Parkway Drive in Vorst Nationaal

, door ()

455
parkway drive 1200
© Photonews

De ruim 8.000 beschikbare plaatsen van Vorst waren lang niet allemaal volzet. De bovenste ring bleef zelfs dicht, maar dat kon de pret niet bederven voor de Aussies, en ook niet voor wie wél een kaartje had gekocht. Zanger Winston McCall was oprecht blij met de talrijke opkomst, zonder twijfel de grootste ooit voor een Belgische zaalshow van de band. Die opkomst was nog steeds even divers als altijd bij Parkway Drive: uiteraard veel mannen met baarden en mensen die hun klantenkaart bij Tattoo Tuur al meermaals gevuld hebben, maar ook een massa jongens en meisjes die zo weggelopen lijken van hun veganistische, glutenvrije communiefeest. Verder ook nog minstens één koppel van om en bij de 70 én een knaapje van een jaar of zes. Op de arm van papa, vuistje in de lucht. De toekomst lijkt verzekerd.

Maar goed, we waren hier voor de muziek, niet voor een antropologische studie. Aftrappen deden onze tegenvoeters met ‘Whishing Well’, de opener van de nieuwe plaat ‘Reverence’. Wie nog twijfelde waarom hij of zij hier ook alweer was, werd meteen ter orde geroepen. Zeg maar gebruld, want de orkaan die uit het keelgat van Winston McCall komt, is behoorlijk indrukwekkend. Even bekomen was er niet bij want daar volgde het stadionanthem ‘Prey’ al, met zijn meerstemmige en uiterst meezingbare refrein. Toen we dat nummer voor het eerst hoorden, konden we een lichte frons niet onderdrukken. Stadionrock is niet meteen waarom wij Parkway Drive opleggen, maar het wérkt wel.

Voor Parkway-fans is ‘Carrion’, een song uit 2007 alweer - een tijd waarin veel concertgangers van gisteravond nog luiers droegen - zo’n beetje wat ‘One’ is voor Metallica-fans: kippenvel van de eerste tot de laatste noot. Ook deze keer zouden we niet uit de toon gevallen zijn in de afdeling gevogelte van de plaatselijke supermarkt. Later volgden nog oude knallers als ‘Idols and Anchors’, ‘Karma’ en ‘Wild Eyes’. Kan iemand onze nek even komen rechten?

Parkway Drive is sinds ‘Ire’ een wat andere koers gaan varen. Het mag allemaal wat theatraler, zelfs met koortjes, strijkers en meerstemmige zangpartijen. Dat heeft hen een handvol oude fans gekost, maar nog veel meer nieuwe fans hebben de groep in de armen gesloten. Zij zagen gisteravond in Vorst bij ‘Writings on the Wall’ zowaar een strijkkwartet de band vervoegen, vier meter hoog op hydraulische platformen. Nog een kippenvelmomentje toen Winston McCall plots aan de andere kant van de zaal opdook, geflankeerd door een celliste, voor het ingetogen ‘The Colour of Leaving’. Met niks dan een volgspot op hem en verrassend frêle vocalen kreeg hij de zaal helemaal stil. ‘You never miss your shadow until you’re alone. Alone in the dark’ zong hij met een krop in de keel.

Vuurwerk, knallen, metershoge vlammen en luide gitaren lieten er evenwel geen twijfel over bestaan: dit was een snoeiharde, retestrakke metalshow, geen gezondheidsuitstapje voor mensen met een zwak hart. ‘Crushed’ en tot slot ‘Bottom Feeder’ lieten de zaal nog eens helemaal ontploffen, waarna duizenden fans met een gelukzalige glimlach op de lippen en stramme spieren de Brusselse nacht werden ingestuurd. ‘Hoe vinden jullie de show vanavond?’ vroeg Winston McCall. ‘Ik vind ‘m perfect.’ Zó ver willen wij niet gaan, want daarvoor hadden we liever op een andere plaats gekeken dan in die betonnen bunker die Vorst Nationaal is - het geluid was stúkken beter toen wij hen voor het laatst in de AB zagen.

Dat kost een halve ster. En dat niemand - níémand! - een opblaasbare krokodil bij had, toch een onmisbaar item op elke Parkway-show - kost nog een halve ster. Maar de vier sterren die overblijven zijn dubbel en dik verdiend.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: