Concertreview: Arsenal, Air en Leftfield op de Lokerse Feesten 2017

, door (kl)

16

Tiens-tiens; de exacte tijd en plaats herinner ik me niet, maar ooit onderschatte ik Arsenal en dacht er nog niet aan om een concert van Hendrik Willemyns en John Roan te beluisteren. De exotische dance- hip hop- poprock van dat duo klonk in mijn oren veel te middle-of-the-road. Maar: Willemyns verklaarde recentelijk dat “Arsenal vanaf nu alles anders gaat doen”, én ik las ook iets over “seks en poëzie”. Die uitlatingen trokken me over de streep, en op de Grote Kaai beklaagde ik me dat geenszins. Toch werd daar snel duidelijk dat een statement als “alles moet anders” genuanceerd dient te worden.

Uitgebreid tot een tiental bracht nog altijd hits als ‘Estupendo’ en ‘Saudade 1& 2’, en in nieuwkomer ‘Low Sun- Long Shadow’ bleek het uitheemse ritme zoals vanouds de voorbode voor een zomerse, beheerst rockende popsong. Ook kersvers, ietwat verrassend was ‘Amplify’. Die potige en sensuele electro-funk rocker verraadde dat Roan en co. tijdens de opnamen eens naar Konono N°1 luisterden. Golden oldies als ‘Black Mountain’, ‘Lotuk’ en ‘Melvin’ bliezen geen bruggen op met hun verleden, maar schalden wel fris, meer uitgediept en steviger over het plein. Even pauzeren deed blijkbaar deugd en Willemyns is geen grootprater; de stijlvolle visuals van beeldend kunstenares Akiko Nakayama waren dichterlijker dan veel poweziebundels. Plus: zangeressen Leonie Gysel en Mathues hadden rekken vol sexappeal in de aanbieding.

“Die twee van zagen er niet uit”, hoorde ik na het optreden van Air. “Hebt gij misschien gene weed bij”, vroeg iemand me ervoor. Seks straalden Nicolas Godin en Jean-Benoît Dunckel wéér niet echt uit. Chill waren ze wel. En heel erg anders dan de feestbende van Arsenal; onbeweeglijk, zwijgzaam en schijnbaar gelaten priegelden Godin en Dunckel weer aan tous ces trucs vintage. “Meisjes komen van Venus, en jongens van Mars”, hoorde ik tijdens de heerlijk lome opener ‘Venus’. Zulke verwondering, vervreemding typeerden ook zaterdagavond de rest van de set, maar de Versaillais toonden zich wel beter bij de pinken dan op het Cactusfestival 2016.

Bijgestaan door een drummer en een derde toetsenist, brachten Dunckel en Godin er namelijk net iets meer dynamiek en afwisseling dan toen. Een rikketikketakkend krautrockritme joeg ‘Don’t Be Light’ vooruit, en later zou tijdens het wufte ‘Alpha Beta Gaga‘ een hakkende ritmesectie zich in een zinderende finale van zijn meest vilaine kant tonen. Ondertussen passeerde het mooi wazige ‘Cherry Blossom Girl’, maar de te grote hoeveelheid traag en zweefrockerig gefrunnik beproefde meermaals mijn long attention span. Dat compenseerde het viertal ruimschoots met een hups ‘Kelly Watch The Stars’ en de pwooohws in ‘Sexy Boy’ klonken 4 real. Superbe was het ook hoe de retro-futuristen met uit de bocht vliegende synths en alle kanten tegelijk opzwiepende basriffs een roodgloeiend uitroepteken achter hun nummers zetten. Niet altijd even gemakkelijk te degusteren, maar ook intrigerende en vaak gewoonweg mooie songs.

De nummers op ‘Leftism’ van Leftfield waren baanbrekend omdat ze een hutsekluts van dub, jungle, reggae en wereldmuziek lieten horen. Tweeëntwintig jaar en talloze trap- dubstep- grime classics later die elf niet meer zo vooruitstrevend, maar als has-beens mogen ze ook niet worden afgedaan. Nadat een intro van diepe, ontspoorde bassen en unheimisch klinkende klavieren de nachtelijke hemel boven de Durme nog zwarter kleurden, hoorde ik dat al aan ‘Relaese the Pressure’. Neil Barnes en zijn dubtecho- onderneming freewheelden zich meesterlijk door die euforisch klinkende klepper rastafari- gewijs heen.

“What worries me is the professionalism of everything”, zuchtte Irvine Welsh wel eens. Als ik die oprisping goed begrijp, bedoelde Welsh dat ook kunstuitingen van tegenculturen na een tijdje in het harnas van gangbare normen en waarden gewrongen wordt. En dat maakt hen saai. Niet té luid spelen is daar voor veel underground bands één van, en ook ouwe punk Barnes conformeerde zich; zijn groep speelde geen ramen aan diggelen. Toch was Leftfield behoorlijk luid. En meestal niet flauw, omdat de nummers geregeld een psychedelisch klinkende outfit aangemeten kregen. ‘Afro Left’ was een hoogtepunt; weirde beelden van een hyena-achtig iets in een onderzakkende zon kregen als soundtrack dollemansbeats. Ritmes die pas écht buskruit leken als de knopjes eerst een forse ruk naar links, dan weer naar rechts kregen. En ondertussen werd er op zijn hondsdol gekoeterwaalst. “Sonically we're in control”, zo klonk het daarna. Ook het logge en tegelijkertijd sensuele “Original” klonk weldegelijk impressionant.

Niet zo indrukwekkend: een wat te vrijblijvend ‘Inspection (Check One)’. Ook de meer rechttoe rechtaan tracks ‘Black Flute’ en ‘Space Chanty’ denderden inspiratieloos voorbij, maar publiekslieveling ‘Open Up’ kreeg de verdiende Grand cru-versie. Het nummer spetterde full force van het podium, en na de break klonk die classic zelfs wat als drammerige, maar goede acid-house. “Burn, burn, burn, burn, burn, burn, burn...Tragedy or comedy. Probably publicity”, sneerde die andere ouwe punk, John Lydon, ondertussen vanuit een doosje. In vuur en vlam stond de Grote Kaai zaterdagavond niet, maar deze drie bendes bezorgden Lokeren vast wel goede reclame.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?