© Alex Vanhee

Concertreview: Patti Smith in OLT Rivierenhof 2017

, door (vvp)

575

Punk betekent geweld, roepen en tieren, maar Patti Smith – eigenlijk de zachtheid zelve – weet dat het ook méér is dan dat. Ze speelde haar liedjes in de open natuur van het Rivierenhof rustig en ingehouden, die intieme setting waardig. Geen gitaarstormen, freejazzsolo’s of spuwsalvo’s. Dat komt mede doordat ze niet op de hort was met haar normale band: geen Lenny Kaye en geen Jay Dee Daugherty te bespeuren. In hun plaats was er bassist Tony Shanahan, drummer Seb Rochford en gitarist Jackson Smith, zoon van Patti en de in 1994 overleden Fred ‘Sonic’ Smith.

Het weze je dus vergeven als je dacht dat Patti hier wat kwam tuffen op B-niveau, ook al omdat ze maar twee nummers van ‘Easter’ speelde (geen ‘Rock N Roll Nigger’: jammer!), één van ‘Radio Ethiopia’ en één van ‘Horses’. Al de rest kwam uit de jaren 90 en nul. Maar ik stond er niet om te luisteren naar de muziek die ze gespeeld zou kúnnen hebben; het ging om wat ze wél bracht. En dat waren stuk voor stuk: mooie, gevoelige songs, door Patti vertolkt met benauwende eerlijkheid, een goeie stem en een onverstoorbaar cool gevoel voor humor.

Iemand zou ooit eens een boekje moeten uitbrengen met Patti’s beste bindteksten. Wat zou er dan instaan van vanavond? Die ene keer dat iemand op een stil moment ‘yee-haaw’ riep, en zij reageerde: ‘Wat denk je dat ik ben, een stuk vee?’ Dan, tegen haar muzikanten: ‘Kom, biggetjes, dánsen!’ Ze zong de begintune van de cartoon ‘Mighty Mouse’ – ‘Here I come to save the day’ –gevolgd door: ‘Sorry, maar de rest ben ik vergeten omdat het ook alweer vijftig jaar geleden is. Excuseer: zestig. Maar als zo’n muis alle problemen ter wereld kan oplossen, waarom kunnen wij dat dan niet?’ En daar had ze een punt.

Ja, Patti de activiste was er ook. Ze nam het op voor de Hopi-indianen in ‘Ghost Dance’, sprak zich uit tegen de ecologische crisis in ‘People Have the Power’ en had nog een goeie repliek klaar voor die ene fan die riep dat er hier ergens een politicus rondloopt die – no way! – meent dat armoede je eigen schuld is: ‘Zo zijn er jammer genoeg wel meer, meneer.’ Ze wist dat zestig kilometer verderop U2 hun Joshua Tree Tour stond af te werken, en speelde ‘Mothers of the Disappeared’, een ode aan de moeders van de kinderen die van de aardbodem werden gevaagd door de doodseskaders in Zuid-Amerika. Toen ze erover vertelde, hóórde je de gal in haar maag naar boven borrelen.

Naar goede gewoonte bracht ze saluut aan een aantal collega-beeldenstormers. ‘My Blakean Years’ was natuurlijk voor ‘poëet, activist, pamflettenmaker en visionair’ William Blake, terwijl ‘Tarkovsky’ een kushandje was aan het adres van de grote Russische filmmaker: spoken word die voor één keer, omdat ze uit de mond van Patti kwam, niet zum kotzen was. Het grote ‘Because the Night’ – waarin ze, vanwege keelproblemen, haar noten soms nét niet haalde – was voor Fred ‘Sonic’ Smith: niks te veel eer voor de man die ook al de inspiratie was voor de bandnaam Sonic Youth.

Maar de allermooiste ode was er voor de recentste klant van de kakker met de zeis: Sam Shepard, de acteur die Chuck Yaeger speelde in ‘The Right Stuff’ en de verliefde boer in ‘Days of Heaven’, tevens een gevierd scenarist – de prachtige screenplay van Wim Wenders’ ‘Paris, Texas’ is van hem – en toneelschrijver. Ze speelden samen in ‘Cowboy Mouth’, zijn toneelstuk uit 1971, toen ze een affaire begonnen. Daarna werden ze beste vrienden. In 2007 speelde hij nog banjo op Patti’s cover van Nirvana’s ‘Smells Like Teen Spirit’ – één van de tientallen groepen, trouwens, die zij fundamenteel beïnvloed heeft.

Toevallig pende Patti vandaag nog een verschrikkelijk mooie ode aan hem met de titel ‘My Buddy’. U moet het helemaal lezen, maar het begint zo: ‘He would call me late in the night from somewhere on the road, a ghost town in Texas, a rest stop near Pittsburgh, or from Santa Fe, where he was parked in the desert, listening to the coyotes howling. But most often he would call from his place in Kentucky, on a cold, still night, when one could hear the stars breathing.’ Ja, Patti is een fantástische schrijfster. Híj had een halve maan op zijn hand getatoeëerd, zíj een bliksemschicht op haar linkerknie. Het extatische slot van het ‘Beneath the Southern Cross’ dat aan hem werd opgedragen, was een wolkbreuk.

Nog hoogtepunten? De laatste gescandeerde letters van ‘Gloria’, de snik in haar stem tijdens ‘Pissing in a River’, haar onbezorgde danspasjes tijdens ‘Summer Cannibals’. Patti gaf een los uit de pols geschud, ontroerend, vrijgévig optreden – als u haar iets wilde vragen, had u maar uw hand op te steken – en haar grote klasse stond op geen enkel moment in de weg van haar immer onvermurwbare rock-‘n-rollattitude. Een goeie raad voor de lucky bastards die een ticket hebben voor morgen: verwar laidback nooit met gedesillusioneerd of ze is nog altijd in staat om u vol in het gezicht te spuwen.

Ja, Patti Smith: ze is 157 jaar oud en ze ziet eruit als Iggy Pop met kleren aan, maar ze is springlevend, onverslijtbaar en in het geheel onmisbaar. Ik zou er lyrisch van worden, maar in het gezelschap van Patti zou dat alleen maar lullig overkomen, dus in het kort: dank je, Patti, voor alles.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?