Little Steven & The Disciples of Soul in de AB: Een bruisend feest van nostalgie

, door ()

341
1200
© Alex Vanhee

Miami Steve Van Zandt, 68 intussen, is het type dat in zijn leven al zoveel gedaan heeft gekregen, dat je hem ervan verdenkt 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 wakker te blijven. De man is -even diep ademhalen- zanger, gitarist, songwriter, producer, label-eigenaar, radiomaker, scriptbedenker, regisseur én acteur in succesrijke televisiereeksen als ‘The Sopranos’ en ‘Lilyhammer’. Bovendien legde hij, samen met zijn jeugdvrienden Bruce Springsteen en Southside Johnny een halve eeuw geleden het fundament van de Jersey Shore sound, een aanstekelijke mix van rock, soul en rhythm & blues.

In de jaren tachtig en negentig maakte hij, op momenten dat The Boss het wat rustiger aandeed, een handvol fijne plaatjes met The Disciples of Soul, een gezelschap waarmee hij de soulrevues uit de hoogdagen van Stax en Motown weer tot leven wekte. Daarna nam zijn tv-carrière echter zoveel tijd in beslag dat zijn muziek naar de achtergrond werd verdrongen. Twee jaar geleden nam Little Steven eindelijk de draad weer op met het succulente ‘Soulfire’, een plaat waarop hij een hoop nummers die hij ooit uit zijn koker had geschud ten behoeve van Gary U.S. Bonds, Darlene Love en Southside Johnny, nu zelf opnam. En om te tonen dat het hem menens was, kwam hij vorige maand op de proppen met ‘Summer of Sorcery’, zijn eerste langspeler met nieuw materiaal sinds twintig jaar.

Op dat eclectische werkstuk reconstrueert Van Zandt de zomer waarin hij voor de eerste keer verliefd werd en zich bewust werd van de onbegrensde mogelijkheden die het leven voor hem in petto had. ‘Sorcery’ is een reis naar een tijdperk waarin alles nieuw en opwindend was. Dit keer geen politieke of maatschappijkritische boodschappen: iedere track heeft iets van een sequentie uit een film over onschuld, verbeelding, straatromantiek en lust.

In Brussel verscheen Little Steven op het podium met een soepel spelende, veertienkoppige band, waarin drie hormoonverstorende backingzangeressen en vijf blazers –jawel, Van Zandt was helemaal betoeterd!–voor het nodige spektakel zorgden. Samen met de overige muzikanten bouwden ze aan een Spectoriaanse wall of sound waar geen sloopkogel tegen bestand was. De soul-meets-guitars-aanpak van het gezelschap was één en al veerkracht en energie. De zanger, uitgerust met een raspende stem die het midden hield tussen Springsteen en Tom Petty, toonde zich een bevlogen frontman, maar dan wel één die ook zijn gezellen liet schitteren. Het soleren liet hij meestal over aan gitarist Marc Ribler en ook de hoogbejaarde toetsenman Lowell ‘Banana’ Bevinger, bekend van de sixtiesgroep The Youngbloods, kreeg regelmatig een plekje in de schijnwerpers.

De stilistisch gevarieerde songs waren bestoven door de muziek waar Steve Van Zandt zelf mee was opgegroeid en deed dermate vertrouwd aan dat we van stijloefeningen of zelfs pastiches zouden durven gewagen. Zo hoorden we garagerock-met-doowopkoortjes (‘Communion’), latin met een Tito Puente-vibe (het onweerstaanbare ‘Party Mambo’) en Blaxploitation funk (‘Vortex’), werden we meegevoerd naar de zwarte fiftiesclubs in Chicago (‘I Visit the Blues’) en de girl group pop van The Ronnettes of The Crystals (‘A World of Our Own’). Tussendoor ontwaarden we echo’s uit het werk van Chuck Berry (‘Superfly Terraplane’), Gary U.S. Bonds (het vingerknippende ‘Love Again’) en Sam Cooke (‘Soul Power Twist’). U hebt het al in de gaten: The Disciples of Soul presenteerden een onnavolgbare synthese van vijftig jaar populaire muziekgeschiedenis.

Little Steven onderbrak zijn nieuwe songcyclus even voor een ode aan Southside Johnny, die zijn muziek de jongste twintig jaar levend had gehouden, en bewees en passant ook eer aan The Drifters en Leiber & Stoller (‘Little Girl So Fine’). Het samen met Springsteen geschreven ‘Love on the Wrong Side of Town’ groeide zelfs uit tot een hoogtepunt.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus kwam ook Steve-de-activist nu en dan om de hoek piepen. ‘Education’ droeg hij op aan iedereen die voor de klas staat (‘Leraar is het meest ondergewaardeerde en onderbetaalde beroep ter wereld, en toch hangt onze toekomst ervan af’). Er waren songs over apartheid (‘Sun City’), uitbuiting (‘Bitter Fruit’), dictaturen waar opposanten geruisloos verdwijnen (‘Los Desaparecidos’) en leugenachtige politici (‘The universal language is not English, it’s bullshit’) die je valse keuzes voorschotelen: ‘Zorg om het milieu en een vlot draaiende economie hoeven elkaar niet in de weg te staan. En ja, je kunt zowel vaderlandslievend als een wereldburger zijn’. Het op reggaebenen voorbij wandelende ‘I’m a Patriot’ werd dan weer opgedragen aan de jonge Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg.

Naast alle nummers uit zijn ‘Summer of Sorcery’ diepte Little Steven ook enkele oldies op, zoals het uit riffs van roestvrij staal opgetrokken ‘Camouflage of Righteousness’ en radiovriendelijke anthems, type ‘Forever’ of ‘Out of the Darkness’. Waar veel jonge bands dezer dagen al na vijftig minuten hun biezen pakken, huldigde Van Zandt een gezonde werkmansethiek en serveerde hij een wervelende show van tweeënhalf uur, die in een oogwenk voorbij leek te vliegen. Geen geringe prestatie voor iemand die nauwelijks hits heeft gehad. Alles stotterde en stuiterde, tintelde en bruiste. Er werd gedanst, gefeest en meegezongen en Little Steven toonde zich wars van sterallures. Twee jaar nadat hij de Roma plat had gespeeld, deed de man zijn kunstje in de AB nog eens over. En hoe! Dit was opwindende, organische old school rock-’n-roll waar geen speld tussen te krijgen viel. Niks nieuws onder de zon? Nope. Maar wat vanzelf al tijdloos is, hoeft voor ons niet trendy te zijn.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: