Festivalreview: miXmass 2019 (De Singel)

, door ()

420
1200
© VRT

In een tijdsgewricht waarin alles in het teken staat van polarisatie, kiest B.O.X. bewust voor verbinding. Het klassiek geschoolde gezelschap, dat blindelings zijn weg kent in de wereld van BachPurcell en Scarlatti, experimenteert er vrolijk op los en bouwt voortdurend bruggetjes tussen diverse genres en muzikale milieus. Dat doet het met zoveel inventiviteit en natuurlijke flair dat het inmiddels over een benijdenswaardige portfolio beschikt. B.O.X. werkte de jongste jaren samen met Dez MonaMy Brightest Diamond en Mugison en oogstte daarmee behoorlijk wat internationale waardering. Toen de groep voor enkele concerten de VS aandeed, strooide zelfs de New York Times kwistig met superlatieven. 

Het ensemble, aangevoerd door luitspeler Pieter Theuns, nam net nog een plaat op met de Deense electrorockers van Efterklang en vormde de maïzena tijdens miXmass, een jaarlijks terugkerend festival in Antwerpen dat meteen ook als muzieklaboratorium dienst deed. Maar waar B.O.X. vorig jaar vooral terugblikte op zijn vorige projecten, gunde het ons dit keer een glimp van de toekomst. Eén en ander stond garant voor een avondvullend programma dat zich over drie podia ontvouwde en nooit naliet te verrassen.

miXmass begon met een gevarieerde revue die de rijke klankkleur en veelzijdigheid van B.O.X. illustreerde. Theuns en zijn gezellen, gewapend met archaïsche werktuigen als een harp, viola da gamba, cornetto, serpent en tuba, nodigden lokale guest stars uit, onder wie Tsar B, de West-Vlaamse rapper Brihang en Felix Machtelinckx, de voorman van Tin Fingers. Hun nummers werden volledig uitgekleed en van nieuwe haute-couture voorzien. Die methode bleek prima uit te pakken: de ballads van Justine Bourgeus, doorgaans actief in de elektronische dancesector, bleven ook in hun akoestische gedaante moeiteloos overeind. Toen haar wendbare stem en oosters aandoende vioolspel het gezelschap kreeg van een klassiek koortje, was de pioniersgeest van Björk niet meer veraf. De poëtische rhymes van Brihang (‘Morsen’, ‘Widder’) hielden dan weer stand zónder geprononceerde beats en lieten zich moeiteloos combineren met een theorbe of speelgoedpiano. Een bewijs dat ook minder vanzelfsprekende huwelijken kans op slagen hebben.

Net als andere (ex-)leden van Arcade Fire, zoals Owen Pallett en Sarah Neufeld, probeert nu ook Richard Reed Parry het als kleine zelfstandige. De Canadese multi-instrumentalist werkte eerder al samen met The NationalSufjan Stevens en het befaamde Kronos Quartet en kwam enkele maanden geleden op de proppen met ‘Quiet River of Dust’, het eerste deel van wat een tweeluik moet worden, geïnspireerd door Britse folk en Japanse mythen over geesten. Parry, die op het podium zong en akoestische gitaar speelde, voelde zich, met de ruggensteun van B.O.X., als een kind in een snoepwinkel. Hij speelde zijn tintelende, heerlijk excentrieke liedjes als een soort suite waarvan de onderdelen aan elkaar werden geklonken middels elektronische drones. Zijn weelderig  georkestreerde set hield het midden tussen meditatief en uitbundig. Net toen onze aandacht dreigde te verslappen, bracht Parry weer  leven in de brouwerij door het publiek tot enige zangstonden te verleiden.

De Amerikaanse Hanna Benn liet zich al opmerken via platen van Son Lux en opereert in het grensgebied tussen elektronica, r&b, gospel en opera. In deSingel manifesteerde ze zich met haar hoge, etherische stem vooral als geestesgenote van FKA Twigs, Julia Holter en Julianna Barwick. ‘I’m gonna build a vibe’ beloofde ze, en ze hield woord: tijdens haar solo-performance, waarvoor ze gebruik maakte van een laptop, keyboards en elektronische effectapparatuur, creëerde ze haar eigen engelenkoor en putte ze uit haar vorig jaar verschenen ep ‘Divide’, met het indringende ‘Unfasten’ als hoogtepunt. Benns glitchy beats joegen je zeker niet hals over kop naar de dansvloer, maar omheinden een spanningsveld tussen warm en glaciaal waar het aangenaam toeven was.

Sinds vorig jaar weten we: B.O.X. heeft iets met IJsland. Dit keer stuurde het collectief dus een uitnodiging naar Högni Egilsson, bekend als opperhoofd van de barokke popgroep Hjaltalin en gastzanger bij de populaire danceband GusGus. Högni, die in ons land opgroeide en school liep in Tervuren, schrijft muziek voor film en theater en heeft met ‘Two Trains’ een puike soloplaat uit. In Antwerpen speelde hij zijn mijmerende, bedachtzame songs op piano, maar na een poosje kreeg hij assistentie van een blazer en enkele strijkers van B.O.X., wat bezielde versies opleverde van ‘The Sea Within’ en ‘Break-Up’. 

De set van Pétur Ben, één van de beste singer-songwriters die Noord-Europa rijk is, ging evenmin ongemerkt voorbij. Hij bracht uitsluitend gedreven nieuwe liedjes, bestemd voor de binnenkort te verschijnen opvolger van ‘God’s Lonely Man’ uit 2012, waarop B.O.X. een voorname rol zal spelen. Ben wees afwisselend naar folk, blues en rock, combineerde grofkorrelig gitaarspel met gevatte teksten en was gul met kwinkslagen. Wie hoogwaardige songs uit zijn mouw weet te schudden, type ‘The Great Big Warehouse in the Sky’ (over bandeloos feesten ten tijde van oorlog) of ‘Skinny Girl in A Fat Boy’s World’ (over vrouwen die niet over zich heen laten lopen), verdient gewis uw luisterend oor.

miXmass was andermaal een feest waar muzikale cocktailshakers de lakens uitdeelden en ontdekkingsreizigers zonder oorkleppen zich met plezier dronken lieten voeren. Een B.O.X.-wedstrijd met uitsluitend winnaars in de ring: het wordt stilaan een jaarlijkse traditie. Graag méér van dat in 2019.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: