Joep Beving in de Vooruit: de Grote Vriendelijke Reus van de vredige pianomuziek

, door ()

76
a1
© Alex Vanhee

Je hebt tieneridolen, die hebben het over typische tienerproblemen, soms tonen ze tieners hoe ze volgens hen moeten leven. Je hebt dertigeridolen, die hebben het niet noodzakelijk over klassieke dertigerproblemen (verantwoordelijkheden die toenemen, minder tijd voor reflectie, de groter wordende kloof tussen wat je doet en wat je diep vanbinnen weet dat je zou moeten doen). Joep Beving is een dertigeridool omdat hij als dertiger een burn-out kreeg en er iets mee deed.

Ik leg het even uit. Als tiener wilde Joep Beving jazzman zijn aan de piano, maar dat lukte niet goed. Zijn instrument ging aan de kant, om den brode begon hij muziek te leveren voor commercials.

En toen  kreeg de reclamestrateeg dus te maken met een burn-out. Zijn grootmoeder stierf ook, en  Beving erfde haar piano. Hij speelde er ’s nachts op. Maar weer kwam er vooral jazz uit de toetsen. Uiteindelijk kwam hij tot wat hij diep vanbinnen wist dat hij moest doen: minder hard nadenken, minder noten spelen, loslaten.

Hij bracht zijn debuut ‘Solipsism’ in eigen beheer uit, en gooide alles op Spotify. Toen hij heel populair werd, kwam de reclameman in hem natuurlijk opnieuw helpen, die kende zijn weg in de industrie. Joep Beving tourt ondertussen over de hele wereld en kan live putten uit de trilogie ’Solipsism’, ’Prehension’ en ‘Henosis’.

 


Er zijn nog pianisten die via Spotify bekend zijn geworden. Onze landgenoot Wouter Dewit bijvoorbeeld: zijn contemplatieve ’La Durée’ werd op Spotify meer dan 17 miljoen keer aangeklikt. Ter vergelijking: da’s ongeveer evenveel keer als de vijf meest gestreamde liedjes van Bazart samen.

’t Is nogal prozaïsch, maar laten we Joep Bevings cijfers er ook bij halen: op 1 januari kreeg hij van Spotify het bericht dat 8 miljoen luisteraars uit 80 landen zijn songs in 2019 70(!) miljoen keer hadden gestreamd.

Joep Beving werkte de jongste jaren met een koor, met de strijkers van het Brusselse Echo Collective en met Maarten Vos aan de synths. Ik vroeg me vooral af of hij in zijn eentje, gevangen in een lichtbundel, een concert lang zou boeien. Ik hou van de zachte piano van ‘My Friend the Forest’ van Nils Frahm omdat op bijna al de rest van zijn plaat ‘All Melody’ electronica staat. Ik ben zot van ‘Avril 14th’ van Aphex Twin omdat het contrasteert met Twins knettergekste drill’n’bass. Ik heb Chilly Gonzales eens een half uur lang werk van zijn 'Solo Piano'-platen weten spelen, maar daarna begon de man te rappen en op de lachspieren te werken. En de laatste keer dat ik Ólafur Arnalds op z’n eentje piano hoorde spelen, liet hij zich in het merendeel van de songs begeleiden door een groep en had hij een gadget mee om twee buffetpiano’s vanop een afstand te bespelen.

Wees gerust, het ging bij Joep Beving ook zonder hulptroepen van A tot Z vanzelf: A was de wondermooie opener ‘Ab Ovo’, Z was de toegift ‘Hanging D’, een imposante klankenlawine die aan Sufjan Stevens deed denken. De muziek zat vaak vol stiltes, melodieën werden soms alleen geïnsinueerd, er was zeker niet vanuit songwritersperspectief aan gesleuteld of zo. De man betoverde ons ook met heel verschillende trucs. Soms met minimal music zoals we die kennen, Wim Mertens kwam dan voor de geest. Soms kon je moeilijk naast de lichte toets van de Erik Satie van de Gnossiennes en de Gymonopédies luisteren. En eén keer werd het donker, zoals in een nocturne van Chopin.



De bindteksten waren een goeie handleiding. Voorbeeld: ’Soms weet ik niet wat ik ga schrijven, en ontstaat er een liedje dat vraagt om verteld te worden. Maar ‘Sleeping Lotus’ gaat over mijn dochter. Ik zag haar vredig slapen en dacht aan alle mooie en verdrietige dingen die zij nog zou meemaken. Ik vroeg me vooral af of ik vader genoeg was om haar bij te staan.’

Beving vertelde over het oud-Griekse idee dat alles een onderdeel is van één en hetzelfde ding, en dat we in deze tijd van spanning en muren die worden opgetrokken om de ander buiten te houden moeten op zoek gaan naar gedeelde waarheid en naar het collectief onbewuste, ja zelfs voorbij ego en materie moeten denken. Hoe hij ertoe kwam ben ik vergeten, maar even later zei hij dat hij met ‘Henosis’ een plaat heeft willen maken die je als luisteraar helemaal doet vergeten dat je er bent.

Van er niet meer zijn was in Gent voor mij geen sprake. Maar als je je een beetje amuseert, vliegt de tijd voorbij, dat weten we allemaal. Wel, als een pianist als Joep Beving de tijd vertraagt zoals hij dat in de Vooruit deed, gaat alles zelfs wat té snel voorbij.

Lees hier ons interview met Joep Beving.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: