Steve Hackett in Oostende: 'Een glimp en een echo van wat Genesis ooit was'

, door ()

32
steve 1200
© Alex Vanhee

Het publiek kon je dan ook onderverdelen in drie categorieën: zij die Genesis indertijd nog gezien hebben in de ultieme, originele bezetting met frontman Peter Gabriel en met Phil Collins op drums, zij die Genesis later zagen met Phil als frontman, en zij die via papa of opa wel de elpee kenden maar die geen flauw benul hadden hoe anders de beleving nu was omdat het hen aan vergelijkingspunten ontbrak.

Alleen wie doof is zal ontkennen dat Steve Hackett niet alleen technisch perfect is, nog steeds, maar dat hij bovendien ook een heel inventief en veelzijdig gitarist is die opvallend-onopvallend een dozijn stijlen en tierlantijtjes in zijn spel verwerkt, terwijl andere gitaristen op slechts één van die stijlen carrière maken. Ik bedoel maar: Clapton is god, maar Clapton is ‘slechts’ een meesterlijk bluesgitarist en geenszins zo veelzijdig of zo vernieuwend als Steve Hackett toen was.

Dat dit concert naar mijn gevoel toch een beetje een sof was, heeft verschillende redenen. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik tegen het publiek in ga, want die vonden het bijna allemaal geweldig en gaven Hacket en zijn huurlingen twee staande ovaties. Maar laat ons eerlijk zijn: Peter Gabriel (en zijn toenmalige kostuums, stunts en capriolen) doen vergeten doe je niet met Nad Sylvan, een elfentrol wiens stem bij mistig weer en vanop grote afstand op die van Gabriel lijkt, maar die diens charisma, stempotentie en podiumprésence mist. En de overige muzikanten waren technisch zeer competent, maar ook niet meer dan dat. De nieuwe drummer kon geenszins tippen aan Phil Collins of Chester Thompson, en de eenmansblazerssectie liep naar mijn gevoel vaak in de weg, zeker als hij weer eens een clarinetsolo pleegde.

Misschien was het omdat ik als prille puber wél ‘The Lamb lies down on Broadway’ toernee in het Sportpaleis zag, wat een geweldige indruk maakte, en omdat ik later ook Genesis in Vorst Nationaal zag op de toernee die werd vereeuwigd op het machtige ‘Seconds Out’.

En laat ons eerlijk zijn: de eerste helft van het concert, toen Hackett een uur lang solowerk bracht, was een lang lang uur, want harmonisch en technisch indrukwekkende composities zoals ‘Spectral Mornings’, ‘Tigermoth’ en ‘The virgin and the gypsy’ verzinken toch in het niet bij het beste van Genesis. In die zin was dit concert een masterclass in songs schrijven én een les in de beperkingen van progressive rock. Met name: zonder onweerstaanbare melodie zijn het enkel te veel noten op een hoop, hoe perfect die noten ook gespeeld worden. Dit was overigens het eerste concert van de toernee, en met name zanger en drummer lieten wat steken vallen, zodat ‘I know what I like’ niet het verpletterende hoogtepunt was dat het had moeten zijn. (Overigens: voor wie zich afvroeg of het mogelijk is om een goeie song te schrijven over een grasmaaier – bij deze).

Het was overigens naar schatting duizend concerten geleden dat ik nog een drumsolo had gehoord (waren die niet door de Wereldgezondheidsorganisatie verboden?) en daaruit bleek weer het verschil tussen een competent muzikant en een echte artiest: Collins en Thompson drummen melodisch en harmonisch en vertellen een verhaal, terwijl deze huurling slechts copieerde en etaleerde. Ook de keyboardspeler demonstreerde het verschil tussen technische kennis en echte creativiteit: niet alleen bedàcht Tony Banks al die prachtige pianoriedels, hij speelde ze ook met meer brio, dynamiek en attaque.

Het nadeel van een plaat, hoe goed ook, integraal spelen is dat ook de mindere tracks de revue passeren. En sommige pompeuze mythen & sagen teksten hebben de tand des tijds minder goed doorstaan dan andere. Behalve de integrale ‘Selling England by the Pound’ gooide Hackett er ook nog ‘Dance on a volcano’ en ‘Los Endos’ tegenaan. Allemaal prachtig, maar slechts zus en zo in vergelijking met wat het ooit was.

Nee, de bittere realiteit is dat het voorbij is: pas nu het minder is, besef je ten volle hoe groots de originele Genesis was. Ook al beseffen heel wat jongere mensen die pas nà de punk naar muziek begonnen te luisteren dat natuurlijk nog steeds niet, omdat de punkers systematisch al wat aan hen vooraf ging platbrandden en verketterden (ook al, zoals Hackett terecht en monkelend opmerkte, luisterde de hypocriete opperpunk John Lydon stiekem thuis wél naar Genesis en Pink Floyd).

Een goed concert, maar niéts in vergelijking met wat het ooit was. Ik zei het al eerder en ik vind het eerlijk gezegd een droeve, ontnuchterende vaststelling: binnenkort zijn alle levende legenden uit de popmuziek van tussen pakweg 1965 en 1990 uitgeblust, seniel, rheumatisch of dood, en zullen de huidige en latere generaties muziekliefhebbers het moeten stellen met hologrammen, musicals, tribute bands en zonen die het repertoire van hun vaders spelen - de hélft van de acts in de agenda voor 2019 van het Casino Kursaal zijn tribute acts! Geen van die opties lijkt me een prettig vooruitzicht. En geen van die opties zal ooit meer dan een glimp en een echo tonen van wat het ooit was.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: