Fat Freddy's Drop in OLT Rivierenhof

, door ()

56
vrij

“Dit is een lied over een plant. Een groene plant. Een mooie plant. Een welriekende plant. Een grote en sterke. Ja een nuttige plant. Het gaat over de Cannabis Sativa Hollandica. Oftewel nederwiet. Nederwiedewiedewiet. Wiedewiedewiet. Ja ja nederwiedewiedewiet”: wij weten ook dat Henny Vrienten dit verzon, maar toch is dat de eerste tekstflard die mij vanavond te binnen schiet. Dallas Tamaira en de anderen beginnen er namelijk wel héél relaxed en mellow aan: nieuwe reggaedingen als ‘10 Feet Tall’ en ‘Slings & Arrows’ tsjokken echt over het podium. U en ik heupwiegen erop, en praten bij, of roken wat. Gezellig!

Hoewel Chris "Mu" Faiumu zich al die tijd verbergt achter zijn geluidssysteem, laat hij zich tijdens ‘Blackbird’ toch gelden: wat een baslijn! De rest van ‘t nummer klinkt eveneens bezielder dan wat eraan voorafging, omdat saxofonist Scott Towers plots los is. Die gast toetert en toetert daar maar door, en voert zo een rekbaarheidstest uit op dat oudje.

De Oceaniërs zijn vanavond meer dan een reggae- en dub outfit: het zevenkoppige soulmonster brengt ook gloedvolle- en door Tamaira heel mooi gezongen- dansstuff. En iets vet elektro-klinkend waait ook voorbij. Maar toch: “Red, red wine, goes to my head. Makes me forget…”, ik krijg dat toch echt niet uit mijn hoofd wanneer dit optreden het uur nadert. Fat Freddy’s Drop schakelt terug over op reggaepop, en als die klinkt zoals UB 40 op hun best is daar niks mis mee.

Et non pus met het Motown-achtige ‘Boondigga’: mooi gezongen, alweer! Er volgt funk, en jazzy blazers willen het zonnetje niet in de zee zien zakken, zo blijkt. Het swingende ‘Fish In The Sea’ krijgt daarna trouwens een wel heel trancy outro. Trance is trouwens een toestand van veranderd bewustzijn. Je bent dan meer in jezelf gekeerd of gefocust op een onderwerp dat je aandacht te pakken krijgt. Dat is zo, dat kun je in elke online encyclopedie checken.

Dus verkeer ik ook in die situatie wanneer beats in het laatste halfuur maar blijven gáán. En een acid-beepjes doen dat soms ook! Fijn, en da’s niet zo raar: Faiumu geeft in interviews toe dat hij en de andere kiwi’s al eens láng blijven hangen in één of andere technoclub. Véél langer dan gezond is, en toch werpt dat - allez, vooruit dan- zijn vruchten af. Want ik hoor echt wel killers, en eigenlijk geen fillers. Of wacht: ergens naar het einde toe hoor ik een flard slappe Buckshot Lefonque na-aperij.

Soit: jullie vinden dat allemaal prima, en voor zo een 90% van dit optreden is dat ook terecht. En ’t is ook plezant om de buikige trombone en tuba-speler Joe Lindsay als een cheerleader van de homo- rugbyploeg in het Leger des Heils in het rond te zien hupsen. Mark Williams aka MC Slave, da’s ook een entertainer: die gast rhymet namelijk niet slecht. En hoe die jullie opjut! Maar het is hem vergeven: hij doet het uit liefde voor muziek, en ’t is mooi dat jullie “For the love of music” meezingen. Helemáál op ’t einde lijkt hij voorbijglijdende wolken een breuk te willen wijzen. En net daarna voel ik nog eens wat regen is.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: