Aldous Harding bezorgt ons rillingen langs de ruggengraat in de Botanique

, door ()

144
vrijbeeld

Zo fragiel als ze eruitzag in haar zwarte bloesje en witte, hoog getailleerde pantalon, zoveel ontzag boezemde Harding in. Tussen de nummers hingen er minutenlange stiltes terwijl de gitaren gestemd werden en Aldous van haar Red Bull nipte. De dames naast ons durfden niet gewoon te fluisteren, en deden dat dan maar in elkaars oor. We hadden bijna het woord ‘intimiderend’ gebruikt voor de staarwedstrijdjes die ze doorheen het hele concert met de eerste rijen aanging.

Als ze het over de sound van haar platen heeft, beweert Harding dat ze liever elementen wegsnijdt dan toevoegt, en dat was live niet anders. Haar vierkoppige band rantsoeneerde de noten en akkoorden, en zorgde zo voor extra diepte in Hardings eigenzinnige folkpop: shakers loodsten schwung binnen in uitschieter ‘The Barrel’; de gitaarsolo aan het eind bleek ultrakort en splijtend. Het moment dat Hardings stem naar de ijle, engelachtige hoogten van het refrein van ‘Zoo Eyes’ tuimelde, baanden de rillingen zich een weg langs onze ruggengraat. Ook erg mooi: ‘Treasure’, met die behoedzame piano erbij, en ‘Damn’, waarvoor Harding samen met de keyboardspeelster achter de toetsen kroop. Of ‘Weight of the Planets’ – exotica voor muurbloempjes om diep in de nacht toch een paar aarzelende danspasjes op uit te proberen. Of hoe Harding en haar akoestische gitaar in ‘Heaven Is Empty’ al die kubieke meters lege ruimte tot aan de nok van de Rotonde vulden met stille wanhoop en freaky dromen.

Ook opvallend: de Nieuw-Zeelandse adopteerde – op plaatopener en recentste single ‘Fixture Picture’ na – zomaar haar hele nieuwe album (in de juiste volgorde) als setlist. En als de ‘Designer’-songs op waren, zette de band gewoon de eerste track van de vorige plaat in: een snedig ‘Blend’ uit ‘Party’.

Aldous Harding fascineerde tot de laatste seconde. Omdat in haar liedjes ‘intens’ en ‘intiem’ op een wonderlijke manier synoniemen worden. Omdat die liedjes zo goed zijn, uiteraard. En omdat ze lak heeft aan verwachtingen en je daardoor voortdurend het gevoel geeft dat er iets niet helemaal klopt. Harding struinde niet aimabel, niet arrogant, niet verlegen en al zeker niet wild enthousiast over de planken. In driekwart van de songs leek ze zo diep in zichzelf verzonken dat je je afvroeg of ze nog wel daar was, op het podium, bij jou. Je hoorde ze ‘I don’t know how to behave / reacting, fists dangling / about the same time every day’ zingen in ‘Pilot’, en je vroeg je af of die ‘same time every day’ misschien nu aangebroken was. Haar bescheiden ‘merci’s’ staken fel af bij die gedecideerde ‘no’s’ en ‘ik kan ook gewoon weggaan’ als reactie op een paar voorzichtige verzoekjes uit het publiek tijdens de eerste bisronde. We kregen wél een trage heliumversie van Gerry Rafferty’s gouwe ouwe liefdesverklaring ‘Right Down the Line’ voorgeschoteld, met zoveel overgave gezongen dat er een ondertoon van verstikkende dreiging in sloop.

Niets is wat het lijkt, en niets lijkt wat het is in het universum van Aldous Harding. Volgende keer gaan we weer luisteren en kijken.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: