It Might Get Loud

, door ()

Deel
6230_catalogue_10771_detail.jpg

Een leuk idee: niet alleen zijn de heren zowat de beroemdste gitaristen ter wereld, ze vertegenwoordigen ook elk een andere generatie en een aparte visie op muziek. Jimmy Page, de riffmeister van Led Zeppelin, werd zowat de uitvinder van de vette stadionrocksound van de jaren zeventig; The Edge is een effecten- en hi-techfreak, en werd geïnspireerd door de punkbeweging, die zich net tegen dinorockers als Led Zeppelin afzette; en Jack White is een purist voor wie het niet simpel en authentiek genoeg kan.

Een geanimeerde discussie komt er echter niet van: de heren, duidelijk fans van elkaar, houden het op een vriendelijk en beleefd keuvelen over riffs, akkoorden en pedaaltjes, en barsten af en toe in een gezellige, zij het niet meteen grensverleggend opwindende jamsessie los. Guggenheim versnijdt de opnamen van de samenkomst met portretten van de drie gitaarhelden en dat levert wél verrassende beelden op: The Edge in het klaslokaaltje waar tijdens de speeltijd de eerste repetities van het prille U2 plaatsvonden; Page die ons rondgidst in het landhuis waar het legendarische 'Led Zeppelin IV' werd opgenomen; of Jack White die met een leeg colaflesje, enkele eindjes draad en een paar plankjes een perfect functionerende gitaar in elkaar timmert en er om te bewijzen dat ze wel degelijk werkt een zinderende riff aan ontlokt.

En welke muziekliefhebber vindt het nu niet geweldig om The Edge in de U2-studio's in Dublin wat met zijn apparatuur te zien prullen (je weet meteen waarom U2 op elke cd met een volledig nieuwe sound uitpakt) of de notoir teruggetrokken Page thuis door zijn platenkast te zien rommelen? Wie na het bekijken van deze hommage aan de gitaar én, bij uitbreiding, de rock-'n-roll al geen fan van deze heren was, kan het alleen maar worden.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: