Machine Head in Vorst Nationaal: een avond die eindigde op de tafel van de osteopaat met klachten van acute nekpijn

, door ()

329
vrijbeeld
© Alex Vanhee

We starten deze review met  een korte geschiedenisles. Alleen mensen die met rasse schreden de veertig naderen, of daar al een eindje voorbij zijn, weten dit nog: vóór de immer minzame Jan Hautekiet zich voorgoed tot de piano en lichtere muziekgenres bekeerde, was hij niemand minder dan de dondergod van de zware metalen in Vlaanderen en omstreken. Menig maandagavond brachten wij aan onze radio gekluisterd door, helemaal in de ban van ‘Metalopolis’, het hardrock- en heavy metalprogramma dat Hautekiet presenteerde op Studio Brussel. In dat programma leerde hij ons ook Machine Head kennen, de band die in 1994 met ‘Burn my Eyes’ de woelige tijdgeest wist te vatten zoals nog maar zelden een muziekgroep in eender welk genre al een tijdgeest had weten te vatten. Er gingen dat jaar geruchten dat Machine Head zou spelen op een concertavond georganiseerd door Metalopolis, maar plots was de band veel te groot en ging dat feest niet meer door. Tot zover de geschiedenis en de roddels. Here endeth the lesson.

Spoelen we even flink door - beeld u voor de aardigheid dat typische geluidje in dat een cassettebandje daarbij maakt - dan blijkt dat ‘Burn my Eyes’ intussen al 25 kaarsjes mag uitblazen. Een verjaardag die Machine Head niet ongemerkt wil laten voorbijgaan, en dus speelt de band haar meest succesvolle plaat ooit integraal live, zoals zoveel andere groepen dat al voorgedaan hebben. Bonus voor de fans van het eerste uur: voor deze feestelijke tournee haalde frontman Robb Flynn zijn kompanen van destijds ook weer van onder het stof. Drummer Chris Kontos, die al in 1995 zijn C4 kreeg, en gitarist Logan Mader, die er één plaat later ook de brui aan moest geven, zijn opnieuw van de partij. Dat beiden destijds niet zonder slag of stoot vertrokken zijn - er bestaan hardnekkige geruchten dat er weleens met een deur geslagen is - werd met de mantel der liefde bedekt. In filmpjes van repetities die band voorafgaand aan deze tournee loste, leken ze weer dikke maatjes. Misschien speelt het spijzen der bankrekening ook wel een rol, maar wij geloven vooral graag dat Kontos en Mader gewoon erg veel zin hadden om er goeie ouderwetse lap op te geven.

In tegenstelling tot het gros van de tournee tot nu toe was Vorst Nationaal niet helemaal uitverkocht. Fans kregen nochtans waar voor hun duiten, want voor Machine Head aan de integrale ‘Burn my Eyes’ begon, bracht de band in zijn huidige doordeweekse samenstelling - met gitarist Wacław Kiełtyka (Vogg voor de vrienden), bassist Jared MacEachern en de kersverse drummer Matt Alston - nog een dwarsdoorsnede van de hele discografie tot nu toe. Inzetten deden ze met ‘Imperium’, van de plaat ‘Through the Ashes of Empires’, zowat tien minuten voor het officieel aangekondigde aanvangsuur van het concert. Een band die te vroeg begint, dat we dat nog mogen meemaken…

In het eerste anderhalf uur serveerde Machine Head een strakke set, met het beste van wat hun platen sinds 1995 te bieden hadden. Maar laten we elkaar geen Liesbeth - en al helemaal geen Homans - noemen, dat beste is altijd een beetje tweede keus geweest, want Machine Head is steeds die band geweest waarover men bij elke plaat na ‘Burn my Eyes’ dacht: “Ja, dat was niet mis, maar we hadden er meer van verwacht.” Niet omdat de band slechte platen maakte, maar vooral omdat hun debuut de lat zo onmetelijk hoog had gelegd dat ze er zelf nooit nog over zouden raken.  Dat werd gisteravond nog eens duidelijk.

Het eerste anderhalf uur van het concert hadden wij gerust kunnen overslaan, al denken diehard fans daar misschien anders over. Niet dat we het slecht vonden, verre van zelfs, want songs als ‘Ten Ton Hammer’, ‘Locust’ en ‘Halo’ kunnen we absoluut smaken. Maar wij - en naar schatting 90% van de andere concertgangers - waren hier vooral om te horen hoe ‘Burn my Eyes’ de tand des tijds had doorstaan. En dat bleek veel beter dan verwacht.

Halfweg het concert mochten drummer Alston en gitarist Kiełtyka beschikken, en nam Chris Kontos plaats achter de drums terwijl Logan Mader zijn gitaar omgordde. Toen de intro van ‘Davidian’ door de speakers rolde, steeg de spanning in de zaal tot een hoogtepunt. Nadat de eerste noten van de langverwachte song door de zaal klonken, barstte de hel pas echt los. Zelfs wij startten samen met onze vrienden-veertigers een bescheiden circle pit achteraan de zaal - enigszins behoedzaam, want o die slechte rug, maar toch overtuigend genoeg om onszelf heel even wijs te maken dat we opnieuw 16 waren. Het was ook lang geleden dat we onze wijsvinger en pink nog eens duivelshoorngewijs de lucht in hadden gestoken zonder ons onsterfelijk belachelijk te voelen, maar tijdens splinterbommen als ‘None but My Own’, ‘A Nation on Fire’ en ‘I’m Your God Now’ konden wij niet anders dan glimlachen van oor tot oor en headbangen als een wildeman, zelfs na die whiplash bij dat auto-ongeval van laatst. 

Machine Head was zijn eigen voorprogramma en speelde zichzelf vervolgens als hoofdact genadeloos naar huis. Het eerste anderhalf uur van de show missen had ons geen hartzeer opgeleverd, maar de integrale opvoering van ‘Burn my Eyes’ krijgt in onze lijst zonder twijfel een plaats bij de beste concerten van het jaar. Ook 25 jaar later blijkt elke song van Machine Heads debuut een mokerslag van jewelste, die geen sikkepit aan kracht en relevantie heeft ingeboet. Fuck it all nog aan toe.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: