© Koen Keppens

Concertreview: Elvis Costello & The Imposters in OLT Rivierenhof (3 juli)

, door (ss)

60

Costello’s grapjes dinsdag waren grotendeels dezelfde als maandag, maar je kan moeilijk verwachten dat hij naast al die muzikale pracht ook nog eens voor elke concert van een lange toernee een aparte one man show verzint. Die lange toernee was het enige probleem: Costello’s repertoire zingen is een stuk moeilijker dan het lijkt (ik weet het, ik heb geprobeerd en gefaald), en zijn stem was vermoeid, zodat hij hoge tonen vaak niet haalde of ze probeerde te omzeilen. Al dient gezegd dat hij dinsdag beter bij stem was dan maandag.

Hij droeg ‘I still have that other girl (in my head)’ op aan Burt Bacharach, met wie hij het schreef en die ook op zijn nieuwe cd meespeelt. En niet ‘God give me strength’, die andere parel, misschien wel de moeilijkst te zingen song van de voorbije decennia – met hoge noten die Costello op een slopende toernee niet meer haalt. Er waren nog meer subtiele verwijzingen en tekstcitaten naar Bacharach (‘Say a little prayer’) en naar Van Morrison en naar vintage soul (‘Tracks of mytears’) en naar Abba (‘Dancing Queen’).

’t Was boeiend om de subtiele verschillen tussen die twee concerten te zien. Maandag gebruikte Elvis een megafoon als slide, dinsdag niet. Dinsdag speelde hij ‘Good year for the roses’ en ‘Beyond Belief’ en de song voor Johnny Hallyday niet. En enkel maandag vertelde hij deze anakdote: ‘In 1978 huurde mijn manager een stel vrouwen in om tijdens ons concert te gillen. Het concert werd gefilmd voor een video, en hij wilde een Beatles-effect creëren, terwijl in werkelijkheid amper iemand wist wie wij waren’.

De concerten van Costello in het Rivierenhof hadden iets van een onderonsje, de bijeenkomst van een sympathieke secte: mensen met goede smaak die hun held kwamen eren en zich laven aan muziek die een klasse hoger speelt dan het geblèr in de hitparade en op een dozijn karakterloze radiostations. Dit was een generatieconcert voor post-punkers op leeftijd (en wat was new wave anders dan punk op een hoger niveau, in perspectief, in kleur en 3D?) Het was ontroerend te zien hoe bijvoorbeeld tijdens ‘Alison’ twee derden van het publiek ademloos de tekst meeprevelden.

Costello is een sluwe showman, die weet dat hij ons knockout krijgt met een iets te korte set (of leek dat maar zo – hoe beter een concert, hoe groter de verrassing als het plots ophoudt), om daarna nog 489 bisnummers te geven. En hij verwende ons met een best of set: ‘Watching the detectives’ (lang uitgesponnen, met psychedelische gotaarsolo’s), ‘Clubland’, ‘When I was cruel’, ‘Tears before bedtime’, ‘(I don’t wanna go to) Chelsea’, ‘Accidents will happen’, ‘I want you’ (met een gitaarorgie als lange outro en tekstimprovisaties – ‘You cried out Johnny in bed, when you know my name!’), ‘I can’t stand up for falling down’ (als ballad), ‘Shot with his own gun’, ‘Pump it up’, ‘She’, ‘What’s so funny (about peace, love and understanding)’, een mooi ‘Every day I write the book’… Het spreekt boekdelen dat je, enkel omdat Costello na al die jaren zo’n rijke catalogus heeft, toch nog andere songs had willen horen.

Is er van zijn generatie iemand anders die het, qua pure kwaliteit, veertig jaar later zo ver heeft geschopt? Ik moest lang nadenken voor ik iemand vond, en dan nog ging het slechts om een ex aequo.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?