null Beeld Redferns
Beeld Redferns

25 jaarBuena Vista Social Club

‘Een straatarme schoenpoetser die plots voor een nokvol stadion stond: dat was een echte cultuurschok’

In 1995 had gitarist Ry Cooder (74) een ideetje: de legendarische muzikanten uit het gouden tijdperk van de Cubaanse son samenbrengen en hun ervaring vastleggen voor het te laat was. 25 jaar later is Buena Vista Social Club een kwaliteitsmerk waarvan meer dan tien miljoen platen zijn verkocht. Om dat te vieren verschijnt deze week een dubbel-cd met extra liedjes en een prachtig boekje. Onze Man sprak met Cooder en met Eliades Ochoa (75), het laatste overblijvende Buena Vista-lid. ‘Het enthousiasme van het publiek houdt me in leven. Zodra het mag, ga ik weer op tournee.’

HUMO Toen ik eind jaren 80 in Cuba was, speelden enkele oude muzikanten in ons hotel voor een tafelend publiek van ongeïnteresseerde Duitse toeristen. Ik dacht toen: ‘Iémand moet die fantastische muziek vastleggen voor het te laat is.’ Jij deed het en de rest is geschiedenis. Voor muziekliefhebbers wereldwijd was de Buena Vista Social Club een openbaring.

RY COODER «A revelation! Dat is het juiste woord. In Zuid-Amerika was wel iets bekend over die ‘oude’ – meestal werd het een tikje denigrerend gezegd – son Cubano. Maar het genre werd gezien als een museumstuk, vergeeld en ontkracht. Niets deed vermoeden dat het nog zoveel mensen zou kunnen raken.

»De Amerikaanse propaganda had Cuba ook een halve eeuw lang neergezet als onvruchtbaar gebied: daar kán geen cultuur gedijen want het is een communistisch regime. Pas toen de film van Wim Wenders uitkwam, drong door wat voor pracht al die tijd was verwaarloosd.

»Nu, ik had best sympathie voor Fidel Castro en zijn revolutionairen. Maar zoals vaak zijn de goede bedoelingen gaandeweg ontspoord. Communisten politiseren álles, en de muziek van die oldtimers werd waardeloos geacht voor de revolutie. Ze moesten ermee stoppen en werden verplicht ‘iets nuttigs’ te doen. Behalve als ze volgzaam de revolutie bezongen, want voor een lied dat zei: ‘Wat is Fidel toch een geweldige man’ was er altijd plaats (lacht).»

HUMO Ik gaf die muzikanten in Cuba niet enkel mijn hemden, maar ook geld voor snaren, want die waren alleen op de zwarte markt tegen woekerprijzen te krijgen. Hun kapotte instrumenten waren als vaak gestopte kousen. Waren alle leden van Buena Vista zo arm toen jij hen leerde kennen?

COODER «They didn’t have a pot to piss in. Ibrahim Ferrer was een tijdlang schoenenpoetser, en toen hij daar te oud voor werd, verkocht hij loterijbiljetten aan de dokken. Hij was heel onzeker. De eerste keer dat ik hem naar de studio haalde, had hij de enige broek en het enige hemd aan die hij nog bezat, vol schoensmeer! Hij schaamde zich en begreep niet waarom ik hem had uitgenodigd. Ik vroeg hem om een bolero te zingen. ‘Ik zing al lang niet meer,’ zuchtte hij. Ik heb hem moeten dwingen (lacht). Hij trok z’n muil open: ‘Dos gardenias para ti…’ Toen dacht ik: this is the guy, this is gold. Maar hij níét: aan het eind draaide hij zich om en maakte hij aanstalten om naar de uitgang te stappen, overtuigd dat hij net had bewezen dat hij níét meer kon zingen. Toen ik hem vroeg om de dag erop terug te komen, keek hij over zijn schouder om te zien tegen wie ik sprak (lacht). Ik lach er nu mee, maar het was tragisch.

»De volgende dag daagde Ibrahim op in zijn galakostuum, de kleren die hij vroeger tijdens optredens droeg. Hij had ze verpand, maar was ze gaan terugvragen! Je ziet hem zo op de cover. Mijn vrouw Susie nam die foto toevallig. Witte pet, witte schoenen, nepjuwelen, the works (lacht).

»Een andere muzikant spoorde ik op in een meubelfabriek, waar hij van de lokale overheid stoelen ‘mocht’ lijmen. Toen ik hem vroeg wanneer ik hem kon horen spelen, antwoordde hij gelaten: ‘Ik heb al jaren geen instrument meer.’

»Die oldtimers hadden wel nog aanzien in beperkte kring, een beetje als verbannen koningen. Bassist Cachaíto López werd gerespecteerd, maar enkel door insiders. Rubén González was een levende legende, maar men dacht dat hij te oud was om te spelen. Erger nog: hij dacht dat zelf ook! Hij had zelfs geen piano meer. Toen we hem in de studio haalden, was hij als een vis die na een tijdje op het droge opnieuw moest leren zwemmen. Het was magisch om te zien hoe zijn vingers uit hun winterslaap ontwaakten.»

HUMO Er is de mooie film van Wim Wenders, maar die werd pas gedraaid toen jullie later opnieuw de studio indoken.

COODER «Die eerste opnames waren magisch, precies omdat er behalve de muzikanten en mijn vrouw niemand was. Niemand liep in de weg. Zo’n opnameproces is heel breekbaar. Het is alsof je een weg kapt door de jungle, you have to stay on the path. Met camera’s erbij begint iedereen een rolletje te spelen – ikzelf inbegrepen. Het gevaar is dan: you start to act as if you’re getting somewhere. Je spéélt de rol van de muzikant die vooruitgang boekt, terwijl de cameraploeg die vooruitgang net blokkeert of vertraagt. Dus hebben we het omgekeerd gedaan: ik heb éérst gezorgd dat de opnames perfect verliepen en dat we alles hadden, en vervolgens hebben we die opnames nágespeeld (lacht). Of laat ik het positiever uitdrukken: we hebben gejamd op basis van wat we stiekem eerder al perfect hadden opgenomen.»

HUMO Van de eerste sessies zijn dus geen bewegende beelden. Maar noem eens een beeld dat voor eeuwig op je netvlies is gebrand, een scène uit de film in je hoofd?

COODER «Op een dag nodigde Compay Segundo Susie en mij formeel uit voor een optreden. Hij was geboekt in de bar van een smoezelig hotelletje. Er was niet eens een podium, Compay en zijn kwartet speelden te midden van Spaanse toeristen. Elders kon dat niet, want de communisten hadden een soort apartheid geïnstalleerd: het werd op z’n zachtst gezegd ontmoedigd dat Cubanen zich met toeristen mengden, op de hoertjes na.

»Compay zong hemels, we waanden ons in 1920. Halfweg het optreden viel de elektriciteit uit: geluid weg, licht uit! Maar Compay zong verder, in het pikdonker. Eten of drank serveren kon niet meer, dus het werd ook heel stil. In het donker noteerde ik de titels van songs die hij zong, zodat ik hem er later over zou kunnen uithoren. Een unieke avond, ik krijg verdomme nog kippenvel terwijl ik erover vertel!»

‘Compay ­Segundo had als oudste de leiding, dankzij zijn encyclopedische kennis van lang vergeten liedjes. Ik heb hem duizend keer ‘Incorrecto!’ horen snauwen als iemand ook maar één foute noot speelde.’ Beeld RV
‘Compay ­Segundo had als oudste de leiding, dankzij zijn encyclopedische kennis van lang vergeten liedjes. Ik heb hem duizend keer ‘Incorrecto!’ horen snauwen als iemand ook maar één foute noot speelde.’Beeld RV

HUMO Je hebt heel wat Cubaanse muzieklegendes van de vergetelheid gered, maar voor sommigen kwam je in 1995 al te laat. Wie had je er nog graag bij gehad?

COODER «Benny Moré…»

HUMO …El Bárbaro del Ritmo!

COODER «Wát een power had zijn muziek! Maar Moré was toen al dood. En misschien had het niet gewerkt. Want hij was larger than life, een exuberante persoonlijkheid met dictatoriale neigingen, dus wie weet had hij de anderen monddood gemaakt of wrijvingen veroorzaakt.»

HUMO Was er argwaan toen jij ten tonele verscheen? Die Cubanen hadden geleerd yankees te wantrouwen, en wellicht waren hun al eerder loze beloften gedaan.

COODER «Geen argwaan, eerder ongeloof. En het duurde enige tijd voor ik doorhad dat de officiële tolken die ons waren toegewezen de zaak niet vooruithielpen. Ze spraken plechtige, academische taal en hadden formeel Engels geleerd: dat was een barrière, we raakten nooit tot de essentie. Pas toen we werden geholpen door Toti, een oudere vrouw die haar Engels had geleerd uit de Amerikaanse misdaadromannetjes van haar vader, konden we jovialer en dus authentieker communiceren.»

HUMO Werd er over politiek gepraat?

COODER «Amper. Alleen Compay durfde, met één been in het graf, kritiek te leveren op het communistische regime. De anderen waren voorzichtig, zelfs bang. Nu, we waren daar om muziek te maken: hun eeuwige gezwets irriteerde me (lacht). Man, die gasten konden niet stoppen met praten. En intussen dacht ik stiekem…»

HUMO …dadelijk valt er eentje dood en mislukt mijn plan?

COODER «Wel… dat ook. Plus: mijn Spaans is niet zo goed, dus ik verstond de helft niet. Soms kon ik het niet meer houden, dan zei ik: ‘Let’s count off, let’s play the damned thing!’ Maar dan zei Ibrahim: ‘Het heeft veertig jaar geduurd voor iemand ons uitnodigde om te spelen, we hebben nog wel vijf minuten’ (lacht).»

HUMO Wie van die Cubaanse legendes was de meest koppige of bazige? Ze werden gepresenteerd als bloedbroeders, maar er moet toch onderlinge competitie zijn geweest?

COODER «Sure. Maar eerst en vooral zijn de Cubanen écht gastvrij en oprecht joviaal. Bovendien bestaat er wel degelijk iets als een broederschap van muzikanten. Omdat ze als gilde werden verwaarloosd en genegeerd, kweekten ze een grote solidariteit. En ik bracht werk voor iedereen, ze kwamen allemaal aan bod. Er was wederzijds respect. En wat me vooral ontroerde, was hun oprechte respect voor hun voorgangers, de pioniers van hun muziek. Ze beseften ook dat ze samen een hoger doel nastreefden: iets redden wat bijna uitgestorven was. Die Cubaanse muziek is een collectief goed, ze is gemaakt om sámen te spelen. Het communistische regime probeerde solisten te promoten, omdat die makkelijker te controleren zijn. Maar dat ging in tegen de volksaard.

»Dat gezegd zijnde: Compay was de leider onder gelijken. Hij was de oudste, met de grootste encyclopedische kennis van lang vergeten liedjes. Maar hij was ook de meest autoritaire: ik heb hem duizend keer ‘Incorrecto!’ horen snauwen als iemand ook maar één foute noot speelde. ‘Nee, zó moet het!’ Tegen mij was hij beleefder, dan leidde hij zijn kritiek in met het tactvolle ‘Con permiso…?’ Maar ook ik kreeg ervanlangs (lacht). Compay bespeelde ook de meeste instrumenten, dus hij kon iedereen corrigeren. Dan sprak de pionier, en iedereen zweeg.»

HUMO Jij hebt zowat alles gespeeld: blues, jazz, soul, rock-’n-roll, zydeco… Wat was voor een allrounder als jij het lastigste aan die Cubaanse stijl?

COODER «Om te beginnen: het beginnen. Zelfs Afrikanen tellen af zoals wij westerlingen, ‘One, two, three, four’, maar de Cubanen niet. Het is alsof zij op een golf dobberen en het begin van een song inglíjden. Dat systeem, clave, is lastig als je er niet mee bent opgegroeid.

»Ik had vooraf geoefend, geleerd van Cubaanse platen. Maar je moet het zíén. In de studio observeerde ik hun lichaamstaal, hun vaak onorthodoxe vingerzetting. Ze tikken nooit het ritme mee zoals wij dat doen. Mijn voet tikt al m’n hele muzikale leven de maat mee, en ik moest die voet nu vastbinden aan de vloer, man, want it got me into trouble. Ach, ik stond constant onder druk – vergeet niet dat die hele plaat op amper acht dagen werd ingeblikt. Als ik had kunnen bewijzen dat het zo’n commercieel succes zou worden, dan had ik van de platenmaatschappij misschien nog een dag of twee extra kunnen afdwingen. Soms kwam ik in de verleiding om te veinzen dat het heel moeizaam verliep, gewoon om het zaakje voor mijn plezier wat te rekken.»

HUMO Wie improviseerde het meest?

COODER «They didn’t. Die muziek wordt gespeeld door een ensemble, en als één van de hoekstenen met de melodie aan de haal gaat, dan werkt het geheel niet meer. Alleen het soleren liet ruimte voor improvisatie, en ik had de indruk dat vooral Rubén en Eliades Ochoa dan loosgingen. De anderen reproduceerden meer wat ze al zestig jaar deden. Hun muzikale logica verschilt van de onze. Soms speelde ik plots in een foute toonaard omdat ze waren overgeschakeld van A naar B, en zij wisten dat die switch eraan kwam omdat ze de vorm kenden. Ik had zo’n gigantische aandrang om alles mee te spelen, puur voor de lol, maar ik heb mezelf vaak op non-actief gezet omdat ik bang was om een take te verknoeien.»

Ry Cooder: ‘Die Cubaanse muziek is behoorlijk moeilijk als je er niet mee bent opgegroeid. Ik wilde dolgraag alles meespelen, maar ik heb mezelf vaak op non-actief gezet om de opname niet te verknoeien.’ Beeld RV
Ry Cooder: ‘Die Cubaanse muziek is behoorlijk moeilijk als je er niet mee bent opgegroeid. Ik wilde dolgraag alles meespelen, maar ik heb mezelf vaak op non-actief gezet om de opname niet te verknoeien.’Beeld RV

HUMO Over de teksten van die Cubaanse liedjes zei je ooit dat ze vaak dubbele bodems bevatten. Bijvoorbeeld?

COODER «Ze gaan vaak over seks, al zul je in de tekst vergeefs zoeken naar daaraan gerelateerde woorden. Vaak worden woordspelingen of metaforen gebruikt die ik fruit entendres ben gaan noemen (naar analogie met double entendres, dubbelzinnigheden, red.), omdat ze vaak fruit gebruiken als beeldspraak. Bepaalde vruchten moeten dan de menselijke geslachtsdelen voorstellen – ik neem aan dat ik daar geen tekening bij moet maken.»

HUMO Veel liedjes over bananen en pruimen?

COODER «Let’s not go there, Serge (lacht). Er is een lied dat alle Cubanen kennen, ‘Frutas del Caney’: er worden zoveel zoete, sappige vruchten in opgesomd dat je ervan gaat kwijlen (lacht). Nu, dat waren precies de liedjes die het communistische regime wilde uitbannen. Want communisten zijn veelal preuts en staan niet bekend om hun gevoel voor humor.

»Vergis je niet, ook op hoge leeftijd hadden die mannen nog een gezond libido. Met één been in het graf liet Ibrahim, nochtans een introverte man, nog een knalrood kostuum maken, ‘om te verleiden’!»

HUMO Tachtig jaar lang leefden de muzikanten van de Buena Vista Social Club op een klein eiland dat door een economische boycot en een blokkade van de rest van de wereld was afgescheiden. En toen gingen ze plots op wereldtournee. Wat doet dat met een mens?

COODER «Toen Ibrahim Ferrer toetrad tot de Buena Vista Social Club, was hij grotendeels vergeten. Ik hoorde zelfs Cubanen zeggen: ‘Ferrer? Die is toch al lang dood?’ Hij speelde nog af en toe in bars en op huwelijksfeesten. Maar toen hij in de jaren ná de plaat solo op tournee trok, speelde hij plots wereldwijd in grote zalen en zelfs een paar keer in een nokvol stadion. Voor iemand van zijn generatie, na al die kaakslagen, na de jarenlange ontbering, was dat niet alleen een openbaring maar ook een cultuurschok.»

‘Toen Ibrahim Ferrer (links) toetrad tot de Buena Vista Social Club, was hij grotendeels vergeten. Ik hoorde zelfs Cubanen zeggen: ‘Ferrer? Die is toch al lang dood?’’ Beeld rv
‘Toen Ibrahim Ferrer (links) toetrad tot de Buena Vista Social Club, was hij grotendeels vergeten. Ik hoorde zelfs Cubanen zeggen: ‘Ferrer? Die is toch al lang dood?’’Beeld rv

HUMO Hoe gingen ze om met hun roem?

COODER «Met wisselend succes. Bij Ibrahim en Compay stopten dagelijks bussen met toeristen voor hun deur. Ik zei dat ze niet thuis moesten geven, maar dat vonden ze ongastvrij (lacht). Kun je je voorstellen dat pakweg Bruce Springsteen een bus toeristen bij hem thuis binnenlaat? Als ik het me goed herinner, kocht Ibrahim met het eerste grote geld toch maar een huis met een grote muur eromheen.»

HUMO Nu zijn ze allemaal dood, op Eliades Ochoa na, maar met de regelmaat van een klok treden nog formaties op die zich het Buena Vista-kwaliteitslabel aanmeten. Soms zijn het niet eens Cubanen…

COODER (lacht smakelijk) «De wereld is aan de durvers en de plantrekkers. Zolang Eliades nog leeft, mag dat label wat mij betreft gebruikt worden.»

ELIADES OCHOA & IBRAHIM FERRER
 Beeld RV
ELIADES OCHOA & IBRAHIM FERRERBeeld RV

MANNENTRANEN

Een paar dagen later krijg ik de unieke kans om Eliades Ochoa te interviewen. Met zijn onafscheidelijke guajiro-hoed is hij de laatste overlevende van de originele bezetting van de Buena Vista Social Club. Probleem: hij spreekt geen Engels en ik amper Spaans, laat staan dat ik een snelle prater met een zwaar Cubaans accent begrijp. Gelukkig ben ik een plantrekker: ik kijk en luister 48 uur lang intensief naar Spaanse zenders, vertaal mijn vragen in het Spaans, lees ze zo accentloos en spontaan mogelijk af, doe alsof ik de antwoorden begrijp en laat ze nadien in het Nederlands vertalen. Eliades Ochoa is aimabel en noemt mij consequent ‘chico’, jongetje.

HUMO Meneer Ochoa, het is me een eer en een genoegen. Mag ik u vragen om duidelijk en traag te praten?

ELIADES OCHOA «Chico, claro que sí. Daar kun je op rekenen, jongen.»

HUMO Lijken de opnames van de ‘Buena Vista Social Club’ u 25 jaar of vijf minuten geleden?

OCHOA «Het lijkt gisteren. Het was zo’n mooi project, en het heeft zo’n geweldige impact op mijn leven gehad, dat ik er nog dagelijks over dagdroom. Jammer genoeg ontwaak ik dan in het besef dat bijna al mijn medestrijders sindsdien het tijdelijke met het eeuwige hebben verwisseld.»

HUMO Hoe waren de verhoudingen binnen de Buena Vista Social Club?

OCHOA «Voor Compay was ik een zoon. Voor Ibrahim was ik een kleine broer. Ik respecteerde hen allebei, maar vooral van Ibrahim heb ik veel gehouden.»

HUMO Wat was voor u het hoogtepunt van uw succes buiten Cuba?

OCHOA «Ons optreden in New York, nadat we een Grammy hadden gewonnen. We kregen toen een staande ovatie. En over de hoofden van het publiek werd van achteraan in de zaal een reusachtige Cubaanse vlag doorgegeven. Er waren die avond veel geëmigreerde en verbannen Cubanen in de zaal. Aan het eind van ons optreden weende bijna iedereen. Ik heb wel honderden mensen moeten omhelzen. Er waren zelfs lágrimas de hombre, mannentranen! Dat had ik nooit eerder gezien, want ook al zijn de Cubanen een passioneel volk, een man huilt niet. Maar die avond wél.»

HUMO Toen de Buena Vista Social Club werd opgericht, waren al een aantal legendarische Cubaanse muzikanten overleden. Wie van hen had u willen inlijven als het project eerder was opgestart?

OCHOA «De prachtige zangeres Celia Cruz: die leefde toen nog, maar was al lang naar de Verenigde Staten gevlucht. En natuurlijk ook Benny Moré: hij was behalve een groot showman ook een onderschat zanger, onovertroffen als hij bolero’s zong.»

HUMO Was Benny Moré niet te flamboyant en individualistisch om toe te treden tot een groep?

OCHOA «Nee, privé was Benny niet zo wild. Hij had geen groot ego. Op het podium spéélde hij de onberekenbare barbaar omdat hij in die rol het publiek beter kon ophitsen. Hij dirigeerde dan met zijn wandelstok, gaf al dansend en schermend aan welke muzikant op welk moment moest invallen of mocht soleren. Ach, Cuba barst van het talent, ook nu nog – als je er iemand wilt vinden die géén muziek speelt, moet je lang zoeken. De Cubaanse muziek zal met mij niet uitsterven, de wortels zijn sterk. En het is traditie dat de volgende generatie muzikanten jaarlijks een serenade brengt aan het graf van hun leermeesters.»

HUMO U moet moed en volharding te over hebben, want u hebt heel wat miserie overwonnen.

OCHOA «Chico, laat me je vertellen: ik kom uit een straatarm gezin. Mijn vader was boer, maar toen hij jong stierf, moesten we de grond verkopen. Al toen ik amper negen was, speelde ik in de straten gitaar en ging ik vervolgens met de sombrero rond. Heel veel muzikanten deden dat, maar als kind ving ik meer geld, omdat voorbijgangers me schattig vonden. Ook in cafeetjes trad ik al piepjong op. De fooien nam ik mee naar huis voor mijn moeder, die er eten van kocht.

»Ik ben onlangs teruggegaan naar mijn geboortehuis in La Maya, in de bergen rond Santiago de Cuba. De buurkinderen van toen leidden me rond – intussen waren ze bejaard. Maar van ons huisje was amper nog een spoor te bekennen, de tijd had het uitgevaagd.»

HUMO Op één van de concerten die ik van u zag, begonnen twee mensen uit het publiek ongevraagd op het podium te dansen.

OCHOA «Dat heb ik wel vaker meegemaakt. Op een ander concert beklommen drie oververhitte dames het podium om mij te omhelzen en te kussen. Probeer dan maar eens gitaar te spelen! Maar ik heb die vrouwen laten begaan. Een artiest is eigendom van het publiek.»

HUMO Wanneer hebt u voor het eerst het effect van muziek op vrouwen opgemerkt?

OCHOA «Ik heb in mijn lange leven veel muziek gespeeld voor vele vrouwen. Ze toonden mij op verschillende manieren hun waardering. Vaak ging ik met zo’n vrouw na het optreden een koffie drinken, we praatten, lachten, compartimos (letterlijk ‘we deelden iets’, maar ook een tactvol eufemisme voor seks, red.). Zo ging het altijd.»

HUMO Gaat u nog op tournee?

OCHOA «Chico, zodra het kan. Het enthousiasme van het publiek verlengt mijn leven. Door mijn aderen stroomt niet enkel bloed maar ook muziek. Ik zal tot aan mijn dood traditionele muziek blijven spelen, zolang God het toelaat.»

‘Buena Vista Social Club – 25th Anniversary Edition’ is uit bij World Circuit / BMG.

Beluister onze playlist ‘Humo luistert’:

Schrijf je in op onze wekelijkse muzieknieuwsbrief:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234