Whispering Sons (AB Club)

, door ()

40
1200
© Francis Vanhee

‘Ik worstel met een hoop twijfels, angsten en frustraties.’ Ze zijn nog maar twee weken oud, die woorden van Fenne Kuppens, opgetekend door collega (kv). En in die tijd is er véél gebeurd. Twee jaar na hun onverhoopte, maar verdomd verdiende overwinning op de Rock Rally kwam Whispering Sons naar buiten met Image, een dot van een debuut. De dag daarna volgde een concert dat elke ster boven deze tekst rechtvaardigde. Het was bitter én catchy, het rammelde aan je gebeente, maar niet té hard. Het was post-punk om op te dansen.

Een goede plaat, dito optreden: Kuppens had alle recht om haar demonen voor even naar de oppositiebank te sturen. En toch las je oprecht droef schrift in haar stem toen ze gisteravond uit ‘Waste’ gedempt zong: ‘The pressure of my thoughts tortures me’. Haar spoken toonden zich niet, maar ze waarden rond. Per me si va ne la città dolente - door mij gaat ge in de stad der smarten.

‘How are you feeling? Good?’, vroeg Kuppens tijdens tweede nummer ‘Got a Light’. Ze herhaalde het, een keer, twee keer, drie keer. Achter haar: Kobe Lijnen (gitaar), Tuur Vandeborne (bas), Sander Hermans (toetsen) en Sander Pelsmaekers (drum) - en hun intense geluidsmuur die na elk door Kuppens aangestipte vraagteken verdichtte. Neen, we voelden ons niet zo goed, en dat vonden we prima.

Vier nummers ver maakte ‘White Noise’, een vechtersbaasje van een jaar oud, een betere beurt dan de eraan voorafgaande nieuwste single ‘Alone’. Niet dat er iets mis was met die laatste - menig gitarist zou een jaar voor Deliveroo werken in ruil voor die zo aanstekelijk wriemelende snaren. Maar het was Kuppens’ bariton, die op het refrein van ‘White Noise’ net niet doorschoot tot een scream, die de dijken deed breken. Hier toonde zich niet alleen een gerodeerde band, maar ook een band die een nummer helemaal in de vingers heeft.

Trouwens, iets over die stem. Nog eens. Want God en alle andere Etherische Elementen mogen weten uit welke ondergrondse gewelven Kuppens die sommeert. Die doffe intonatie, die diepe wallen in het timbre: het is alsof Nico zelve uit haar graf zingt.

Hoeveel draagkracht Kuppens’ stem heeft, besef je pas echt wanneer je ze niet hoort. Zoals ter hoogte van ‘Skin’ en ‘No Time’, waar de gitaren gesprekken voerden waar zij niet aan deelnam. Het leverde een goeie soundtrack op voor een dystopische film, maar zo diep in de set hoopte je toch iets te vinden dat minder huilt en meer blaft. Dan liever de disco noir van oudgediende ‘Wall’. Rollen over de snelweg met de tachtiger new-wave en gothic in de achteruitkijkspiegel, en intussen door de boxen een Bowie met een extra paar ribben: dit was goed.

Maar dan kwam dus ‘Waste’, en gingen de gordijnen weer dicht. Neem akte, minister Marghem: als dit toont hoe donker het kan worden in ons land, dan hebben we straks veel meer nodig dan twee werkende kerncentrales. In de slipstream van Pelsmaekers’ percussie blakerde alles zwart, Lijnens gitaar, die een eigen stem leek te hebben, was de woordvoerder van een moord kraaien. En geprangd tussen die vier zwartgeklede heren en hun zwartgeklede fans stond Kuppens zelf, in een wit-rood outfitje. Een madonna in een nis, met het zeer van een hele wereld in haar ogen. Tot ze naar voren trad en de laatste centimeters tussen podium en publiek slechtte. Op dat perceeltje van tien bij tien lag voor Whispering Sons elke reden om nog vele platen lang door te gaan. En, voor Fenne in het bijzonder, een brede grijns. Verdomd verdiend.

Het publiek

Bij het voormalige repetitiekot van Whispering Sons ligt een weide met twee ezels. Ze waren er voor elke oefensessie bij en hebben de band zien groeien. ‘We zetten ze altijd op de guestlist’, aldus Sander P. Het mocht niet baten: gisteren wéér niet gezien tussen het volk. Luie beesten. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: