The Van Jets uitgewuifd in de AB: met een knal in het zwerk verdwijnen

© Alex Vanhee

, door ()

88

U hebt het zelf wellicht ook al vastgesteld: de dingen krijgen pas waarde doordat ze eindig zijn. Toen The Van Jets een jaar geleden hun zwanenzang aankondigden, uitgerekend op de plek waar ze zestien jaar geleden de gouden badge van de Rock Rally op hun revers hadden gespeld, werd dus meteen een stormloop naar tickets ingezet. In amper zeven uur raakte hun laatste show in de AB uitverkocht, waarna er nog een aller-allerlaatste show werd toegevoegd. Ook die verlengde uitvaart bleek uiteindelijk niet te volstaan om alle rouwenden te ontvangen, zodat de finale stuiptrekkingen van Verschaeve en zijn maats integraal werden uitgezonden door StuBru en gestreamd via Humo en ABTV (zie onderaan).

The Van Jets, vier gitaarrockers uit Oostende die halverwege hun traject ook modernistische elektronica ontdekten, kozen in Brussel voor euthanasie. Niet wegens ondraaglijk lijden: ‘We waren elkaars muil nog lang niet beu gezien’, bezwoer de frontman ons. ‘Iedere stap die we in de voorbije zestien jaar hebben gezet, is de moeite waard geweest.” Het probleem zat hem in de leefbaarheid van de groep, die enkel in de Benelux een heldenstatus genoot. Tournees door Frankrijk, Duitsland of Scandinavië waren verlieslatend en bovendien hadden de meeste bandleden ook nog een baan, een gezin en enkele huisdieren: één en ander liet zich bijgevolg steeds moeilijker combineren, zonder dat de kwaliteit van de muziek er onder zou lijden.

‘Laten we verdwijnen met een knal’, moeten de heren gedacht hebben, met in het achterhoofd het adagium van Neil Young dat ‘It’s better to burn out than to fade away’. En dat is precies wat The Van Jets deden op het podium van de AB: stoppen op hun hoogtepunt. Met op hun palmares: een ep, vijf prima langspelers, evenveel passages op Rock Werchter en Pukkelpop en enkele honderden andere optredens die doorgaans gensters sloegen. En passant wisten ze de vaderlandse rockgeschiedenis ook nog met een handvol classics te verrijken. Maar hey, als de cirkel rond is, moet je er niet per se een parallellogram van willen maken. 

Lag het aan die rare paddenstoelen die we de avond voordien hadden geconsumeerd, of hadden sommige fans zich écht in een pot chrysanten verkleed? In ieder geval was de twee uur durende set vol hits en publieksfavorieten zowel voor de Van Jets-adepten als de muzikanten een emotionele rollercoaster. Er werd, toepasselijk, afgetrapt met ‘Welcome to Strange Paradise’ (sleutelzin: ‘It’s the party that’s never over’) en geëindigd met een intieme, akoestische versie van het al even symbolische ‘Here Comes The Light’. Daar tussenin slaagden de bandleden er wonderwel in hun cool te bewaren en speelden ze hun gebalde, energieke nummers met de branie die hen altijd eigen is geweest. 

Het potige maar veerkrachtige ‘Electric Soldiers’, ‘The Other Man’, ‘Utopia’, ‘Short Notes’ (dat eindigde als iets dat wel eens op de speelplaats van een lagere school wordt gezongen): iedereen, en dus niet enkel de diehards, brulde alle woorden mee. Bassist Frederik ‘Dr. Fred’ Tampere, voelde zich duidelijk het meest in zijn sas wanneer hij het feestgewoel van uit de hoogte kon bekijken, en beklom naar aloude gewoonte afwisselend de monitors en de drum riser. Toen de groep even in de coulissen verdween, zette Johannes Verschaeve, tot grote vreugde van het publiek, een solo-akoetisch ‘Teevee’ in. ‘Dit is de max, we hadden al veel eerder moeten stoppen’, grijnsde de zanger toen het publiek minutenlang beef applaudisseren. Maar halverwege ‘Pink & Blue’ landden zijn kornuiten alweer op het podium. 

Niet alles was briljant: ‘Who Does?’, de single waarmee The Van Jets in maart een streep trokken onder hun discografie, was geen hoogtepunt. Maar zodra ze met ‘Shit to Gold’ hun alchemische talenten begonnen te etaleren, stak in de zaal een wervelwind op die tijdens ‘Broken Bones’ (met weird slide-gitaarwerk van Wolf Vanwymeersch), ‘Bang!’ en ‘Down Below’ alleen maar aan kracht zou winnen. De set eindigde voorlopig met ‘The Future’, in 2010 de meest gedraaide song bij Studio Brussel en in Vlaanderen nog steeds het lijflied van een hele generatie. Het luchtruim van de AB vulde zich met ballonnen, er werd massaal met blauwe lichtstaven gezwaaid en de toeschouwers bleven de slothymne net zo lang zingen tot The Van Jets weer de schijnwerpers opzochten.

‘Dit is liefde’, zei een beduusde Verschaeve, voor hij de bisronde aanvatte met de prehistorische garagerocker ‘Ricochet’, waarin broer Mich zijn drums aanviel alsof hij zich stormenderhand een weg moest zien de banen door een bende uitgehongerde kannibalen. Floris De Decker goochelde met elektronische snufjes, terwijl de overige Van Jets euh… van jetje gaven tijdens ‘Boy to Beastie’ en ‘Danger Zone’. Er volgde nog méér onsterfelijks met ‘What’s Going On?’ en het even meeslepende als springerige ‘Two Tides of Ice’, waarbij de frontman zich nog een laatste keer in het gewoel stortte en boven de hoofden de zaal in surfte. We hadden nog ‘Our Love=Strong’ verwacht, al wisten de toeschouwers ook zonder dat nummer waar ze aan toe waren. Zakdoeken werden bovengehaald, tranen weggepinkt. Maar wat bijbleef was toch vooral oorverdovend, respectvol gejuich.

‘Alles heeft een eind / Behalve de worst / Die heeft er twee’,  verklaarde de befaamde wijsgeer Maurits Pauwels ooit. En misschien geldt dat ook wel voor The Van Jets. Want hoe definitief is definitief, nu zelfs Noordkaap weer op een comeback zint? Behoort een heropstanding tegen 2030 tot de mogelijkheden? Never say never. Het enige dat we weten is dat we The Van Jets vrijdag achter de wolken zagen verdwijnen. ‘We’ll live again in a time when you want it’ , zongen ze in de AB. Koester hun nalatenschap en bewaar voor alle zekerheid maar een vaatje kerosine in de schuur.

Bekijk het concert hieronder:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: