LP in OLT Rivierenhof: een onverbiddelijke aanslag op de heupen

, door ()

259
vrijbeeld

Voorprogramma en Sint-Niklazenaar Jan Verstraeten is het tegenovergestelde van de roetsjbaan die later op de avond voorbijraast: de instrumenten staan in de “intiem”-modus, en de muzikanten hebben het geregeld graag traag. Van Destiny’s Childs floorfiller ‘Survivor’, bijvoorbeeld, maken zanger-gitarist- toetsenist Verstraeten en zijn band iets kleins, fijns en jazzy. Filmische popnummers als ‘Moonface’ en ‘Can It Be’ zijn van eigen makelij, en klinken broos. Met die droeve strijkers zijn ze nog wat weemoediger, maar wat later kan het Bossanova-ritme van ‘Stalker’ zo’n hoeveelheid melancholie wat counteren. De Oost-Vlaamse voorman is trouwens ook theaterschrijver en beeldend kunstenaar, en de lucht boven het halve amfitheater is grijs: voor een visueel ingestelde artiest moet dat de perfecte setting zijn voor al die tobberige nummers uit zijn ep ‘Cheap Dreams’. En dus hoor ik een fijn optreden waarbij ik af en toe moet denken aan These New Puritans op hun zachtmoedigst, en soms ook een beetje aan Nouvelle Vague.

De plaatjes van The Strokes en Rosalía die door de boxen knallen suggereren dat er daarna meer gefeest zal worden, en het concert van de Angeleno Laura Pergolizzi oftewel LP bevestigt dat. Da’s ook niet vreemd: als je voor onder anderen Rihanna en Christina Aguilera songs mag schrijven, moet je wel doorhebben welke hooks de luisteraars leuk vinden. Als enkele van jouw eigen nummers miloenen keren worden gestreamd op Youtube en de afgelopen jaren behoren tot de meest geshazamde, wéét je hoe je catchy refreinen maakt. De manier waarop de Californische die brengt is wel discutabel: haar lange uithalen durven de zenuwen van sommigen wel eens serieus op de proef stellen, maar anderen tolereren dat gegil omdat Pergolizzi’s moeder naar het schijnt een dominante operazangeres was.

Zelf hou ik niet zo van bombast, maar het moet gezegd worden: LP’s vocale acrobatiek stoort mij meestal niet, omdat ze vanavond fantastisch bij stem is. De bassist kan zich zo bij The Proclaimers aansluiten en de rest lijkt uit Riverdale weggelopen, maar spelen doet haar groep geweldig. Vanaf het dromerige, Fleetwood Mac-achtige ‘Dreamcatcher’ klinken de vier begeleiders achter de zangeres helder en strak. Straf! ‘Dreamer’ komt ook al uit de laatste plaat ‘Heart To Mouth’, maar brengt het er wat later minder goed vanaf: te cheesy!

Spijtig, want net daarvoor schudde het minder recente ‘When We’re High’ de boel met die vette groove een eerste keer los. De funk light die volgt blijft aan je plakken als een heel pak uitgespuugde kauwgom aan een schoenzool, en Steven Defour is een wuss als ik de grinta in de bluesy stamper ‘No Witness’ hoor. De vijf hebben er dus heel veel zin in, en in hun enthousiasme blijft de bende er soms over gaan. ‘Die For Your Love’ krijgt daardoor iets van een protserige arena rocker, en de het stukje ‘Paint It Black’ wordt gemolesteerd. Wél geinig: de flard van AC/DC’s ‘You Shook Me All Night Long’ die het zonnige én uitstekende ‘Girls Go Wild’ binnengesmokkeld is. Opnieuw iets minder geinig: een kitschy pianoballad.

Onderhoudend blijft het wel altijd: de deuntjes volgen elkaar in een rotvaart op. Ondertussen fantaseer ik dat Bob Dylan en Stevie Nicks ergens in de jaren ’80 een liefdesbaby maakten, met de volledig in het zwart gestoken krullenbol Pergolizzi als resultaat. Ze vindt trouwens alles tof en iedereen nice, en wil zelfs ongevraagd een op het podium gewaaid hoedje signeren! Ondertussen bespeelt ze af en toe de ukelele: ze doet dat goed, en het heeft ook iets aandoenlijk. Naar verluidt heeft ze de drang om constant te fluiten: dat valt gelukkig mee! En ondertussen klappen, stampen en shaken toeschouwers erop los. Kortom: ze hebben het naar hun zin!

Ik had het eerder over enkele jammerlijke uitschuivers, maar wat volgt zijn bijna alleen maar voltreffers met een erg hoog entertainmentgehalte. Er zijn nog het intieme ‘One Night In The Sun’ met die mooie blueslick, een fel rockend ‘Special’, een zompig ‘Muddy Waters’, en ‘Shaken’ is een onverbiddelijke aanslag op de heupen. Op het einde hoor ik de zangeres “We are all strange, and it ain’t never, never, ever gonna change” zingen, en uit de reactie van omstaanders maak ik op dat LP hen zo met een geruststellende gedachte de nacht instuurt.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: