Loyle Carner in de Botanique: het Ketnet-wrappertje van de Britse hiphop

, door ()

60
a1
© Illias Teirlinck

Lees hier ons interview met Loyle Carner

‘Trager praten!’ smeekte een meisje dat kennelijk moeite had Loyle Carners sappige, met olijke glottisslagen doorspekte rateltaaltje te ontcijferen, tot jolijt van de andere fans in de Botanique. De übersympathieke Londense rapper kon erom lachen en begon zelfs karikaturaal traag te praten om het verwarde dutske te jennen. Tja, je kan maar beter je Engels oppoetsen als je Carner wil volgen. Zijn hartverwarmende, tussen beat poetry en spoken word laverende raps liggen een kratertje verwijderd van het Oxford English. Nu ja, Britse rapgoden als Mike Skinner of Dizzee Rascal hanteerden evenmin het Engels van the queen, dus waar hebben we het eigenlijk over?

’t Is anders wel een schatje, die Loyle. Werd tot voor kort door de naar street cred hunkerende rapfans wat scheef bekeken vanwege zijn kuise, familievriendelijke, aaibare liedjes over vrienden en familie. Of over psychologische problemen en relatieperikelen. Carner is geen hardleerse grime-rapper met een drugsverleden. Op zijn nieuwe plaat ‘Not Waving, But Drowning’ vertelt hij hoe het zijn hart brak toen hij het ouderlijk huis verliet om bij zijn nieuwe vriendin in te trekken. De hechte band die hij met zijn moeder heeft, kwam onder druk te staan. Maar kijk, zij suste hem met een pakkend gedicht dat de plaat elegant afsluit. In Brussel hurkte Carner neer om zijn bekentenis aan zijn moeder nog eens over te doen, in ‘Dear Jean’. ‘Oh, but listen, I ain’t moving out as such’, prevelde hij tot het kransje vertederde meisjes op de eerste rij, ‘Just moving half my clothes, maybe louder stuff / Out the south, out the house, never out of touch’. Iemand nog een ideale schoonzoon nodig?

 

Klinkende namen

Elders, in met seventiessoul en organische funk beladen liedjes zoals ‘You Don’t Know’, ‘Angel’ of de publieksfavoriet ‘Ain’t Nothing Changed’ reanimeerde hij de jazzy ninetieshiphop van Digable Planets en A Tribe Called Quest. Een pianist voegde een vleugje fusion toe, een basgitarist legde lome loopjes neer, de dj hield de beats zwoel en blunted, ideaal om er een pufje van de pretsigaret bij te nemen. Jazeker, dat deed orthodox aan, evenals onverrichterzake knus en troostend. The Pharcyde zonder de vileine grapjes. Gang Starr op kousenvoetjes. Je bent een hiphopnostalgicus of je bent het niet.

Beetje vreemd toch dat de klinkende namen die ‘Not Waving, But Drowning bevolken uit de sampler kwamen in Brussel. Vooral omdat het de stemmen zijn van de hippe, jonge goden uit de hedendaagse Britse soulscene. Toen Carner begin deze maand concerteerde in The Roundhouse in Londen draafden ze natuurlijk wél allemaal op voor een livespotje: Tom Misch, Sampha, Jorja Smith en Jordan Rakei. Je kan niet verwachten dat al die zangers met hem mee op tournee komen, maar Carner had bijvoorbeeld wel één heel goeie soulzanger(es) mee door Europa kunnen nemen die alle partijen zingt. Massive Attack, Tricky en The Roots deden het hem in het verleden al voor. Tal van high profile-rappers ook. Nu stond je te kijken naar een wat meewarig shakende Carner die eigenlijk niet goed wist wat te doen tijdens de gesampelde zanginterludia, buiten zeggen hoe goed hij die bijdragen vond.

 

Ketnetwrapper

Tja, het is niet moeilijk om kritisch te zijn voor Carner. Zijn liedjes zijn wat tandeloos, ja, en bij momenten te donzig. Hoe warm en vertrouwelijk zijn stemkleur ook moge zijn, erg veel variatie zit er niet in waardoor zijn vertolking na een tijdje wat eendimensionaal aandoet. Op plaat lost hij dat op door bovenvermelde, erg getalenteerde gastzangers voor kleur te laten zorgen. Live bleek het moeilijker om genoeg variatie in de set te houden.

Maar kijk, in de rotonde van de Botanique at het publiek uit zijn hand. Omdat hij zich zo ongecompliceerd en toegankelijk opstelde. Zijn gevlei deed authentiek aan (‘Het publiek in Parijs gisteren was whack, maar Belgen zijn echt mijn favorieten’), ook al weet je natuurlijk niet wat hij straks de Berlijners en de Amsterdammers zal wijsmaken. Zijn onbeholpen verhaaltjes over zijn moeder charmeerden beslist. Zijn brede glimlach en malle dansjes deden de rest. Een funky Kuifje, quoi. Het Ketnet-wrappertje van de Britse hiphop.

Nu en dan deed Carner diepzinniger en doorwrochter aan. Zoals in het pareltje ‘Ottolenghi’ (over de gelijknamige kok, ja, maar ook over racisme) of in ‘The Isle Of Aran’, dat imponeerde met zijn Jamie xx-achtige gospelsample. Of het felle ‘Looking Back’ waarvan de subbas onze ribben deed vibreren. Het in r&b gemarineerde ‘Loose Ends’ trok een streep onder dit sympathieke concert. ‘Fuck brexit!’, riep Carner nog terwijl hij het podium verliet. Dat is erg grappig omdat hij desondanks een doetje blijft. Zij het eentje om op te vreten.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: