Rufus Wainwright (Koninklijk Circus)

, door ()

105
rufus wainwright 21200
© Koen Keppens

Ik kwam vijf minuten te laat aan, dus tenzij ‘I don’t know what it is’ het eerste nummer van de set was, heeft die oen zijn naar mijn gevoel beste song niet eens gespeeld. En dat terwijl hij me als ik ernaar op eerdere toernees naar vroeg altijd voorhield dat hij die song enkel mét groep kon spelen, niet solo. Nu hàd hij godverthefuck een groep, en nog een hele goeie ook, en toch speelde hij diverse covers maar niet zijn eigen beste songs – ook geen ‘Art teacher’, tenzij dàt de eerste song van de set was. In die hele goede begeleidingsgroep zat overigens ook iemand die goede smaak heeft qua werkgevers: Gerry Leonard speelde lang bij ene D. Bowie en voorzag nu bijna alle song van Rufus van inventieve en altijd subtiele tierlantijntjes.

Het kan heiligschennis zijn, maar ik zeg het godverdomme nog eens: ik vind ‘I don’t know what it is’ beter en wil die song van Rufus Wainwright op een concert van Rufus Wainwright liever horen dan covers van ‘La chanson de Prévert’, ‘Across the universe’, ‘One man guy’ en ‘Both sides now’, hoe prachtig vooral die laatste cover ook was. En omdat die avond in Los Angeles Seal ‘Both sides now’ had mogen zingen, nam Rufus nu wraak. Het was overigens Rufus’ echtgenoot (koosnaam ‘Bunny’, zo leerden we uit Rufus’ mond) die het concert voor Joni Mitchells 75ste verjaardag organiseerde. Hij, rechts op de tribune gezeten, lachtte het luidst toen Rufus ‘Sword of Damocles’ met gevoel voor understatement en ironie aankondigde als ‘slightly political’.

Wat leerden we nog uit Rufus’ overwegend Franse bindteksten? Dat zijn moeder, wijlen Kate van de McGarrigle Sisters, de eerste vijf songs die hij schreef maar niks vond. En dankzij een technisch mankement waarvan de oplossing even op zich liet wachten, leerden we dat Rufus zich onlangs had laten masseren in Barcelona. Omdat de masseur (Manuel?) minder goed Engels sprak dan hij dacht, gaf hij Rufus de richtlijn ‘Inspire, expire, inspire, expire’ (hij bedoelde: adem in en uit, maar zei ‘Inspireer en sterf’). Even later vroeg de masseur ‘Do you like depression’ (hij bedoelde ‘Is de druk waarmee ik masseer goed of te hard?’ maar zei ‘Hou je van depressies?’)

Rufus speelde hele mooie versies van ‘Cigarettes and chocolate’ en ‘Poses’ (meteen ook de titel van deze toernee: ‘All these poses – 20th Anniversay Tour’). Voor de liefhebbers waren er ‘California’, ‘The tower of learning’, ‘Beauty Mark’, ‘Evil Angel’, ‘Imaginary Love’, ‘Grey Gardens (Tadzio)’, ‘Going to a town’ en een zinderend ‘Rebel Prince’.

Voor de Jani Kazaltzis in u meld ik nog even dat Rufus een onnozele snor en een beeldige glitterjas droeg – hij leek geleend van een miljardair vagebond.

Maar wat telt is: hier was niet alleen een superieur componist aan het werk, die op twintig jaar tijd een even intrigerend als ontroerend en divers oeuvre (geen te duur woord) bij elkaar heeft geschreven, maar ook een subliem zanger wiens frasering en stemcontrole ook bijdragen aan wie hij is: een absoluut unieke stem in de 21ste eeuwse popmuziek.

Wie er niet bij was om de zaal vol te maken: shame on you. Mocht, god verhoede, ook Rufus Wainwright morgen ten prooi vallen aan een of andere als medicijn vermomde drug of kloteziekte, zal heel de Benelux beweren dat ze erbij waren. Maar stiekem ben ik ook blij dat Rufus hier niet té beroemd is, want in landen met betere smaak kan je hem enkel nog zien in grote, minder charmante en minder intieme zalen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: