The B-52's in de AB: 'Een knalrode pruik , een fifties beehive en een glimmend eikelroos condoom met haaienvinnen'

, door ()

223
b52

Nu wordt natuurlijk elke beleving gekleurd door de persoonlijkheid en het verleden van de bespreker, en voor oudere jongeren van mijn generatie was dit concert onvervalst jeugdsentiment, zeker voor wie het grote geluk had om die legendarische avond in 1980 in Vorst Nationaal meegemaakt te hebben (de ‘Remain in Light’ toernee van Talking Heads én The B-52’s op één avond). En mochten The B-52’s de AB zes keer op rij hebben gevuld, ik zou vijf keer zijn gaan kijken en ik zou spijt gehad hebben van de gemiste zesde keer.

The B-52’s zijn briljant. Hoeveel groepen kan je noemen die een signature sound hebben? Bruce Springsteen of Van Morrison hebben die niét: Bruce en Van zijn ook briljant, maar hun muziek is ouwe rock ’n roll, r&b en blues die zij niet hebben uitgevonden. Het groepsgeluid van The B-52’s daarentegen is volstrekt uniek. Bedenk maar eens iets als ‘Rock Lobster’, durf het aan om zo’n silly song publiekelijk te zingen, en doe het dan ook nog zo goed dat het een undergroundklassieker wordt.

Hun backingmuzikanten waren niet de minste: de zwarte bassiste was een funky powerhouse, en de drummer was Sterling Campbell, bekend van minstens een dozijn klassieke platen, waaronder die van ene D. Bowie. Wat heerlijk ook dat Cindy, Fred en Kate alle drie zijn gezegend met het soort stemmen die elke zangleraar wegens te nasaal, te onvast en te schril zou omschrijven als ‘hopeloos’ toch bijdragen aan een uniek groepsgeluid.

De set (die veel te kort leek, altijd een teken van een goed concert) kende een paar minpuntjes, zoals het grappige maar muzikaal iets mindere ‘Funplex’ (‘The Mall form Hell’). Maar voor de rest passeerden alle heerlijke wacky weirdo wonderful klassiekers de revue: ‘Give me back my man’, ‘Roam’, ’52 Girls’, ‘Channel Z’, ‘ Private Idaho’, ‘Party going out of bounds’, ‘Love Shack’ en ‘Dance this mess around’ (‘…and do all 16 dances!’ – ik heb ze allemaal meegedaan: de Shugaloo, de Shy Tuna, de Camel Walk, de Hip-o-crit en de Hippy Hippy Shake).

Cindy en Kate waren in grote vorm en respectievelijk gehuld in een knalrode pruik , een fifties beehive en een glimmend eikelroos condoom met haaienvinnen. Doodjammer dat hun veel te vroeg aan aids bezweken broer Ricky, die bijna al deze supersongs componeerde, er niet meer bij was.

Ook Fred Schneider, de meest onorthodoxe frontman aller tijden, was voor een zeventiger erg goed bij stem. Hij leek verbaasd dat de Belgen zijn groepje zo’n warme ontvangst gaven – het was een van die concerten waar love in the air hing, een vibe die ook de groep nadrukkelijk uitstraalt, toen de lichten aanfloepten weerklonk trouwens ‘All you need is love’ van dat andere toffe groepje uit Liverpool. Het publiek slaagde er zelfs in om de B’s met ‘Hot Lava’ nog een derde, duidelijk niet op de setlist voorziene bisnummer af te dwingen.

En toen zei Kate Pierson ‘Thank you, Brussels…and goodnight.’ En goodbye, als we naam van deze toernee mogen geloven: ‘The Farewell European Tour’. Ik hoop dat dat een leugen is. Ik zou naar Planet Claire reizen om hen nog eens te zien.

Tot slot nog een korte hulde aan Seymour Stein van Sire Records, een visionaire platenbaas van de juiste soort, die niet alleen dit heerlijke combo maar ook Talking Heads, The Cure, Echo & the Bunnymen en The Pretenders een platencontract gaf toen niemand in hen geloofde.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: