múm in de O-L-V-kerk van Laken: zinnenprikkelende indietronica die blijft charmeren

, door ()

53
vrijbeeld

Rond de eeuwwisseling gold múm als een gangmaker van het indietronicagenre, een mix van glitchy laptopgeluiden met weinig alledaagse akoestische instrumenten, zoals een zaag, strohviool, xylofoon, glockenspiel of melodica. De groep koppelde verknipte synthetische beats aan field recordings en ontwikkelde zo een vloeiende, intimistische maar altijd organische sound. Ieder detail droeg bij tot een sfeer die zowel glaciaal als warm aandeed, zodat múm al gauw in hetzelfde rijtje mocht aanschuiven als Aphex Twin en Boards of Canada. 

Het kwartet, destijds opgericht door Gunnar Örn Tynes en Örvar Smárason, die tot vandaag de kernleden vormen, blikt zijn platen bij voorkeur in met oude analoge spullen op bijzondere locaties (een vuurtoren, bijvoorbeeld) en experimenteert consequent met onorthodoxe opnametechnieken. Voor de muzikanten is dat vooral een middel om de verveling tegen te gaan, want hey, niets is saaier dan steeds hetzelfde kunstje te herhalen. 

‘Yesterday Was Dramatic –Today is OK’, de eerste  langspeler van múm, verscheen in IJsland op 23 december 1999 en is inmiddels twintig jaar oud: een prima alibi om nog eens de hort op te gaan. Tenslotte dateert ‘Smilewound’, het jongste werkstuk van de Iceys, al van 2013. Op haar in hoofdzaak instrumentale debuut goochelde de groep vaak met geluiden die je niet makkelijk thuis kon brengen. De nummers klonken complex, gelaagd en ook een beetje sprookjesachtig. Om die reden werd múm door een deel van haar landgenoten weggezet als ‘krútt’, wat zoiets als ‘schattig’ betekent. Het was een pejoratieve term voor introverte middle class kids wier aantrekkingskracht vooral te wijten was aan kinderlijke naïviteit en een vage hang naar nostalgie.

Op platen als ‘Finally We Are No One’ en ‘Summer make Good’ zou het vocale aandeel van de klassiek geschoolde tweelingzussen Kristin Anna en Gyda Valtysdottir steeds prominenter worden. Toen de eerste naar New York verkaste, waar ze kortstondig getrouwd was met Avey Tare van Animal Collective en een solocarrière begon als Kria Brekkan, en de tweede cello ging studeren in Sint-Petersburg en Basel, werd múm echter een collectief met steeds wisselende bezettingen. Gyda is intussen op het oude nest teruggekeerd. In Brussel mocht ze in haar eentje het publiek zelfs opwarmen met materiaal uit haar soloplaten ‘Epicycle’ en ‘Evolution’. Ze bespeelde haar cello rechtstaand, combineerde haar fluisterstem met vooraf geprepareerde backingtracks, stapelde instrumentale lagen op elkaar met behulp van een loop station en verkende zo het braakland tussen klassiek en impro.

Vooraf was gesuggereerd dat múm ‘Yesterday Was Dramatic –Today is OK’ integraal zou spelen, maar dat bleek niet te kloppen. Het werd veeleer een ‘Best of’-set, waarin alle platen van het, nu vijfkoppige, gezelschap aan bod kwamen. De meeste zangpartijen werden verdeeld tussen Ólöf Arnalds (ook actief op gitaar, bas en melodica) en Gyda Valtysdottir (cello en gitaar) en de dromerige, melancholische sfeer van de songs paste prima bij de neogotische architectuur van de bomvolle kerk. Als begaafde multi-instrumentalisten stonden de leden van múm overigens garant voor een rijke, gevarieerde sound. Nummers uit het debuut, zoals het filmische, op gruizige beats geplante ‘Asleep on A Train’ en het speelse ‘Awake on A Train’ klonken iets aardser en minder onbevangen dan twee decennia geleden. ‘This song is twenty years old now, it could be my father’, grijnsde Smárason. En inderdaad: de ervaring maakte het verschil. Bovendien was de line-up van múm niet meer dezelfde als in de beginperiode van de band.

‘There’s A Number of Small Things’ –‘Ja, er staat een grammaticale fout in de titel, maar daar waren we vroeger niet zo mee bezig’– steunde op een baslijn die naar New Order wees. ‘Nightly Cares’ klaterde voorbij als een pas ontsprongen bergriviertje, ‘The Ghosts You Draw on My Back’ leefde met zijn hoofd in enkele cellowolken, ‘Moon Pulls’ werd bijna volledig uitgekleed (ja, wij sloegen zedig de ogen neer) en ‘A Little Bit, Sometimes’ hield het midden tussen barok en zigeunermuziek. Dat de recentste nummers uit de set vrij dicht bij conventionele pop aanleunden, hoefde, sinds múm aan de zwier ging met Kylie Minogue, niet echt meer te verbazen. 

Tijdens ‘Slow Down’, een euforisch liefdeslied uit ‘Smilewound’, danste Gyda Valtysdottir als iemand die in het plaatselijke parochiecentrum net een cursus vrije expressie had gevolgd, terwijl ze zich in een andere song om de haverklap op de podiumvloer vallen – kunst, meneer! Het driestemmig gezongen ‘Blow Your Nose’ klonk dan weer zo braaf dat we in ons boekje het woord 'kleinkunst' noteerden. Met een uitroepteken, nog wel!

Gelukkig gebeurde er in de andere songs zoveel onderhuids, dat onze aandacht nooit helemaal afgleed. Zeker naar het einde toe, met nummers uit ‘Finally We Are No One’, zoal het sprankelende en schuimende ‘Green Grass of Tunnel’ en de enige bis, ‘We Have A Map of the Piano’, beseften we weer wat múm tot een unieke groep maakt. Ondanks enkele minder spannende momenten, was het dus een aangenaam weerzien. Voor wie in Brussel niet meer tijdig aan kaartjes kon komen: de IJslanders zijn zondagavond nog te zien in de kerk van Sint-Denijs in Zwevegem. Ná het zingen de kerk uit gaan, het is weer eens wat anders.

Zoek meer artikels over:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: