© Matthieu Van Steenkiste

Ondertussen in Slowakije: onze recensie van Pohoda Festival (dag 3)

, door (mvst)

16

Lees ook het eerste deel

Dag Drie van Pohoda begint al even weifelend als zijn voorganger. De aanloop naar wat er echt toe doet gaat traag, heel traag. Het lange wachten betaalt zich echter met de ontdekking dat ze ook in het Oosten kunnen dansen, en een warme set van Calexico. Dat, en een headliner waar we nog nooit ofte nooit van hadden gehoord.

Eerst nog wat observaties? Welaan dan: van alle propere festivals die we al bezochten, moet Pohoda het allerproperste zijn. Op het terrein is geen verfrommeld papiertje te zien, en dat men het opruimen ernstig neemt bewijzen de vele recycling stations. En het gaat zelfs verder: rokers worden dwingend gevraagd hun sigaretten niet op de grond te werpen 'anders moet iemand ze met de hand oprapen'. Zoiets werkt op het geweten; nog nooit zo lang aan onze peuken vastgehangen tot we een vuilbak vonden.

En dat er naast muziek dus nog van alles te beleven is. Gisteren zagen we mensen al totebags en t-shirts beschilderen, vandaag wordt slim op het muzikale programma ingespeeld. In de tent waar normaal de folkloristische muziek staat – ook dat is een typisch Slovaaks randje dat pakweg Cactus Festival nog niet zien overnemen – wordt deze middag een uurtje dansles gegeven. Meer bepaald: het gekke, vrolijke dansje dat Tune-Yards in haar clip voor 'Heart Attack' ten beste geeft. Van op het podium geeft een lerares instructies, wat op de vloer ervoor gebeurt bewijst dat het allerminst zo gemakkelijk is als zij het laat uitschijnen. Kinderen, pubermeisjes, en zelfs enkele volwassen mannen proberen Merrill Garbus' pasjes zo goed en kwaad mogelijk te imiteren, en als dat niet lukt? Dan is de lol gewoon nog groter.

En dan de muziek

Muziek toch maar? Jade Bird is een jonkie dat nog maar net komt kijken, maar de Britse songschrijfster toont zich op de Budís Stage vol vertrouwen. Ze speelt haar krachtige folk met pit, verkoopt haar songs met een vlotte babbel. 'Cathedral', over weglopen van je eigen huwelijk, is een knap nummer, aan het sufgecoverde Pixies' 'Where Is My Mind?' geeft ze een verrassende eigen draai. Het nieuwe 'Anniversary' – 'net geschreven!' laat nogmaals horen dat ze talent en een eigen stem heeft. Moge Jade Bird nooit in co-writing hell belanden.

En dan loop je een tent binnen, laten drie Zuid-Koreanen horen hoe Soulwax, Goose en Chemical Brothers zouden klinken als ze ooit per ongeluk in dezelfde droogzwierder zouden belanden. Twee knoppendraaiers links en rechts, centraal een drummer die mépt. Geen opzwepende streken, geen aanmoedigingen, het overtuigen moet de niet aflatende, immer doorpompende muziek maar doen. Idiotape beukt, bliept en knalt alsof het al zaterdagnacht is en de grootste club van Seoul veroverd moet worden. En dat is nog maar het openingsnummer. Elders horen we opzwepende synthstoten die platte dance hadden kunnen worden, maar dit trio is slimmer dan dat, laat de boel soms ontsporen in Electronic Body Music om toch maar zeker te zijn dat alles genoeg power heeft. Nauwelijks dertig uur geleden zagen we Chemcial Brothers hier het hoofdpodium afsluiten, het is niet moeilijk in te beelden dat daar ooit Idiotape zal staan.

Twee uur eerder verklaarde Everything Everything op een persconferentie pompeus hoe hun muziek onder andere de Brexit aansnijdt, eenmaal in actie is daar bij de band niets van te merken. Als dit artpop is, dan willen we nooit meer artpop horen: vergezochte ritmes, wendingen, en vooral een falsetstem die na drie noten gaat vervelen. Slechts één goeie flits  horen we, met een 'Spring / Sun / Winter / Dread' dat dan toch ietwat aanstekelijk is. Het is te weinig. In Rusland knokt Engeland zich voorbij Zweden, maar muzikaal is het hier flink aan het verliezen.

Drank bestellen moet ondertussen grondig worden ingepland. Het bier zeikt immers in zo'n ellendig pisstraaltje uit de tap dat elke beker voor de barman een worsteling tegen het schuimen is. De rijen aan de togen zwellen aan, we krijgen heimwee naar die efficiënte tapmachines op Rock Werchter – hoe is het daar anders nog, collega's?

Tune-Yards begint met haar moeilijkste nummer, maar net als je denkt dat ze van 'Colonizer' een voorleessessie uit haar thesis 'Wat het betekent dat ik blank ben' zal maken, laat ze het nummer ontsporen in pompende electro. Van dan af zijn het de rollende bassen van Nate Brenner die het hoge woord voeren. 'Look At Your Hands' is hikkende, freakende disco, 'ABC 123' een uitgestoken hand richting Trumpsupporter. En dan gaat Merrill Garbus het uithangen. 'Honesty' dreint een eind weg, en even vrezen we dat het niets meer wordt, tot er toch dat 'Heart Attack' is. Niemand van de dansers van daarnet zien we echter op het podium opduiken; een gemiste kans.

Voor het eerst in Slovakije, en blij hier eindelijk te staan: Calexico, dat begint met een openingsschot dat zonder omwegen de actualiteit aansnijdt. 'Love in the age of extremes', zingt Joey Burns in opener 'End Of The World With You',  in 'Voices In The Field' echoot de Amerikaans-Mexicaanse grensproblematiek, maar ook een heerlijk ritme, en natuurlijk: trompetjes. 'Mariachi', roep je dan, want zo wil het cliché het, maar Calexico is zoveel meer dan dat. Een knappe, eigen versie van 'Love Will Tear Us Apart', bijvoorbeeld, maar ook het swingende 'Cumbia de Donde' dat ons de vraag ontlokt 'Hoe zeg je 'mamadans' in het Slovaaks?' Nauwelijks een nummer verder draagt Burns 'Alone Again Or' op aan twee fans die hun trouwverjaardag vieren. Het is tekenend voor dit erg warme, genereuze concert. Calexico heeft zijn Slovaaks debuut niet gemist.

Matige afsluiter

In de Verenigde Staten is Laura Pergolizzi de go-to-songsmid van grote sterren als Cher, Christina Aguilera of Rihanna (ze schreef haar "Cheers (Drink To That)"), op Pohoda is ze de headliner en brengt ze het werk van de vier albums die ze onder de naam LP uitbracht. Wie in haar bio de naam Linda Perry, die van 4 Non Blondes die nu elke grote Amerikaanse vrouw haar trauma van zich af leert schrijven, zag staan weet wat hij mag verwachten: loeipop op zijn Anouks, girl power op zijn Meredith Brooks. Slechte girl power, dus, van het soort dat uit die co-writing hell komt waarvan Perry de satan is.

En zo sleept Pohoda 2018 zich weinig overtuigend naar het einde. We lopen nog even een ommetje langs het Kronos Quartet (ook hier geen oordeel, maar: cool dat dit op een festival kan), en zien hoe het befaamde klassiek ensemble in wereldpremière 'Tentacles Reaching Out' van Miroslav Tóth brengt, alweer ter nagedachtenis van Jan Kucnik en zijn echtgenote. Waarmee de cirkel rond is, en de rest een nagedachte wordt. Ook dat Gus Gus dus, dat van een debuut met vijf miljoen leden eind jaren negentig is uitgedund tot een spaarzaam duo. Drukdoenerig in een soort bajesplunje doet Daníel Ágúst Haraldsson ons wat denken aan een meer homoseksuele Karl Hyde, achter hem lost Birgir Þórarinsson het soort warme house en techno waar het aardig op dansen is, en dat een festival altijd perfect naar zijn einde begeleidt.

Tijd voor een conclusie dan maar? Pohoda is a-ok, al zou een iets sterkere line-up helpen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?