Dit waren de 8 boeiendste acts op BRDCST 2019 (Ancienne Belgique)

, door ()

89
a1
© Michelle Geerardyn

Voor het vierde jaar op rij organiseerde de Ancienne Belgique het experimentele indoorfestival BRDCST. Deze keer zonder klinkende headliners als Run The Jewels of Thundercat, maar des te meer gericht op ontdekking. Een gewaagde beslissing die helaas een zichtbare negatieve invloed had op de bezoekersaantallen. Ons niet gelaten: zij die er niet waren hadden ongelijk. Humo lijst voor u de acht boeiendste, uitdagendste en meest veelbelovende acts van het weekend op.

Bliss Signal ★★★½

© Francis Vanhee

Vorig jaar besloten grimeproducer Jack Adams (Mumdance) en blackmetalgitarist James Kelly (WIFE, Altar of Plagues) samen in zee te gaan. De Zwarte Zee. In het bruine Café Central – misschien niet de ideale locatie voor deze act – was het opvallend rustig voor aanvang van hun optreden. Stilte voor de storm: een paar minuten op voorhand werden de lichten gedoofd en vulde de ruimte zich met rook, terwijl in onze rug onheilspellende muziek kwam opzetten. En voor we het wisten, zaten we middenin de show.

Het was overweldigend hoe Kelly met zijn blote hand zijn snaren molesteerde om er oorverdovende, rauwe ambientgeluiden uit te slaan, terwijl Adams snoeiharde beats uitspuwde die meer dan eens naar hardcore neigden. Het geheel stuwde, bonkte en schuurde. Drie kwartier lang stonden felwitte, repetitieve lichtflitsen ons toe om twee silhouetten te ontwaren. Nee, geen idee hoe de mannen er uitzagen. We zagen wel hoe Kelly meermaals zijn gitaar stemde tijdens de show. Opvallend, want we hadden niet meteen het gevoel dat we naar noten aan het luisteren waren. Bliss Signal bewees dat noten niet nodig zijn. Mozart is overrated.

Steve Gunn ★★★★☆ 

© Michelle Geerardyn

Fragment uit de recensie van (ds), lees hier de volledige bespreking.

Het meest onder de indruk waren we van sobere, (semi-)akoestische nummers zoals ‘Stonehurst Cowboy’, over Steve Gunns overleden vader en het effect van de Vietnamoorlog op diens generatie, of het in open tuning gespeelde ‘Morning is Mended’. In beide gevallen etaleerde de artiest een verbluffende speeltechniek die menig aspirant-gitarist klamme handjes bezorgde. ‘Ik besef dat ik een nogal serieus imago heb, maar op tal van vlakken ben ik allesbehalve een droogkloot’, wilde Steve Gunn nog kwijt. ‘Dus, mocht u het zich afvragen: ik voel me absoluut oké.’ That makes two of us, Steve.

K Á R Y Y N ★★★½ 

© Michelle Geerardyn

Wanneer Björk haar bewondering voor je uitspreekt, komt er heel wat druk op de schouders te liggen. Het overkwam de Amerikaans-Syrisch-Armeense K Á R Y Y N, maar die leek daar in de AB weinig om te geven. Zelfverzekerd pakte de ex-leerlinge van Marina Abramović het karige publiek in. En dat als headliner van de eerste avond, amper een week na de release van haar debuutplaat.

Misschien herkent Björk wel iets van zichzelf in K Á R Y Y N. Die ongedwongen, eigenzinnige manier van zingen, bijvoorbeeld. Of hoe ze met die extravagante oorbellen en bezwerende armbewegingen als een nonchalante ijsprinses haar experimentele pop op het publiek losliet. K Á R Y Y N's stem is uitzonderlijk; het was al een tijdje geleden dat we nog zo’n goeie zangeres aan het werk zagen. Haar uithalen grepen zonder medelijden naar de keel – niet in het minst tijdens ‘BINARY’ – en het gemak waarmee ze afwisselde tussen borst- en kopstem was ronduit indrukwekkend. De complexe popmuziek stond bol van de slimme beats; nu eens repetitieve techno, dan weer een onverwachte reeks hartoverslagen. Oké, in het midden zakte de show even in elkaar toen ze énkel op haar stembanden ging teren, maar dat maakte K Á R Y Y N meer dan goed door af te sluiten met het uitmuntende ‘EVER’. Hou haar in de gaten.

Amnesia Scanner ★★★★½ 

© Michelle Geerardyn 

Indien u Amnesia Scanner niet kent en wilt begrijpen wat u nu gaat lezen, luistert u best eens naar hun nummer ‘AS Too Wrong’, met koptelefoon en op hoog volume. Het Finse duo is ánders dan de rest: we dagen u uit om een gelijkaardige artiest op te noemen. ‘As Too Wrong’ omvat hun sound misschien het beste: opzwepend, lawaaierig, luid en vol experiment. Toen we vorig jaar op de trein de song voor het eerst hoorden, stonden we aan de grond genageld. Live is Amnesia Scanner nóg overweldigender.

In de AB Club begonnen Ville Haimala en Martti Kalliala verrassend ingetogen aan hun set, en stonden vooral loeiharde bassen centraal. Om zo onze oren voor te bereiden op wat er nog zat aan te komen, vermoeden we. Daarna brak de hel los: overvloedige rook en gekleurde lichtflitsen van stroboscopen vervormden de omgeving tot een onwerkelijk geheel, een agressieve trip van drie kwartier die vooral culmineerde toen het duo zich op haast industriële wijze het dancehall-genre eigen maakte (‘AS Another Life’, ‘AS Too Wrong’). We zijn er nog niet goed van.

black midi ★★★☆☆ 

 

Sinds een dik halfjaar leeft er in de alternatievere gitaarkringen een enorme hype rond de piepjonge Londense postpunkband black midi. Niet evident met slechts 1 nummer op Spotify. Eerlijk? Toen de vier koters zaterdag op carnavaleske wijze het podium van de AB Club betraden op de tonen van ‘Since U Been Gone’ van Kelly Clarkson en getooid met overdreven grote cowboyhoeden, hadden we stiekem al zin om de hype keihard onderuit te halen. Het was er té hard voor gedaan. Wat volgde was echter uiterst genietbaar, dus moesten we onze gestrekte rechter inhouden.

Frontman Geordie Greep leek rechtstreeks van de schoolbanken te komen, maar klonk alsof hij al 40 jaar in het vak zit, ergens tussen het ludieke van David Byrne en het brutale van Sleaford Mods. Aanvankelijk leek hij de ster van de avond te worden, maar naarmate de set vorderde trad het muzikale zelf meer op de voorgrond. Black midi blonk uit in eclecticisme: door de abrupte tempowissels leken er na vijf minuten al vijf verschillende songs gepasseerd – van postpunk over funk tot jazz, maar altijd met een dreigende ondertoon. Drummer Morgan Simpson schitterde met zijn creatieve en afwisselende percussie, die enerzijds zwierigheid voorzag maar ook zijn ploegmaats formeel in het gareel hield. Oké, na een halfuur begon de krachttoer nogal vermoeiend te werken, net als het feit dat er geen enkele lijn in de songs zat, maar bij zo’n jong en getalenteerd gezelschap zien we dat graag nog even door de vingers.

Blanck Mass ★★★½

© Francis Vanhee

Benjamin John Power (Fuck Buttons) mag met zijn slordige baard dan wel op een afgeleefde rockster lijken, maar wat er in de AB uit zijn boxen kwam klonk jong en vooruitstrevend, fris en zweterig tegelijk. Soms dwong hij je in een donker claustrofobisch hoekje, om vervolgens bevrijdende, grootse synths op je los te laten. Even later namen prikkelende electronicatokkels een loopje om al snel getackeld te worden door angstaanjagend gespierde bassen. Nu en dan haalde hij een microfoon boven en schreeuwde hij de longen uit zijn lijf tijdens zware gitaarsamples. Nee, niet voor gevoelige zielen.

De visuals op de achtergrond – gaande van röntgenfoto’s van een hand tot iets wat leek op een close-up van een anus, versierd met pareltjes – waren belangrijk voor de show, aangezien Power anderhalf uur lang gewoon stilstond achter zijn laptop. De duur van de set was bovendien iets te lang, waardoor hij soms minder boeiende stukken leek te moeten rekken met een wel erg dynamisch verloop van mensen als gevolg. Maar oké: we gaan het kind niet met het badwater weggooien: Blanck Mass was klasse. Hij bedankte met een kushandje.

Kelly Moran ★★★★☆ 

De New Yorkse Kelly Moran ziet eruit als een saaie pianolerares, maar dan wel één met spijkers in haar zwarte vleugel. Letterlijk. De prepared piano-techniek die ze zich eigen maakte, vindt zijn oorsprong bij de intussen al 55 jaar geleden overleden avant-gardecomponist John Cage. Meer recent vind je het unieke, metaalachtige geluid terug bij Aphex Twin, die er gretig gebruik van maakte op zijn plaat ‘Drukqs’ (2001).

Dat Moran meespeelde tijdens Oneothrix Point Nevers meest recente tour, hoorde je terug in de dromerige ambient die ze in de AB Club inzette ter ondersteuning van haar uitdagende pianolijnen, die alle kanten leken op te gaan. De roosblauwe visuals, voornamelijk van wolken, gaven een mooie extra dimensie aan de muziek die bijwijlen op zich al adembenemend mooi was. Het publiek plofte zich neer op de vloer en genoot; zelden was het zo stil in de AB.

Whispering Sons ★★★★½

© Francis Vanhee

Wat kunnen we nog schrijven over Whispering Sons dat we niet eerder geschreven hebben? Dat het misschien wel de beste liveband is die ons land momenteel te bieden heeft. Dat Fenne Kuppens zich beter dan ooit lijkt te voelen in haar rol als frontvrouw. Ook gisteren sloop ze in de grote zaal dreigend over het podium, met haar kwaaie blik op het publiek gericht. Maar ze deed ook hypnotiserende dansjes en haalde meermaals verschroeiend uit met haar stem, en dat alles in een perfecte symbiose met de muziek die haar kompanen voorzagen.

De postpunk van Whispering Sons is dan wel erg donker, maar toch krijgen we altijd een euforisch gevoel als we hen aan het werk zien. De band straalt zoveel energie af op het publiek, en slechte nummers zijn amper te bespeuren in hun nog bescheiden discografie. Twee maanden geleden zagen we hen een quasi perfecte set spelen in Trix, maar hun show van gisteren duurde dubbel zo lang. We waren bang dat de verveling er daardoor zou insluipen, maar dat was nooit het geval. Hoogtepunt: de dubbele mokerslag ‘Wall’ en ‘Waste’, een ‘oude’ en een nieuwe publiekslieveling. Het – demografisch erg uiteenlopende – publiek reageerde uitzinnig: met Whispering Sons heeft ons muzieklandschap er een nieuwe chouchou bij.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: