’ Het publiek reageerde tijdens het veel te lang uitgesponnen ‘The Pretender’ alsof Dave Grohl profetische woorden had gesproken. Al vanaf de eerste tonen deed de frontman er alles aan om het publiek op te hitsen: als een bezetene liep hij heen en weer, zijn arm in de lucht zwaaiend terwijl hij oerkreten slaakte. Later in de show maande hij meermaals aan tot handgeklap en meekwelen. Die overdaad werd soms een beetje irritant. Vooral omdat het niet nodig was, want muzikaal blies Foo Fighters het publiek helemaal omver.

De Amerikanen begonnen furieus. Binnenkomer ‘Run’ heeft alles om een classic te worden, en was live een mokerslag van jewelste – net als publieksfavoriet ‘All My Life’, die onberispelijk en dynamisch werd afgevuurd. Het waren vooral de rechttoe rechtaan rockende songs die konden overtuigen, denk aan ‘These Days’ en ‘Monkey Wrench’. Foo Fighters op z’n best.

Vreemde eend in de bijt ‘The Sky is a Neighbourhood’ gaf met zijn vrouwenkoor een nieuwe dimensie aan de show, net zoals het knappe ‘Dirty Water’ dat later zou doen. Dat beetje extra zuurstof was welkom, want het spierballengerol tijdens langgerekte versies van ‘The Pretender’ en ‘Rope’ begon na een tijdje verstikkend te werken. Ellenlange gitaar- en drumsolo’s kidnapten de essentie van de nummers. Hawkins is écht indrukwekkend achter zijn trommels, maar overdaad is zelden een goed idee – hadden we al verteld dat zijn drumpodium zes meter de lucht in werd gestuwd?

‘My Hero’ is zonder twijfel één van de beste songs die Grohl ooit scheef: de perfecte balans tussen melancholie en snedigheid maakt het tot een rasecht anthem. Dat Grohl live het snedige helemaal laat vallen en het nummer omvormt tot een ballad die volledig rond hem draait, doet de song oneer aan. Terwijl hij plagerig de akkoorden begon aan te slaan, stak hij een veel te lange, ongeloofwaardige monoloog af die neerkwam op ‘ik had nooit verwacht voor zo’n groot publiek te mogen spelen’. Met ‘Wheels’ deed hij iets gelijkaardig: de drive die het nummer staande houdt, leek de band plots overbodig te vinden, met een oersaai dieptepunt als gevolg.

Na gepronkt te hebben met zijn tweehonderd songs tellende oeuvre, was het een beetje bizar dat Grohl zijn band voorstelde aan de hand van een covermedley – inclusief een mashup van Lennons ‘Imagine’ en Van Halens ‘Jump’. Het was een beetje goedkoop, maar wel bijzonder amusant, en de interpretatie van Queens ‘Under Pressure’ met Hawkins aan de microfoon was ronduit indrukwekkend.

Met verschroeiende hoogtepunten ‘Best of You’, ‘This is a Call’ en ‘Everlong’ sloot Foo Fighters de show alsnog fenomenaal af – we zouden alle minpunten bijna vergeten – en drukten Grohl en de zijnen ons met de neus op de feiten: Foo Fighters is nog steeds één van de grootste bands van het moment, met een onuitputtelijke voorraad hits. Weinigen die zo gemakkelijk wegkomen met een door en door cliché rockshow.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: