Emilíana Torrini (OLT Rivierenhof)

, door ()

57
vrij
© Koen Keppens

Emilíana Torrini komt dan ook uit Ijsland, een plek waar je je volgens Björk Guðmundsdóttir enkel en alleen kunt amuseren met een bingedrinksessie of seksmarathon. Maar wacht: nu zijn we volle bak aan het stereotyperen, want in het Rivierenhof dronk Torrini niet of nauwelijks. En bij ons weten speelde ze met Aarich Jespers en Kobe Proesmans ook niet écht het beest met twee ruggen: als ze het interviews had over naar bed gaan met die mannen, dan bedoelde ze eigenlijk dat ze samen verse deuntjes maakten. Eén daarvan hoorden we ongeveer halverwege het concert en heet ‘When We Dance’. De langoureuze violen van Jeroen Baert en Karel Coninx zweefden over het wiegende ritme, terwijl exotische percussie-instrumenten zachtjes fonkelden. “When we dance, our mind shines”, zong ze; paf stonden wij bij het horen van al dat moois! Wij bewogen dus zeker niet, maar ‘t is wel zo dat we nog blijer werden.

De andere nieuweling heet ‘Nightfall’ en ook die klonk straf. Daarin heeft de zangeres het over “pale blue”, wat ons deed denken aan ‘Pale Blue Eyes’ van The Velvet Underground. Da’s misschien vreemd, want die songs hebben echt niks met elkaar te maken, maar toch is er een link tussen de Scandinavische en die dronerockers: voor haar coverplaat ‘Merman’ maakte ze zich ooit ‘Stephanie Says’ eigen, en daarin zong ze "It’s so-called in Alaska" in plaats van "It’s so cold in Alaska". Grappig! Ook Torrini kan daar nu eens goed mee lachen, en dat ze dat taaltje van Shakespeare nog altijd niet helemaal onder die- ongetwijfeld mooie- knie heeft werd duidelijk toen ze weer eens uitlegde hoe ze The Colorist ontmoette. Het avontuur met een Berlijns klassiek ensemble dat eigenlijk een free jazz-outfit bleek, werd in Björk-Engels uit de doeken gedaan: volgens Torrini is dat geen van beiden hun fout, iedereen praat zo in haar thuisland, maar dat geklets haalde wel wat de vaart uit het concert.

Dat begon trouwens ‘Caterpillar’; er werd op strijkinstrumenten getokkeld en gewreven, precies op iets van hout geklopt, en voorzichtig geswingd. ‘New world forming /Picturesque in its stance’ , hoorden we ze zingen, en daarmee sloeg de frontvrouw een spijker op zijn kop: op ‘Fisherman's Woman’ is het een rustig, mooi folklied, maar gisteren kreeg dat meer zwier, met al die violen, en wurmde het nummer zich tussen van alles klassiek. En filmische pop, da’s eigenlijk nog belangrijker. Het werd dus iets helemaal anders, en verantwoordelijk daarvoor was The Colorist. Zoals filmcoloristen oude prenten van De dikke en de dunne opknapten, retoucheerden die acht kerels verzinsels van Torrini. Wasco’s, kleurpotloden en penselen van dienst: een prepared piano, basklarinet, marimba, mbira, angklung, violen, en wat dingen van eigen makelij. Resultaat: meer gelaagde, mysterieuze real-time remixen.

Het groovede wel, maar ‘Blood Red’ is van nature al duister, en op dat domein kleurde het nog zwarter. ’The first sorrow of autumn/ Is the slow goodbye/ Of the garden who stands so long in the evening/ A brown poppy head/  The stalk of a lily/  And still cannot go/ And the third sorrow/ Is the slow goodbye/ Of the sun who has gathered the birds and who gathers/ The minutes of evening/ The golden and holy/ Ground of the picture’ : die man schreef kinderboeken! En we citeren hier maar twee van de zeven besognes uit ‘The Seven Sorrows’! De Engelse dichter Ted Hughes kende duidelijk wel iets van tristesse. Deze droefenis staat niet op plaat, en ‘t was dus verrassend dat Torrini die bracht, maar ze zong de tekst wondermooi. En dan die drony strijkers, die binnendruppelende toetsen van Wim de Busser, die zachtjes tokkelende percussie van Jespers en Proesmans: treurig allemaal, maar ook schoon. Stemmig zág het er ook uit, zo met die kussentjes, lampjes, en wat radertjes en wieltjes. ‘t Oogde zelfs wat als een Parijs poppentheater of cabaret uit de jaren ’30: in ons hoofd gebeurde daarbinnen iets geheimzinnigs, terwijl gele en bruine bladeren langs de ramen dwarrelden.

Speed of Dark’ begon ook herfstig, maar had dan die robotachtige schwung vanop de lp, en er sliste en ruiste iets elektronisch mee.  “A glitch in the matrix”, noemt de chanteuse ‘Jungle Drum’, want toen dat blije en onnozele liedje de wereld overpoelde, gingen IJslandse banken de peilloze dieperik in, en werden hun bazen met hun plastron in het cachot gezwierd. Maar ze kwam daar toen mee weg. In Deurne werd die hit verpakt in een gekke schuffle, maar toeschouwers klapten massaal mee, en Torrini kwam er al weer mee weg. En dat waarschijnlijk voor de elfendertigste keer, want: “For me, it’s always about getting away with things”, lachte ze eens. Het is haar van harte gegund.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: