Tindersticks in OLT Rivierenhof: de droefenis van een lukrake dronkenschap

, door ()

114
vrijbeeld
© Alex Vanhee

Dat moet niet gemakkelijk zijn voor Tindersticks, want wat geweest is, is niet te onderschatten. In de jaren negentig was Tindersticks immers een heel bijzondere groep. Buiten raasden grunge en britpop voorbij, binnen speelde een kamerorkestje, en croonde Staples torch songs over verloren liefdes en grootstedelijk ongemak. Zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen: they stood out like a sore thumb. De zes Britten zorgden voor een oase van rust in een hectisch decennium, deden je stilstaan midden al het lopen.

Van daar ging het aan het eind van dat decennium naar meer door soul beïnvloede muziek, maar langzamerhand was het vat af. Met Waiting For The Moon bracht de groep in 2003 zijn laatste album uit, om even de pauzetoets in te drukken. Het zou duren tot 2008, toen Staples met kern-Tindersticks Dave Boulter en Neil Fraser The Hungry Saw maakte. Vandaag zijn we alweer vier albums verder, een vijfde lijkt op stapel te staan, maar is nog niet aangekondigd. Nog voor één noot in het Rivierenhof weerklonk, wisten we echter al dat de groep in 2020 drie Belgische concerten zal spelen, en de setlist liet alvast wat nieuw materiaal horen.

Het mooiste was 'The Amputees', een nummer waarin Staples smachtte zoals enkel hij kan smachten. 'I miss you so bad', zong hij, en hoe haaks het vrolijke walsje van de band stond op zijn droefenis, hoe dieper het sneed. Boulter speelde een melodie op de marimba die je nu al van buiten kunt fluiten; dit nummer wordt een toekomstige sterkhouder. 'Pinky In The Daylight' werd wat jennerig aangekondigd: 'c'mon, give us some love. It might be good!'. Het had iets ouderwets, was meezingbaar, en liet alweer vermoeden dat die nieuwe plaat niet de meest hermetische wordt die de groep ooit uitbracht. En dat is goed, want wat daar rond uit het latere werk werd geput was mooi, maar miste het uitgesproken gezicht dat de vroegere songs hadden.

Natuurlijk was het bijna adembenemend hoe de groep met één noot van opener 'The Other Side Of The World' het rumoerige publiek stil kreeg. Zelfs met een B-elftal aan songs heeft Tindersticks je nog in een houdgreep. 'Like Only Lovers Can'  was geen 'City Sickness' maar net zo goed balsem voor de ziel. Fraser speelde een gitaartje dat je nooit meer vergeet; geen noot te veel, maar elke noot was wel nodig. 'Medicine' voelde alsof ze het speciaal voor ons bovenhaalden; iets met huiskamers, en hoe zelfs een klein amfitheater zo kan voelen.

'It's the wine that makes me sad, not the love I've never had / Or the things I've never seen, or the places I never been / It's the wine that makes me sad', croonde Staples in 'Factory Girls', en niets drukt beter de stemming van Tindersticks uit dan dat onbestemde droevige gevoel dat een lukrake dronkenschap kan oproepen; het is er gewoon. 'Old Man's Gait', nog een nieuweling, is zelfspot, nu de midlife crisis is uitgezweet. En een grapje kan er wel van af, als het publiek net iets te snel applaudisseert: 'laat ons nog even dat klein stukje spelen dat het afmaakt, anders blijft het zo hangen', glimlacht Staples; ever the gentleman.

Andere bands zouden zo gaandeweg het temp gaan opdrijven, Tindersticks vertraagt. 'She's Gone' en 'Willow' worden volledig uitgekleed, in 'We Are Dreamers!' mag drummer Earl Harvin voor een hoog contrapunt zorgen tegen de diepe bariton van de zanger. Hij doet het nog eens over in 'Show Me' waarin Fraser zijn gitaar dan toch eens mag laten ronken. Héél even wordt er met de spierballen gerold. Niet te veel, echter; het is alweer een nieuwe ballad – laten we  die 'Something For The Beauty' noemen – die de set mag afsluiten. 'Thank you', zegt Staples. En het licht gaat uit.

Veel meer moet een bisronde niet toevoegen. Een 'A Night So Still' waarin de melodica van Staples onhoorbaar is, een cover van 'Hushabye Mountain', en dan een vraag: 'What Are You Fighting For?' En dan zingt Staples 'There's a future coming up behind'. Zo is het ook. Hij weet al wanneer die nieuwe plaat er is, voor ons voorlopig een gok. Maar ja, er is een toekomst voor Tindersticks; fuck dus dat verleden.

Al mag een 'City Sickness' volgende keer àl-tijd, Stuart.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: