Gitaren houden stand op de tweede dag van We Are Open

, door ()

130
a&
© Koen Keppens

Tussen alle Kendrick Lamars en Ariana Grandes van deze wereld, is het vandaag niet meer evident om als jonge gitaarband als relevant – laat staan hip – gezien te worden. Tenzij je naar Japan verhuist, misschien – daar staat plots een vijfentwintig jaar oud nummer van Dinosaur Jr. in de hitparade. Na een eerste dag vol hiphop en moderne jazz, stonden op zaterdag de zes snaren centraal in Trix. En nee hoor, gitaarmuziek is helemaal niet ten dode opgeschreven. Fake news.

De vergelijking met The War on Drugs is niet uit de lucht gegrepen, maar zaterdag deden The Calicos (★★★☆☆) evengoed denken aan Neil Young of Nick Drake ten tijde van ‘Bryter Layter’. Of Wilco. En ja, dat zijn serieuze complimenten. De Antwerpenaars zullen nooit eigenhandig de gitaarmuziek redden, dat niet. Hun folksongs klonken zelden verrassend, maar des te meer herkenbaar en zelfs geruststellend. De jongens deden trouwens geen moeite om er rock ’n roll uit te zien; in hun kostuums leken ze meer op een bende hippe advocaten die na een drukke werkdag heil zoeken in de muziek. Grappig: op een zeker moment stond de bas veel te luid, waardoor de band per ongeluk even klonk als Radiohead in ‘Burn The Witch’. Dat was nogal… onwerkelijk.

 

Ook Jaguar Jaguar (★★★☆☆) was braaf, zij het op een iets frissere manier. Hun indiepop klonk dynamisch en werd haarfijn uitgevoerd. De bijwijlen gortdroge bas en knappe meerstemmigheid deden denken aan Balthazar – we strooien met complimenten vandaag -, maar de songs bleven iets te veel aan de oppervlakte hangen. Het trappelende synthriedeltje van ‘Kind’ was bijvoorbeeld erg leuk, maar nu ook weer niet zó leuk dat je er een hele song rond moet bouwen. Een veel te lange intro die neigde naar ‘Billie Jean’ had boeiend kunnen worden, maar bleef te veel binnen de lijntjes waardoor het een beetje slaapverwekkend werd. Hitje ‘So Long’ overtuigde wél: plots klonk de band springlevend en dansbaar, begeleid door melodieën die bleven hangen. Laat ons duidelijk zijn: Jaguar Jaguar barst van het talent, maar het moet er nog wat meer uitkomen. Dat de band nog maar acht maanden bestaat, zit daar misschien voor iets tussen. Niet overhaasten, boys!

 

El Yunque (★★★★☆) viel een tijdje geleden nog gemakkelijk te categoriseren onder ‘noise’, maar met hun laatste plaat ‘O Hi Mark’ begaven ze zich op zelden begane gronden. Ook zaterdag in de Bar klonk hun muziek als een uitgestrekte donkere vlakte waar achter elke rots of vermolmde boom verrassing en gevaar schuilden. Het repetitieve samenspel tussen percussie en bas werkte hypnotiserend. De onheilspellende gitaar en scary synthriedels leken uit een benauwende nachtmerrie geplukt. En dan was er nog een oude telefoon die de stemmen vervormde. De dreigende stem van gastzangeres Fenne Kuppens (Whispering Sons) tijdens het tweede deel van de ‘Siri’-trilogie, paste perfect binnen het plaatje. El Yunque is een belévenis die je tot diep vanbinnen voelt. Uiterst unieke band.

Wat Whispering Sons (★★★★½) in de bescheiden Club stond te doen, was een raadsel. Iédereen leek erbij te willen zijn, met opstoppingen en frustratie als gevolg. Wij waren wél op tijd, maar moesten daarvoor met pijn in het hart Almighty Mighty opgeven. Gelukkig was het dat meer dan waard.

Sinds ze in 2016 de gouden plak wonnen op Humo’s Rock Rally, heeft Whispering Sons nog serieuze stappen vooruit gezet. Met het knappe debuutalbum ‘Image’ onder de arm, brachten de Limburgers zaterdag genoeg avondvullend materiaal mee naar Antwerpen. Er zat geen enkele stinker bij, en de songs kwamen live nog stukken beter tot hun recht dan op plaat. Ja, de band brengt postpunk volgens het boekje, maar dan wel met een ongeziene intensiteit. De gitaren galmden door de zaal en deden naar adem happen, terwijl de kordate percussie grootser dan ooit klonk. Overweldigend. Fenne Kuppens is trouwens een betere, meer zelfzekere frontvrouw geworden, die altijd een stukje duisternis in zich lijkt te herbergen. Haar unieke stem klonk ijzingwekkend, vooral wanneer ze uithaalde. Dat deed ze het beste in de ronduit fénomenale afsluiter ‘Waste’. Lang geleden dat we zo’n meeslepende opbouw hoorden, met zo’n door merg en been snijdende finale. Whispering Sons is wereldklasse.

De genadeslag kwam van The Germans (★★★★☆). Hun loodzware eclecticisme was doorspekt met invloeden waarvan we niet eens wisten dat ze bestonden. Wat we wel herkenden: oosterse en Midden-Oosterse geluiden. Maar vooral: gitaren en drums die een laatste keer de Trix aan gort leken te willen rammen. Jakob Ampe schreeuwde oerkreten die tot op Linkeroever te horen waren, en Boris Zeebroek – vrijdag nog te zien als sidekick van Charlotte Adigéry – voorzag het geheel van manische synthttoetsen. Misschien was de set iets té volgepropt met hyperactiviteit, maar als dat hoogtepunten als ‘William’ oplevert, laten we ons met plezier uitputten. Je kon niet anders dan je overgeven aan The Germans, om vervolgens met de tong op de schoenen de Trix te verlaten.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: