Oscar & The Wolf (Sportpaleis)

, door ()

204
oscar 1200

Zoals Max Colombie kennen we er geen twee. In Antwerpen wond hij zijn publiek in een wip om zijn vinger, nu quasi-nonchalant, dan met een duivelse doortraptheid. Sinds we hem vier jaar geleden voor het eerst op een podium zagen, is de sexy Brusselaar langzaam maar zeker een volbloed performer geworden. Voor een Sportpaleisconcert draait hij tegenwoordig zijn hand niet om. Colombie genoot zichtbaar van zijn eigen podiumcapriolen en van de reacties die ze bij zijn meest devote fans teweegbrachten. We zagen hem breed glimlachen wanneer zijn volgelingen op de juiste cue gilden - meestal op het moment dat een song stilviel zodat de zanger mysterieus de zaal kon instaren. Dan weer was hij een verbouwereerd schooljongetje, zo dankbaar voor de euforie in de zaal dat het leek alsof hij iedereen de hand zou gaan schudden. “I promised my mother I was not gonna cry”, klonk het en we geloofden hem zowaar.

Toch verbazend hoe Colombie het Belgische poplandschap heeft hertekend. In een landje dat sinds mensenheugenis aan elkaar hangt van de groezelige rockers en stuurse postpunkers gaf de doorbraak van Oscar & The Wolf een shock to the system. Zulks spreekt uit de sikkeneurige, zurige reacties die de groep soms op z’n bord krijgt. Want hoe durven die jongens zo te koketteren met glitter en glamour? Hoe halen ze het in hun hoofd zo beroemd te worden met gelukzalige dancehits en wufte maniertjes? Hoe komen ze weg met al dat uiterlijk vertoon en dat gedweep met op Amerikaanse leest geschoeide showbizz? Het zijn vragen die een generatiekloof doen vermoeden en die goed beschouwd een wissel van de wacht inluiden, tot spijt van wie het benijdt.

Creatief met statief

De bling was in Antwerpen in elk geval niet van de lucht. Colombie flaneerde over de catwalk in een letterlijk oogverblindende glitterbroek en een oversized sweater, met sieraden om de hals die men wellicht tot achterin de kuip hoorde rinkelen. De beat van ‘You’re Mine’ zuigde en pompte, het minimalistische decor kleurde zuurstokroze. “Don’t you wanna have a little bit of fun?”, hijgde Colombie in ‘Exotic’ terwijl hij zijn microstatief suggestief tussen de benen stak. Toen hij vervolgens zijn pelvis de vrije loop liet, dachten we aan Prince, alleen simuleerde die er meestal nog een cunnilingus bij. Waar een statief allemaal niet voor kan dienen.

Daar liet Colombie het niet bij. Tijdens ‘Chevrolet’ vuurde hij een hongerige blik op de fans af en maakte hij suggestieve stuurbewegingen. “Get outta my dreams, get into my car“, placht Billy Ocean ooit desbetreffend te croonen. Geen idee waarmee Colombie precies rijdt, maar zijn Chevy moet hoedanook een erg comfortabele achterbank hebben. “You guys are so fucking crazy, I love you so much!”, riep de zanger terstond. Volgens ons hadden zijn fans vast ook “Gijlie zijt zo fokking zot, ik zie ulder graag!” kunnen ontcijferen, maar je koestert nu eenmaal internationale ambities of niet.

Duivelse details

Vanaf ‘The Game’ banjerde Colombie over de planken in de blinkende rubberlaarzen die hij ook op Pukkelpop droeg en waarover elfendertig fashionblogs vast hysterisch hebben bericht. In ‘Runaway’ - wat een moordsong is me dat toch, zeg! - joegen groene lasers Colombie naar het puntje van de catwalk alwaar hij een lekker potje shakete voor de ogen van zijn dolle apostelen. Bij ‘Undress’ liep het kokette koortje uit de plaatversie onder Colombies leadvocal mee, wat slim was want veel van Oscars charmes huizen in de soulvolle falsetharmonieën.

Dat het Sportpaleispubliek zo uitzinnig reageerde op de liedjes uit het intussen alweer vier jaar oude debuut Entity zegt veel over de impact van die plaat. Die is zo goed omdat er niet alleen glamour maar ook een stevige dosis wanhoop uit spreekt. En omdat Colombie in zijn vroegste onbeholpen experimenten met elektronica vaak stommelings de juiste vorm vond en bijgevolg muzikale subgenres slechts met de vingertoppen aanraakte. Daar ligt het verschil met Oscars huidige werk dat kordaat en glashelder omkaderd is. ‘Fever’, dat de show in Antwerpen feestelijk afsloot, is overduidelijk elektropop, niets meer of minder. De Belpopclassic ‘Strange Entity’ daarentegen is een vage, in ambient gedrenkte r&b-achtige ballade die toevallig op een funky elektrogroove zit geënt en daarom misschien het elektropopstempeltje verdient. Of niet. The devil is in the details. En soms draagt hij een glitterbroek.

Doodgeknuffeld

Laatstgenoemde kraker zette iedereen aan tot springen, gillen en zwaaien met de armen terwijl confettikanonnen hun lading losten. Ook het immer floue ‘Joaquim’ was groots. Colombie draaide pirouettes voor een muur van gensters en halverwege werd het achtergronddoek oranjeroze, als een zonsopgang bij Malibu Beach. Het nieuwtje ‘On Fire’ pronkte triomfantelijk met z’n suave feelgoodvibe, ‘Breathing’ vertrok dan weer vanuit een The Art Of Noise-achtige intro en tilde de party keurig naar een climax. Colombie dook de catwalk af in de frontstage en werd bijna doodgeknuffeld door de fans.

Hartverwarmend, glossy, gloeiendheet. Maar waarheen moet het nu met deze wolf? Hoe eindig is zijn formule? Hoe blits kun je worden zonder in confectiepop te vervallen? Houdt Oscar het vanaf nu op eendimensionale designerdance of vindt hij zichzelf straks radicaal opnieuw uit? Wij houden hout vast, branden een kaarsje, kruisen de vingers en mompelen alvast een gebedje. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: