© Damon De Backer

Concertreview: Unkown Mortal Orchestra op Best Kept Secret 2018

, door (sasha van der speeten)

4

'To disco or not to disco'

UMO is een band van tegenpolen. De in Amerika residerende kiwi’s kicken op indie en psychedelische noise, maar ook op funk, disco en soul. In  het ruwe ‘Ffunny Ffrends’ en het piekfijne, herfstkleurig ‘From the Sun’ worstelden tristesse en kinderlijk vertier op voorbeeldige wijze met elkaar.

Laatstgenoemde song mondde uit in een te lang uitgesponnen gitaarstorm die frontman Ruban Nielson met moeite kon beteugelen. Het is een euvel waar UMO wel vaker last van heeft. Nielson schrijft fantastische, muzikaal complexe en rijke songs, maar hij saboteert ze niet zelden met migraineverwekkend gitaargesnerp en de daarbij horende feedback. Of hij laat de liedjes ontaarden in hallucinogene jams waar Grateful Dead jaloers op zou worden.

In zijn beste momenten reanimeerde Nielson de krakende funk van Sly Stone en Larry Graham, zoals in ‘Necessary Evil’, dat op rubberen benen door de tent wankelde. Nielson zong er bovendien te zacht - jammer, want het nummer heeft een moordrefrein. ‘Ministry of Alienation’, de beklijvende ballad uit nieuwe plaat Sex & Food, kondigde een voortijdige zonsondergang aan. Heerlijke akkoordenprogressie trouwens - jazzy en vol weemoed. Waarom verstopt Nielson zo graag zijn fenomenale songschrijverstalent onder klankeffecten?

‘So Good at Being in Trouble’, een onverwachte meezinger, had van Stevie Wonder kunnen zijn, althans in de zompige versie op BKS. Nielsons zang baadde in van extase druipende soul. Wat is hij toch goed als hij zijn teksten niet afhaspelt. Om hem te belonen, wandelde een roadie het podium op met een schaal vol tequilashotjes. Rock-‘n-roll! Niet zo raar dat ‘Major League Chemicals’ vervolgens woest en nietsontziend klonk. De jongens en meisjes die voor UMO’s discopopkantje waren gekomen, stonden er evenwel verweesd bij.

 ‘Not In Love, We’re Just High’ volgde - treffend na voorgaande psychedelische overload - en deed de temperatuur in de tent stijgen. Cultfavoriet ‘Multi-Love’ zwengelde een feestsfeertje aan. Boem! deed het zaakje en iedereen zong gelukzalig mee. Een beetje wrang wel, want die song gaat over een dramatisch scheefgelopen ménage à trois tussen Nielson, zijn vrouw en een buitenlandse vriendin. Had hij er maar niet zo’n rotaanstekelijke popsong van moeten maken.

Disco!

Kijk eens, daar kregen we eindelijk wat disco op ons bord. ‘Honeybee’, dat Nielson zong met kauwgum tussen de tanden - hij blijft een overbeterlijke slacker - outte zich als groovy shizzle waar wij discreet een kniezwengel bij probeerden, tot afgrijzen van de omstaanders. Nooit meer. ‘Everyone Acts Crazy Nowadays’, de beste indiediscosingle die u bizar genoeg nooit in dagrotatie hoort op radiozenders die beweren muziek een warm hart toe te dragen, toverde de tent om tot Studio 54. Nu ja, zonder de dragqueens, de A-listers, de bergen coke en een naakte Barry Manilow op een witte merrie. 't Is ook nooit goed.

‘I Can’t Keep Checking My Phone’, nog zo’n juweeltje uit de Multi-Love-plaat, kieperde het zaakje vakkundig ondersteboven. Leert Nielson hieruit dat hij in de toekomst wat meer van dat soort dwarse discopop mag schrijven? Of doet hij opnieuw zijn stinkende goesting? Spoiler: het tweede.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?