Ontroerend hard: onze tien om te zien van Desertfest in Trix

, door ()

212
a1
© Alex Vanhee

10. Wolvennest

Wierook en kaarsen, een heks met een theremin vooraan, haar vijf begeleiders kunnen – met in de rug beelden van zeeën en wolken – niet kiezen tussen ijle new wave, ambient en pronte metal, en ook niet tussen concert en ritueel. De gitarist rechts bIijkt echt van La Muerte te zijn, die met de hoed en de zonnebril links doet even denken dat Andrew Eldritch van The Sisters of Mercy tegenwoordig naar Brussel is verkast om via Wolvennest aan een nieuwe carrière te beginnen. Voor de goede orde: niet dus. De muziekkenner die ergens ‘black metal met krautrock’ zegt, moet het over een song hebben die wij hebben gemist, maar wij geloven het best: Wolvennest is een groep die heilig gelooft in de kracht van mengvormen. Heelder concertzalen zullen geheel vanzelf voor hen vollopen.

 

9. Grotto

De bindtekst aan het begin: ‘Winder zin Grotto van Izegem. Smoort maar genoeg.’ Die van een half uur later: ‘Ik hoop dat het een beetje luid genoeg is. Merci voor ’t komen… Ik ben mijn draad al kwijt… Eh, Izzegem.’ Daartussen geweldige spacerock om de draad bij kwijt te raken, en riffs snoeihard waar die snoeihard mogen zijn. Dat alles uit eh… Izegem.

8. Crayon Sun

Op hun gewoonst, als ze goede Mark Lanegan-disco brengen (in ‘Where Are You’ bijvoorbeeld), is Crayon Sun al straf. ‘The Bender’ is bijna een buikdans. Soms komt het einde van de wereld eraan, en loert overal de duivel. Een andere song draait gewoon rond de zin ‘Baby, set my soul free’. Big Daves stem klinkt meestal als de rest van de groep: bluesy, psychedelisch, for real! Eén keer klinkt hij als Anohni. Aldo Struyf speelt tegelijk op en met toetsen, snaren en knoppen, en vindt zijn eigen woestijn uit. Een mondmuziekje maakt alles af.

7. Eyehategod

Uit New Orleans, en da’s te horen aan de muziek uit de tv-serie ‘Treme’ in hun intro. Eigenlijk spelen ze snoeiharde nihilistenblues. Je hoort dat er onderweg van alles is gebeurd, maar je wilt er de details niet van kennen. Je wilt horen wat ze er muzikaal en qua energie al die jaren van gebakken hebben, en dat lukt, zij het voor een zaal die geeneens helemaal is volgelopen. Wie zich – zoals ik – nu nog wil laten verbouwen tot een Eyehategod-liefhebber, is wellicht lichtjaren te laat. Dedju!

6. Crypt Trip

Een trio uit Texas, ultra-schatplichtig (echt in de zin van zeer, zeer, zeer veel dank verschuldigd) aan Lynyrd Skynrd en The Allman Brothers. Wij hoorden zelfs heel even The Grateful Dead. Uitstekende groove, heerlijk kringelende sologitaar, goede songs, mooie wendingen, een set die van zacht naar stomend schakelt en opnieuw in de songstructuur landt. Crypt Trip is nog jong, maar klinkt alsof ze al sinds 1970 in een repetitiekot zitten te zoeken naar de perfecte combinatie zonder al die jaren ook maar één zier te geven om wat zich in de buitenwereld afspeelde.

5. Nebula

Doorheen hun classic ‘To the Center’ kringelt nog bluesrock. Op de songs van hun nieuwe plaat ‘Holy Shit’ (die worden gebracht met de energie van een klein stadiongroepje) staat van alles: grunge, retestrakke oldskool punk en stonerrock die ze ooit bij de bron zijn gaan betrekken, want Nebula woonde in Palm Springs, waar Kyuss en co. het genre uitvonden. Mensen zeggen soms: in deze muziek zijn de teksten van geen belang. Maar ik heb de zanger van Nebula in ‘Aphrodite’ wel in twaalf (!) woorden horen uitleggen wat er door het hoofd gaat van de gemiddelde smoorverliefde heteroseksuele man: ‘Woman! Get out of my head! Sweet lady! Get in my bed!’ Voilà!

4. 30,000 Monkies

De Beringenaren beginnen met de sample ‘Have you ever had a dream that you would… You could… You could… Do anything?’ En dan! Ik had een interview met deze jongens gelezen en verwachtte eigenlijk – mede omdat ze beweren champagnemetal te spelen – een concert van de Gestapo Knallmuzik van de sludge-doom-heavy psych. Dat liep anders uit. Hun momenten van rust zijn spooky als een muziekdoosje in een horrorkamer, hun grunts en mokerslagen komen kort maar krachtig. Alles lijkt at random te gebeuren, en toch lijkt niks aan het toeval overgelaten. Klinkt van de hak op de tak, en toch stroomde alles. In het Trix-café speelde een undergroundprent beter dan de film in de grote zaal ernaast. 30,000 Monkies is het scherpste mes van de lade. Hun concert was ontroerend hard.

3. Sleep

De zesde editie van de High Mass of the Ancient Riffage genaamd Desertfest sluit af met Sleep – die van 'Drop out of life with bong in hand’, die van ‘Dopesmoker’ dus. Het klinkt allemaal superprofessioneel. Welgemanierd haast, en aangenaam. Ik merk dat ik tijdens het concert een plek in mijn hoofd heb zitten om de balans op te maken. Vooreerst, aan gewichtigdoenerij, zelfdefiniëring en trendwatching doet op Desertfest niemand. Bij de merchandisingstands stonden twee mensen Grieks te praten. Bij de Vulture Stage werd permanent een fragment ‘2001’ van Stanley Kubrick vertoond, waarin de apen in de buurt van de monoliet een instrument om te doden (uit)vinden via een bot. Boven een pisbak hing een poster van een optreden in Trix van Tinariwen, mensen die in een heel andere woestijn wonen, namelijk de Malinese. En dan nog dit: Desertfest-muziek kan gewoon dromerig zijn of nogal trippy, relaxed of een beetje strakker, zwaar pessimistisch of gelaten, kwaad op de wereld dan wel blij met het gevecht voor een beetje vrede dat al is geleverd. De muziek kan stonerrock heten of niet, en komt bijvoorbeeld ook van artiesten die al dan niet onder de invloed zijn van het mystieke. Pas geleerd: er bestaat ook zoiets als stonegaze, de woestijnbroer van shoegaze. En ergens moet een groep rondlopen die Stöner Kebab heet.

2. Bongripper

In de aanloop naar Desertfest dacht ik: mocht het hier om een hoop tentoongestelde schilderijen gaan, ’t zal daar meer het werk op de rotswanden van de grotten van Altamira en Lascaux worden dan een retrospectief van Luc Tuymans. Maar het woordenloze trio Bongripper sleurde mij met hun beesten van riffs (waarop het soms lang wachten was, en dat is het hele ding), knal een schilderij van Mark Rothko binnen, ergens tussen twee in mekaar overlopende kleuren in. Waarna Bongripper – makers van de tracks ‘Slow’ en ‘Endless’ – die riff herhaalde, vervormde, zo voortzette, traag deed keren, uiteindelijk draaide, en daar weer herhaalde, varieerde et cetera.

In deze trage sludge-stoner-whatever-metal kruipen, is enigszins te vergelijken met door een dubgat vallen voor een muur van speakers van een reggae-soundsystem, en daarna lekker verder skanken. Het is ook niet zo anders dan de verschillende technosporen volgen die je in je hoofd hoort, en ze dan door een goede dj in en uit mekaar horen halen. Eigenlijk is het principe ook voor een groep die een plaat heeft gemaakt met de naam ‘Satan Worshipping Doom’ hetzelfde: het gaat om bewegen op zich immer herhalende en alleen in details variërende muziek. En die van Bongripper zijn daar gewoon heel goed in.

1. Ty Segall & The Freedom Band

'Ty Segall leek een grote puntzak songs bij zich te hebben, en we zijn een paar van de snoepjes vergeten die we daar in Antwerpen uit gekregen hebben. Herinneren we ons nog wel: ’Squealer’, ’Emotional Mugger/Leopard Priestess’, ’The Hand’, ’Feel’, ’The Feels’ (in de kern een song even mooi als één van The Beatles) en ‘She’ (de ‘Born to Be Wild’ van de krautrock, sowieso lang, live nog veel langer en verslavender).'

Lees hier onze uitgebreide recensie van Ty Segall & The Freedom Band op Desertfest.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: