© koen keppens

Review: Jonny Greenwood and the London Contemporary Orchestra op Best Kept Secret 2015

, door (gvn)

169

Het elf uur in de ochtend-concert zat vol wonderlijks dat totaal anders klonk dan het gezang dat me op de camping tussen waak- en slaapmomenten was komen aanwaaien. Het optreden had iets plechtigs, vanwege de keuze voor modern klassiek en soundtrackwerk, maar ook omdat alle andere podia nog zwegen. 's Ochtends veel te vroeg het festivalterrein betreden, het deed me vandaag denken aan om vier uur 's ochtends met jetlag in New York rondlopen. Een paar verschillen: in Manhattan rijden op dat moment monstergrote vrachtwagens binnen om de stad te bevooraden, op Best Kept secret worden sigarettenpeuken verwijderd en bakjes aardbeien uitgestald.

Er zitten ook eenden op de vijver. Op het podium is Greenwood een uur voor het concert 'the middle section' aan het afstemmen. Als alle instrumenten zijn gestemd, zegt hij: 'Let's do some Messiaen', en zet hij zich aan de ondes Martenot. Het begint te regenen. Er is daarna pauzemuziek van Sam Cooke. Tijdens 'A change is gonna come' gaat het even over. 't Was niet gepland, maar voor dit soort ontroering uit de alles stroomt-afdeling ben ik vroeg uit mijn tent gekropen. Uiteraard kent u Jonny Greenwood. Hij heeft de 'h' uit zijn voornaam aan Thom Yorke moeten afstaan, is aan het werken aan een nieuwe Radiohead en is onlangs in Indië gesignaleerd - kennelijk gewoon om er muziek te leren spelen, en niet om een baard te laten staan en zich in een wit Maharishikleed met gevouwen handen tot ons te richten.

Greenwood beklimt netjes geschoren het hoofdpdium van Best Kept Secret, bijgestaan door de London Contemporary Orchestra Soloists. Hij zet zich achter een Indiaas snaarinstrument waarop hij onlangs 'Miniature' schreef. Als violen invallen is ergens aan de oevers van de Ganges iemand zeer weemoedig, maar ginds valt wellicht warmere regen dan hier en nu in Zuid-Nederland. 'Brother' van Edmund Finnis - weet ik ook maar omdat de setlist 20 vierkante meter groot naast het podium is te volgen - is niet meer dan twee violen. In de Vocalise-étude uit 1935 van Olvier Messiaen gaat Greenwood naast een pianiste aan zijn ondes Martenot zitten. Hij leerde dat oude elektronissche instrument, dat een beetje als een theremin klinkt, lang geleden via de Franse componist Messiaen kennen.

Weetje: Radioheadsongs als ‘Where I End And You Begin’ en ‘How To Disappear Completely’ zitten ondes Martenot. 'Future markets' is er voor 8 muzikanten: 2 cello's, 1 contrabas en 4 violen. In 'Prospectors arrive' (ook uit de gelijknamige prachtfilm 'There will be blood'), komen Greenwood en de pianiste erbij. Dichter bij Radiohead komen we vandaag niet: ik heb aan de zin 'I hope that you choke' uit 'OK computer' moeten denken, en aan veel meer dingen van heel lang geleden. Tijdens 'There will be blood' - de track - kijkt Greenwood toe terwijl 7 strijkers klinken als de rattenplaag van klanken die Krzysztof Penderecki in de jaren zestig voor groot orkest bij mekaar toverde, en die bijvoorbeeld in de soundtrack van 'The exorcist' belandde.

Wie Radiohead een warm hart toedraagt, weet dat het raam van de moderne klassieke muziek in Greenwoods hoofd veel langer dan vandaag openstaat. Al van bij 'OK Computer' was dat het geval: de verkeyboarde stemmen van ‘Exit music (for a film)’ zijn geïnspireerd door zijn held Penderecki. Het noisy einde van ‘Climbing up the walls’, dat is letterlijk de Penderecki die u riskeert te kennen van voor de grote zalen besemde Hollywoodfilms die de schaduwkant van de mens belichten. Als Radiohead ergens uitfreakt, is het meestal Greenwoods schuld. Nog voorbeelden? De orchestratie van ‘The National Anthem’, een fusion van zware funk, rammelrock en free jazz: het gesmolten lawaai naast Thom Yorkes engelenstem klinkt meer als Robert Wyatt en Primal Scream dan als Radiohead.  Het einde van ‘Life In A Glasshouse' is evenmin easy listening.

Terug naar de Best Kept Secretset. Ook 'Love' uit de soundtrack van 'Under the skin' zit in de set. We zitten nu helemaal aan des mensens schaduwkant. Indrukwékkend mooie horror, dat wel! 'Nu heeft hij een gitaar vast', zegt een meisje naast me tot haar vriendin op de grond. In 'Electric counterpoint' van Steve Reich gaat Greenwood solo tegen zijn laptop in. De zich immer herhalende, Malinees aandoende gitaarpartij doet mij denken: 'Zou er Deltablues zijn op andere planeten?' Het publiek wordt nog gevraagd mee te doen door op een website verschillende tonen aan te klikken. Af en toe komt er een vage piep uit een mij omringend toestel, maar de song 'Self portrait with seven fingers' zelf intersseert me meer.

Ooit was Greenwood bij Radiohead een zeer agressief gitarist. Ten bewijze: 'Creep' en 'Just'. Op de duur moest hij zijn arm - wegens peesverwonding - stutten als hij speelde. In 's mans eigen woorden: 'Zoals iemand voor het boksen z'n handen tapet'. Zijn hulpstuk was alleszins meer van doen dan de polsbandjes van Mark Knopfler. Vandaag doet Greenwood op het podium eigenlijk niet veel meer dan zijn gitaar zachtjes aaien. Zou het, sta ik in Hilvarenbeek te overdenken, die armverwonding zijn die tot 'Kid A' en al het vreemds dat volgde heeft geleid? Het ontbijtconcert zit erop. Het veld voor het hoofdpodium applaudissert heftig. Er komt voorlopig nog steeds geen feestmuziek vanop de andere podia aangewaaid. Ik wandel voorbij podium drie waar Steve Gunns zweverige Americana perfect na Greenwood in de mix zit. Het miezert. Ik ben aangedaan van zoveel schoonheid.

En wat vond ú ervan?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?