© Koen Keppens

Concertreview: Pixies op Lokerse Feesten 2017

, door (vvp)

322

Een Pixies-show is altijd hetzelfde, maar ook altijd anders. Het is een holderdebolder-ervaring waarbij Black Francis, zijn gezicht immer strak in de plooi, in één lange adem dertig-en-een-klets nummers doorploegt. Geen gezever en geen bindteksten, gewoon de essentie, zijnde: punksongs van gemiddeld 2 minuten 16 seconden die het midden houden tussen meezingpop en de geluiden van een autofabriek. Pixies opereren volgens het ‘get in, get out’-principe van de beste bankovervallers, en tofst van al: ze spelen geen twee avonden dezelfde setlist, waardoor er elke keer toch ook iets van spontaniteit in de nummers sluipt.

Die nummers, dat waren vanavond bijvoorbeeld: een furieus ‘Tams’, een furieus ‘Monkey Gone to Heaven’ en ook wel een furieus ‘Gouge Away’, dat trouwens een knoert van een opener was. ‘Dead’ was nog niet gedaan of ‘Wave of Mutilation’ stond al slachtoffers te maken. En toen daarvan de laatste noot begon te trillen, zaten ze op podium al bij het tweede refrein van ‘Crackity Jones’. Het moest hard gaan, waardoor ‘Tenement Song’, ‘Ana’ en ‘Mr. Grieves’ op de stopwatch onder de vijf minuten bleven – samen, welteverstaan. Over de selectie niks te klagen, want ‘Bone Machine’ was erbij en wat heeft een mens nog meer nodig? Er passeerde zelfs een lading uit het geweldige ‘Come On Pilgrim’: ‘Isla de Encanta’, ‘I’ve Been Tired’, ‘Ed Is Dead’ én ‘Caribou’.

Het is me wat om ze daar te zien staan, de Pixies: even gefocust op hun taak als een aan Rilatine verslaafde mierenkolonie. Hulde aan David Lovering en Joey Santiago: vaders aan de schoolpoort, maar je moet die mannen de beginselen van de rock-‘n-roll niet uitleggen. Black Francis zingt op zijn manier nog steeds fenomenaal goed, ook al blijft zijn lijf maar uitzetten en is hij zo’n kletskop geworden die ook op zijn achterhoofd dubbele kinnen heeft. Kim Deal-vervangster is al een tijdje Paz Lenchantin, ook al kán Kim Deal natuurlijk nooit vervangen worden. Lenchantin heeft een mooie naam en ik vermoed dat zij Black Francis met zijn benen op de grond kan houden: zij werkte in het verleden ook al samen met Billy Corgan én met Maynard James Keenan, dus zij kan wel om met opgeblazen ego’s. Kanttekeningetje: ze is een goeie bassiste maar een povere zangeres. Bij ‘All I Think About Now’ viel ze toch wat door de mand.

De flow van de setlist zat goed, ook al waren ‘Ana’ en ‘All the Saints’ de enige adempauzes. Ik heb niks met de platen van na de reünie (niet met ‘Head Carrier’ en al helemáál niet met ‘Indie Cindy’), maar eerlijk is eerlijk: opgenomen in die lange playlist was het geen enkel probleem dat ‘Classic Masher’, ‘Head Carrier’ en ‘Um Chagga Lagga’ – yummy solo van Santiago trouwens – naast de classics van ‘Doolittle’ werden gespeeld. Nu ik er zo over nadenk: enorme hoogte- dan wel dieptepunten wáren er niet. Een avondje Pixies valt namelijk goed te vergelijken met een rollercoasterritje. Daarvan ga je ook niet zeggen: ‘Oh, die eerste bocht was leuk, maar die tweede? Bweik!’ Dat gezegd zijnde: ‘Debaser’ was de looping. En ‘Where Is My Mind?’ – voor één keer pakten ze er hun tijd voor, met zelfs een prachtig stukje akoestische gitaar – was de Dalton Terror achteraf.

Al gedaan? Tja, bij de Pixies duurt anderhalf uur maar een kwartiertje: zij zijn een tornado, een 12 op de schaal van Steve Albini. Wanneer zij spelen smaakt Primus als een La Trappe van het vat. En wanneer zij groot lawaai maken met daarbovenop een schril gekrijst woordje niks (‘Debaser!’, ‘Head carrier!’) dan klinkt dat alsof zij daarmee iets te zeggen hebben. Het is waar dat ze sóms dreigen over te schakelen op automatische piloot – ze touren dan ook als maniakken – maar tot nader order blijven zij de groep die de meeste energie, de meeste attitude én de meeste songs in 90 minuten gepropt krijgt. Ze zijn na dertig jaar nog altijd spannend.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?