null Beeld VCG via Getty Images
Beeld VCG via Getty Images

dossier duurzaamheidkleding

‘Elk jaar worden 100 miljard kledingstukken geproduceerd. Zo’n 70 procent belandt op de afvalberg’

Een bittere grap uit de modewereld: als door de klimaatverandering de zeespiegel stijgt, kunnen we tenminste droog schuilen op de bergen ongedragen kleren die modebedrijven weggooien. Iedereen is het erover eens dat de waterverspilling en CO2-uitstoot van de sector onhoudbaar zijn. Maar wat kunt ú doen, behalve uw jeansbroek blijven dragen tot ze modieus uit elkaar valt? ‘Mensen denken dat ze goed bezig zijn als ze een groen blaadje op het etiket zien.’

HUMO Hoe groot is het wegwerpprobleem in de mode-industrie?

VEERLE SPAEPEN (Onderzoeker duurzame businessmodellen, Thomas More) «We moeten het doen met schattingen, want de sector is niet meteen een baken van transparantie, maar de industrie produceert ongeveer 100 miljard kledingstukken en 14 miljard schoenen per jaar. Daarvan belandt zo’n 70 procent op de afvalberg, en dat is wellicht nog een optimistische raming.»

HUMO De mode-industrie is verantwoordelijk voor 5 tot 10 procent van de wereldwijde broeikasuitstoot. Dat is meer dan lucht- en scheepvaart samen.

SPAEPEN «Hoe je het ook bekijkt: de sector zit in de top vijf van de meest vervuilende industrieën ter wereld, en op veel vlakken in de top drie. De CO2-uitstoot komt voornamelijk vrij bij de productie van de kleren, maar ook bij het wassen, drogen en strijken. Even belangrijk zijn de effecten op de natuur. Elke dag belandt een equivalent van 4 tot 7 miljoen plastic zakjes aan microplastics in het milieu. In de textielindustrie worden ook tientallen chemicaliën gebruikt die niet afbreekbaar zijn en dus in ons water aanwezig blijven, én de sector is verantwoordelijk voor 10 procent van alle insecticiden op de planeet.

»Zo veroorzaakt de mode-industrie wereldwijd 20 procent van de industriële watervervuiling. Dat komt doordat een overgrote meerderheid van de producenten het gebruikte water niet reinigt of hergebruikt maar rechtstreeks in de omgeving loost. Het is bovendien één van de meest waterintensieve industrieën ter wereld: de katoenteelt vraagt zeer veel water, en voor de behandeling en kleuring van kledingstukken is ook water nodig. Dat maakt dat de productiegebieden steeds vaker getroffen worden door droogte. In de productie van één jeansbroek kruipt 8.000 liter water, onder meer door de vele spoelingen die nodig zijn om ze de juiste kleur te geven.»

HUMO Een eerste tip is dus om je jeansbroeken zo licht mogelijk te kopen?

SPAEPEN «Het is omgekeerd: hoe donkerder de jeans, hoe minder water en chloor in het productieproces zijn gebruikt. Bovendien zal gebleekte jeans sneller scheuren. Belangrijker is om bij voorkeur producten van biokatoen te kopen. Bij de productie daarvan komt de helft minder CO2 vrij en worden geen pesticiden gebruikt. De stukken gaan ook veel langer mee.

»De meest schadelijke kledij is gemaakt van de zogenaamde melanges van katoen en polyester. Die stukken vallen werkelijk niet meer te recycleren en belanden onverbiddelijk op de afvalberg. Bovendien lossen ze bij het wassen ook heel wat microplastics. Beter zijn stukken die voor honderd procent uit kunststof bestaan, want die zijn beter te recycleren. Een bedrijf als Decathlon levert op dat vlak goed werk. Het heeft een sterke intentieverklaring geschreven rond duurzaamheid en doet nog steeds veel research om zoveel mogelijk polyesterproducten terug te nemen voor hergebruik.

»Andere duurzame stoffen zijn gerecycleerd polyester – het materiaal van veel yogaleggings, gemaakt van oude plastic flessen – en linnen.»

HUMO Hoe weten we welke bedrijven het goed doen en welke te mijden zijn?

SPAEPEN «Een goed startpunt is de website directory.goodonyou.eco. Daar kun je zelf zoeken hoe goed modebedrijven scoren op allerlei vlakken: milieu, klimaat, dierenleed, mensenrechten... Je zult zien dat multinationals als Primark het doorgaans slecht doen. Voor een overzicht van duurzame Belgische winkels surf je naar cosh.eco.

»Een voorbeeld van een grote keten die het wél goed doet, is Patagonia. De mensen achter die winkel beschouwen zichzelf als een deel van het ecosysteem en hebben hun businessmodel in die zin erg groen gemaakt. Zulke merken moeten we als consument belonen. Net als JBC trouwens, dat al jarenlang bijdraagt aan de vergroening van de sector.»

HUMO Om overproductie tegen te gaan, laten grote ketens hun klanten nu kledij terugbrengen. Zo belandt een stuk dat niet past of dat je niet aanstaat, tenminste niet op de afvalstapel.

SPAEPEN «Jammer genoeg werkt het niet altijd zo. Ongeveer 30 procent van de teruggebrachte kledij wordt op één of andere manier hergebruikt, maar de rest wordt naar alle waarschijnlijkheid afgedankt. We moeten ook hier een beroep doen op schattingen, want de meeste ketens willen geen cijfers bekendmaken.

»Steeds meer bedrijven zetten gelukkig wel in op dat recyclemodel. Voorbeelden dicht bij huis zijn Woody en Filou & Friends. Internationaal doet opnieuw Patagonia het goed, maar ook jeansmerken als Diesel en Nudie Jeans. Die zetten volop in op het terugnemen en hergebruiken van de vezels in denim, wat geen evident proces is. Maar het gaat nog altijd maar om 50 procent van het materiaal. Veel bedrijven willen wel, maar er is te weinig innovatie om meer te doen.»

HUMO Waar blijft dan de recyclagerevolutie in de mode-industrie?

SPAEPEN «De grote spelers beseffen dat die broodnodig is. Katoen zal in de toekomst alleen maar schaarser worden. Daarom steken grote bedrijven als H&M veel geld in innovatie en onderzoek. Ze houden start-ups in de gaten die mogelijk doorbraken kunnen forceren en durven snel en fors te investeren. Dat is geen windowdressing, het gaat om véél centen.

»Daarom zeg ik vaak dat we de multinationals en de fast fashion-spelers in de toekomst nog nódig zullen hebben. Verdwijnen zullen ze niet zomaar, en hun centen kunnen het verschil maken.»

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

HUMO Maar tot dan is uw advies aan de klimaatbewuste Humo-lezer: mijd de ketens?

SPAEPEN «Ja. Elke euro in onze portefeuille is een stem voor een betere wereld. De kern van de zaak is om de stormachtige snelheid van de huidige modewereld af te remmen door zo weinig mogelijk nieuwe stukken te vragen aan de sector. Dat betekent dat je ten eerste beter focust op het kopen van kwalitatieve kledij, stukken die lang meegaan dus. Dan moet je niet na enkele maanden vaststellen dat een broek of shirt al vol gaatjes zit, waardoor je weer iets nieuws moet kopen. En ten tweede: gooi een kledingstuk nooit zomaar weg, maar probeer het een nieuw leven te geven via kringwinkels of tweedehandsapps. Of shop zelf tweedehands.

»In de VS is het zogenaamde subscription-model de laatste jaren heel groot geworden. Het komt erop neer dat mensen kleren huren en weer terugbrengen, zoals een boek in de bibliotheek. In België zijn er al enkele initiatieven, maar het concept moet zich nog sterker ontwikkelen.

»Daarnaast is het altijd goed om bij duurzame ketens te kopen, of boetieks die Europees geproduceerde stukken aanbieden. Maar het is een illusie dat de consument dat straks massaal zal doen. Uit ons onderzoek aan de hogeschool blijkt dat onder millennials (mensen geboren tussen 1980 en 1998, red.) best wel wat mensen uit overtuiging duurzaam kopen. Maar de jongere generatie (Gen Z, red.) is véél meer prijsbewust. Zij hebben niets anders gekend dan financiële crises en stijgende woonprijzen. Als ze tweedehandskledij kopen, doen ze dat omwille van de lage prijs, en nieuw gaan ze voor fast fashion. Daarom zal de verduurzaming echt vanuit de grote ketens moeten komen.»

HUMO Helaas: volgens de Global Fashion Agenda nemen de inspanningen van fast fashion-merken op het vlak van duurzame productie de laatste tijd net af.

SPAEPEN «Naar aanleiding van het Parijsakkoord tekenden ongeveer 200 grote bedrijven het modecharter van de Verenigde Naties, waarin ze beloofden om de uitstoot tot de helft te reduceren in 2030 en tot nul in 2050. Dat is erg ambitieus, maar de organisaties die de modeketens monitoren, merken inderdaad dat het grotendeels bij woorden blijft.»

HUMO Toch zie je in de winkelstraat overal groene labels en grote woorden over duurzaamheid.

SPAEPEN «De grote ketens zijn heel goed in het goochelen met vage termen over duurzaamheid zonder veel concrete doelen uit te spreken. Recent heeft Primark een grote aankondiging gedaan over vergroenen, maar de ambities zijn zeer mager en bovendien niet transparant. Ze willen meer recycleren, maar hoeveel? Daar hebben we het raden naar. Echt liegen is het niet, maar wel overdrijven en aandikken. En dat is problematisch, want mensen denken dat ze heel goed bezig zijn als ze op een etiket een groen blaadje zien staan – alsof ze een aflaat kopen.

»Daarom hebben de Verenigde Naties richtlijnen uitgetekend om de strijd tegen vrijblijvende greenwashing serieuzer te nemen. In het Verenigd Koninkrijk is het nu al strafbaar om te liegen over hoe duurzaam je werkt als modebedrijf, in België wordt ook gewerkt aan richtlijnen. Je zult dus betrapt kunnen worden op desinformatie: dat is een zeer gunstige evolutie.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234