null Beeld DPG Media
Beeld DPG Media

televisie★☆☆☆☆

Een ongemakkelijke sfeer en een resem spelfouten: zelfs de makers van ‘Even goeie vrienden’ op VTM nemen het programma niet ernstig

Voor aanvang van ‘Even goeie vrienden’ had ik me voorgenomen om vooral te speuren naar bewijzen van goede wil, en dat ondanks de deontologie die van kracht is in dit beroep, en die dicteert dat ik in mijn grenzeloze subjectiviteit toch ook een zekere objectiviteit moet proberen te bewaren als ik voor televisie plaatsneem. Dat kwam zo: in de interviews die me bereikten in aanloop naar dit quizprogramma, kwamen Jens Dendoncker en Julie van den Steen, de presentatoren van dit vehikel, me eens te meer voor als geschikte, bovenal zachtmoedige mensen. Eén van hen heeft zelfs nog Humo’s Comedy Cup gewonnen. De andere niet, maar dat hoeft niet te deren. Kritiek kan hen, als gevoelige types, nog altijd moeiteloos raken. Reken maar dat je als recensent dan je woorden wikt, alsook weegt, voor je ze in de van ongeduld trappelende tekstverwerker gooit.

Tom Raes

Tot de boord gevuld met nobele bedoelingen, ging ik dus zitten voor de eerste aflevering van ‘Even goeie vrienden’. En voor de tweede ook, nadat ik in de eerste amper harde bewijzen had gezien om mijn reeds afbrokkelende optimisme mee te stutten. De derde zag ik bijgevolg ook, en toen uiteindelijk de vierde aflevering finaal aan mij was voorbijgetrokken, stelde ik tot mijn verbazing vast dat ik zomaar een hele week van ‘Even goeie vrienden’ had uitgezeten: een prestatie die echter zodanig veel van mijn geduld gevergd had, dat ik de kans groter acht dat ik in de nabije toekomst een dichtklappende draaideur tot stilstand probeer te brengen met inzet van mijn weke delen dan dat ik ze uit eigen beweging nog eens overdoe. U ziet, ik wik mijn woorden.

‘Even goeie vrienden’ was namelijk niet alleen goeddeels ongeïnspireerd en stuitend knullig in de uitwerking, als programma was het bijwijlen ook gewoon onaf. Het gebrek aan bestaansrecht scheen al door in het flinterdunne programmaconcept, op het doorzichtige af, dat bepaalde dat in déze panelshow de BV’s zonder enige voorkennis of onderlinge relatie lukraak aan elkaar gekoppeld zouden worden in teamverband. Dat impliceert dus dat er voorheen wél doordachte keuzes kropen in de samenstelling van panelshows, iets waar ik welgeteld geen knijt van geloof. Meestal geldt: je kijkt welke Planckaert beschikbaar is de dag van opname, en daarna bel je het gebruikelijke kluitje werkloze comedians en B-acteurs af om te zien wie het meeste honger heeft. Desgevallend kon je ‘Even goeie vrienden’ dus beschouwen als het eindstadium van de panelquiz. Terminaal, met andere woorden.

Achter het weekverloop van ‘Even goeie vrienden’ schuilde ook een dieperliggend competitieverband waarvan ik het fijne al snel niet meer wou weten, maar dat er in de praktijk op neerkwam dat je binnen de tijdspanne van één week maar liefst drie afleveringen de tijd kreeg om een zekere amusementswaarde te ontwaren in Paul D’hoore. Dan kun je ‘m nog koppelen aan Celine van Ouytsel en komieken als Gunter Lamoot en Vincent Voeten je studio binnenlokken: een amusementsprogramma dat driekwart van z’n premièreweek mede ophangt aan Paul D’hoore, smeekt mijns inziens al bij het begin om een verlossende knal op het achterhoofd met een sneeuwschop.

Om maar te zeggen dat het ook niet verwonderlijk was dat deze quiz aldoor geteisterd werd door een kille, soms ronduit ongemakkelijke sfeer, ofschoon er volgens luchtbeelden wel degelijk een publiek aanwezig was in de studio. Ik schat dat er wachtzalen bestaan bij proctologen waar in vergelijking met dit programma een feeststemming heerst. Af en toe woog zelfs een loden stilte door, een auditief vacuüm waarin het enige waarneembare geluid het gekraak was van een televisiecriticus die onherroepelijk zat te verouderen op de bank. Als ik dan toch iets aardigs wil zeggen over ‘Even goeie vrienden’, dan dit: als programma dringt het zonder twijfel aan op een herwaardering van het onderschatte ambt van applausmeester. De bijgestelde spontaniteit - ik dacht, ik gebruik eens een eufemisme - in de onderlinge interacties tussen Van den Steen en Dendoncker deden me op de koop toe denken aan hun tussenkomsten in ‘The Masked Singer’. En het enige wat me erger lijkt dan zetelen in ‘The Masked Singer’, is om na de opnames nog àltijd in ‘The Masked Singer’ te moeten zitten.

Mijn buren, die intussen op mijn geschreeuw zijn afgekomen, wijzen me erop dat ik het nog niet over het niveau van de vragen heb gehad. Ze hebben gelijk, want de zeldzame keren dat de vraagstelling in deze quiz niet in aanmerking kwam voor verbetering, was het omdat ze vrijwel nergens op sloeg. Het ware antwoord op ‘Wie zingt ‘Fake Tales of San Francisco’?’ is bijvoorbeeld niet Arctic Monkeys: het antwoord in dat geval hoort Alex Turner te zijn, niet voor niets dan ook de zànger van Arctic Monkeys. Van Ouytsel meende in het geluidsfragment echter Wham! herkend te hebben. Ik zat dus al te balen, maar toen ik me daarbovenop ook nog een resem aan spelfouten moest laten welgevallen in dit programma, werd mijn aanhoudende verveling stilaan opgepookt tot boosheid. Want dat er gemorreld werd aan de algemeen aanvaarde Nederlandstalige spelling van ‘Eyjafjallajökull’ tot daar aan toe, zelfs al horen we twaalf jaar na uitbarsting wel stilaan over die klotevulkaan heen te zijn, maar wie o wie ‘Kurt Rusell’ dan wel moge zijn, dat is me een raadsel. Volgens dit programma was hij de levenspartner van Goldie Hawn, maar dat is volgens mij toch Kurt Russell.

‘De blauwe vinvis is het grooste dier ter wereld’ verscheen een dag later dan weer in beeld, waarop me geen andere conclusie restte dan dat zelfs de krachten achter ‘Even goeie vrienden’ hun eigen programma niet ernstig genoeg namen om tot een soort kwaliteitsstreven te komen. Wat moet ìk er dan mee? ‘Waarom komen ze eigenlijk niet in opstand?’, vroeg ik me op den duur zelfs af bij de sippe aanblik van Dendoncker en Van den Steen, terwijl ik toch allerminst hun impresario ben. Is dat dan het lot van de zachtmoedigen, die, tot ze de aarde erven, bij leven blijkbaar gedoemd zijn om zieltogende quizprogramma’s van personeel te voorzien? En waarom moet ìk het altijd voor die lui opnemen bij hun werkgever?

Ik ben het type niet om aan te dringen op afvoering van een televisieprogramma. Gelukkig had ik na één week ‘Even goeie vrienden’ al het gevoel dat aandringen niet nodig zal zijn.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234