null Beeld WireImage
Beeld WireImage

50 jaar'Can't Buy A Thrill' van Steely Dan

‘Als een ratelslang in een vat LSD’

Mark Coenen

De titel is een flard uit ‘It Takes a Lot to Laugh, It Takes a Train to Cry’ van Bob Dylan. De songs zijn een soepje van genres, schrandere teksten en macabere humor, grotendeels gezongen door een man met chronische sinusitis. Toen ‘Can’t Buy a Thrill’ in november 1972 uitkwam, waren niet alle recensies positief. Rolling Stone smaalde dat er hooguit drie topsongs op stonden en dat de band dikwijls klonk als een slappe dildo. Dat laatste was een verwijzing naar de groepsnaam, die uit ‘Naked Lunch’ komt, een boek van William S. Burroughs uit 1959: Steely Dan is ook de naam van een rubberen penis.

De Amerikaanse jonkies zou het worst wezen: zij herkenden zich massaal in de cynische hipsterbende. Vijftig jaar later blijft de kwaliteit van ‘Can’t Buy a Thrill’, waarvan deze maand een heruitgave op vinyl is verschenen, als een paal boven water staan.

Steely Dan was eigenlijk geen groep maar een duo: Donald Fagen – de man met de eeuwig verstopte neus – en Walter Becker – de man met de eeuwige zonnebril. De twee drop-outs van Bard College in New York hadden elkaar gevonden in hun liefde voor Charlie Parker en macabere moppen. Na een passage bij Jay and the Americans verzamelden Becker en Fagen vrienden en onbekenden om een eigen band te vormen.

‘Onze ware kracht ligt in live spelen,’ sprak hun gitarist Jeff ‘Skunk’ Baxter, die zijn tussenvoegsel (‘stinkdier’) te danken had aan zijn petomane talent: naar verluidt kon hij de hele intro van ‘Do It Again’, de eerste single van ‘Can’t Buy a Thrill’, meeprotten. ‘Do It Again’ is een bijna zes minuten durend lied vol mineurakkoorden, maar swingt als een ratelslang in een vat lsd.

Vlak na de release van de plaat speelden ze in Max’s Kansas City in New York, later een drankhol voor punkers. De Dan blies het publiek weg met meer energie dan The J. Geils Band en Faces samen. Dat de groepsleden er volgens de Los Angeles Times uitzagen als een bende gesjeesde mecaniciens weerhield Ray Davies er vijftig jaar geleden niet van om hen mee te vragen op een Amerikaanse tournee van zijn Kinks.

Het nam niet weg dat Fagen en Becker zich het beste voelden in de studio. Vijf jaar later kampeerden ze voltijds in The Village Recorder in Los Angeles, om met dozijnen van de duurste sessiemuzikanten hun grootste commerciële hit, ‘Aja’, te slijpen tot een volstrekt unieke diamant.

Nooit waren er grotere perfectionisten dan zij. En al was hun eerste plaat nog niet helemaal consistent, de belofte van onsterfelijkheid zat er al in. Zo noemde Jimmy Page de solo van Elliott Randall op ‘Reelin’ In the Years’ ooit zijn favoriete rocksolo aller tijden.

De plaat is onsterfelijk, de makers niet: in september 2017 overleed Walter Becker aan de gevolgen van agressieve slokdarmkanker.

Op de achtergrond speelde een plaatje van Dexter Gordon.

Hard bop till the end.

De vinylreissue van ‘Can’t Buy a Thrill’ is uit bij Universal Music. Beeld rv
De vinylreissue van ‘Can’t Buy a Thrill’ is uit bij Universal Music.Beeld rv

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234