Madensuyu Goodbye concert (AB Box)

, door ()

104
madensuyu 1200

Net voor het optreden klonk nog ‘Camaraderie at Arms Length’ van The Caretaker door de zaal, en dat was een beetje een verkeerde songkeuze, want eigenbelang en business interests kregen zaterdagavond volgens ons nul minuten speeltijd. Maar ’t was ook maar een béétje een vergissing, want letterlijk stonden drummer Pieterjan Vervondel en gitarist- pianist Stijn Ylode De Gezelle echt een armlengte van elkaar; zij aan zij beukten en ramden ze kameraadschappelijk negentig minuten lang die oude zielen uit hun lijf. En het is ook zo dat elektronica- muzikant James Leyland Kirby als The Caretaker zowel gevoelens van nostalgie en melancholie als de werking van het menselijk geheugen onderzoekt. Een nummer van hem was toch wat gepast, want de Gentse avant-rockers brachten tijdens hun allerlaatste gig véél oudjes.

Eén daarvan heet ‘Dolorosa’, en was nietsontziend: snaren van De Gezelle bleken meteen oververhit, en klauwden en grauwden richting Sonic Youth en Wire. “Da’s wel goed”, dachten wij, maar voor de gitarist niet goed genoeg. “Meer gitaar”, klonk het, en dus hielp de klankman dat ding lekker luid rammelen in 'Papa Bear'. Het ging van “Yihaaaaah” en “Hurray! Hurray!”, maar dat is en blijft natuurlijk een lied voor een gestorven vriend, en als “We love you bear” gezongen werd, treurde het nog net iets harder dan op ‘A Field Between’. Mooi was ook hoe Vervondel dat nummer stillegde, zo zachtjes rikketikkend op zijn drum. ‘On The Long Run’ vanop ‘Stabat Mater’ leek eerst ook rustiger, maar wat er even later uit die oranje versterker van De Gezelle kwam was pure, ongecensureerde white noise.

De witte sterretjes aan de AB Box-hemel hielden het trouwens al lang voor bekeken, maar plots lichtten podiumspots als geeloranje maantjes op, en de volgende twintig minuten moesten we vaak aan ‘Shadowplay’ van Joy Division denken. ‘A Current’ werd ingezet, en dat is eigenlijk gewoon een punk-nummer, maar dan gepeeld op een piano. ’t Klonk snel en hevig en ‘One More Time’ en ‘Breathe, Sail On’ waren dat ook. Vervondel, dat is toch echt een drumbeest. Of een erop los kloppende metronoom-man, die zo’n songs met precieze, retestrakke ritmes vooruit duwt. Naar verluidt is hij fan van Def Leppard- drummer Rick Allen, en ’t zou ons niks verbazen als hij vroeger thuis bij het oefenen ook maar- soms zijn linker, dan weer zijn rechter- één arm gebruikte. In Brussel benutte de Madensuyu-percussionist ze allebei, en slingerde daarmee geweldige beats de zaal in. Wij dachten daarbij een beetje aan drum & bass. En véél aan postpunk. En daarom waanden we ons ook een pietsie in die-ondertussen al lang gesloten- Molenbeekse zweetkeet Plan K. En niet alléén daarom, want De Gezelle leek soms bijna te schuimbekken en stuiptrekken: zijn performance was zo intens dat er zich in ons hoofd beelden van een optredende Ian Curtis begonnen af te spelen. Niet dat dit tweetal literaire ambities hadden als die droefkop: tekstueel hielden De Gezelle en Vervondel het vaak op wat gescandeer.

Maar dat wérkte wel, want in ‘Ill Timed’ zigzagden hun stemmen mooi door elkaar. Het liep toen wel eventjes mis omdat de toetsenist een kabeltje verkeerd stak, maar ook dat pareltje uit ‘Current’ mocht er toch wezen. Het had ook iets weemoedigs, zo met dat kinderwijsje op piano. En iets huiselijks, want het getik waar Vervondel het nummer inleidde, is naar verluidt geïnspireerd door zijn grootmoeders wandklok. “Acht jaar geleden waren we hier ook, maar toen met balkons et tout. Nu kozen we voor drapeaux en cosiness”, monkelde de drummer. Wollig werd het natuurlijk nooit: in ‘Tread On Tread Light’ blafte Vervondel al net zo gemeen als Johnny Rotten en werd er een serieuze wall of sound neergepoot, en - het ook al uit al uit ‘D Is Done’ geplukte ‘Little F’ klonk donker, en afstandelijk. Maar ook fantastisch! En het blééf gensteren en knetteren, en dat drumdier bleek ook een plagerik: “Kennen jullie ‘Mute Song’ nog? Ja? De tekst ook?”, jende Vervondel. Het is hem vergeven, want tijdens ‘Crucem’ aapte hij geweldig potten- en pannengerammel na. De Gezelle was dan weer fuckin’ goed in 'Fafafafucking' en ‘Ti:me’ klonk zowel dreigend als droef en gelaten.

“Stoppen is geen optie”, riep er iemand, maar toch doet Madensuyu dat. "We’ve gone ewall", zongen ze ooit, maar deserteurs zijn Vervondel en Gezelle nooit ofte nimmer geweest: die kerels hebben hard gevochten voor hun muziek, en met keigoeie platen het maatschappelijk belang meer dan genoeg gediend. Dank jullie wel, het was fantastisch!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: