Janelle Monáe (AB)

, door ()

106
12000
© Brunopress

Eén van de grote raadsels van deze tijd: hoe kunnen de lulletjes rozenwater van Schild & Vrienden - sorry, het zit hoog - zoveel aantrek hebben, terwijl Janelle Monáe er na minstens drie fantastische platen (‘The ArchAndroid’, ‘The Electric Lady’ en ‘Dirty Computer’) maar niet in slaagt om door te breken bij het miljoenenpubliek waar ze recht op heeft? Een vraag waarop zeker na vanavond geen redelijk antwoord te verzinnen valt.

Een dwarsdoorsnede van Janelle: de epauletten en magnetische hielen van Michael Jackson, het katachtige van Grace Jones, de Broadway-présence van Liza Minnelli en de smoothe seks van Prince, die haar mentor was en voor zijn overlijden nog, net als onder meer Pharrell, Brian Wilson en Stevie Wonder, een hand heeft gehad in haar laatste funkbom van een plaat ‘Dirty Computer’. Janelle Monáe is ook: een goeie zangeres en een onvermoeibare danseres. Met haar gekke hoedjes zag ze er afwisselend uit als een gendarme, een maarschalk, een religieuze leidster en een militante rebel. Altijd sexy.

Ze is vooral ook goed in pop. Na een fenomenale intro (‘Dirty Computer’) verscheen ze met ‘Crazy, Classic, Life’ bovenaan de witte trap die de hoofdmoot van het podium uitmaakte - voor drie grote beeldschermen. Zo bleef ze misschien tweeënhalve seconde staan vooraleer haar voeten een ander idee kregen, en dan nog één. Er waren vier danseressen nodig om the funk onder controle te krijgen, en een hele batterij puike muzikanten, waarvan vooral de bassiste bijblijft, omdat zij tokkelde op een witte bas met een rode roos erin. Logisch voor Janelle, straf voor al de rest: er stond niks op tape, álles werd live gespeeld en gezongen en gedanst.

En óf er gezongen en gedanst werd. ‘Take a Byte’ was één lange uitnodiging vanwege Janelle om op haar mokkahuid (haar woorden) te komen sabbelen en eindigde met een langs je been omhoog kronkelende gitaarsolo recht uit de jaren 80. ‘Electric Lady’ ging via Prince richting Britney Spears en vloog onderweg níét uit de bocht. ‘PrimeTime’ was de Grote Ballad die net op het juiste moment in de set kwam, zoals alle nummers net op het juiste moment kwamen - twee uur lang wist Janelle precies wanneer ze moest versnellen en wanneer ze moest vertragen: een kunst die er maar weinigen onder de knie hebben.

Tijdens ‘Pynk’, de Ode aan de Flamoes die ze maakte met Grimes, mochten alle registers open: Janelle trok haar beroemde preutbroek aan, deed wat suggestiefs met ‘r vingers en haalde twéé keytars op het podium. Overkill, maar wát een overkill.

Zo was het al bij al een goeie zaak dat Janelle een musician’s musician is, een cultfiguur met een beperkte maar toegewijde fanbase (de LGBTQ-gemeenschap, pakweg). Want ze stond in een zaal die duidelijk tien keer te klein was voor haar - als Bob Dylan die een set komt spelen in Café Hollywood in Boechout - terwijl ze wél een show meehad die qua ambitie, grootte en prijskaartje thuishoorde in één of andere arena. Hoe zij aan 40 euro per ticket uit de kosten raakt? Zorgen voor de boekhouder.

Wat nog? Een wereld waarin ‘Cold War’ en ‘Tightrope’ géén nummer 1-hits zijn, is een wereld die amper het herstellen waard is, maar toch bleef Janelle proberen. Met ‘Q.U.E.E.N.’ bijvoorbeeld: meer twerks dan in het gemiddelde Nicki Minaj-nummer, maar ook meer girl power dan in dier hele carrière (of derrière). ‘Yoga’ ging over zweterige lijven, maar vooral níét over yoga. De intro van ‘Make Me Feel’ - als Prince aan één nummer een grote bijdrage heeft geleverd, dan wel hieraan - was een visueel meesterstukje: een shakende Janelle in silhouet die maar blééf shaken. Waren er minpunten? Mjoh, ‘I Like It’ en ‘Don’t Judge Me’ waren vullertjes in een set die al vol genoeg zat met zielsverheffend moois.

‘If you try to grab my pussy cat / This pussy bite you back.’ Janelle is niet alleen muzikante maar ook activiste, en hoewel wat ze zei over self-love, racisme en gelijkheid allemaal al eens eerder gezegd is, komen háár woorden - die van een intelligente, biseksuele Afro-Amerikaanse vrouw - harder binnen. Je zag het aan de knuffelende homokoppeltjes, de mooie zwart-witgeliefden en de glimlach van het meisje zonder armen dat even het podium op mocht: dingen die vanzelfsprekend horen te zijn, wáren dat hier effectief. Ik heb een publiek in de AB nooit zo verenigd geweten, of zo luid - hier werden zieltjes opnieuw aan elkaar genaaid, gebroken harten hersteld, libido’s opgehitst. Geen nood: als er tijdens het optreden nog niemand in uw poep zat, dan was er altijd nog the funk.

Hoogtepunt: ‘Django Jane’, dat Janelle het publiek toebeet terwijl ze als een soort vrouwelijke Black Panther op haar troon à l’aise zat te wezen. In haar zwart-witte pakje zag ze eruit als een jungle queen. Het was ‘t enige nummer dat ze van a tot z rapte. Momma was a G, she was cleanin' hotels / Poppa was a driver, I was workin' retail / Kept us in the back of the store / We ain't hidden no more, moonlit nigga, lit nigga.’ En die heerlijke band intussen maar spélen.

Samengevat: Janelle sloeg homerun na homerun en liet tegelijk verstaan daarvoor geen ballen nodig te hebben.

Na bisnummer ‘Americans’, een laatste danspasje, een lange staande ovatie en een diepe zucht trok Janelle Monáe (‘I love you, remember to love yourself’) zich nederig terug in de coulissen. Haar werk zat erop, en het was aan iedereen in de zaal om haar spirit in realiteit om te zetten. Om elkaar, om te beginnen, al eens loeihard binnen te draaien.

Handkusjes aan Rihanna, Nicki, Cardi B et les autres, maar vanaf vanavond zijn zij slechts de kamermeisjes van Janelle Monáe, de kersverse Q.U.E.E.N. van m’n eigen binnenste koninkrijkje.

Voor haar: tien staande ovaties. Honderd. Een miljoen. Vijf sterren is zo weinig.

Prince was fier geweest.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: