© Alex Vanhee

Couleur Café - dag 2: Veence Hanao (★★★) - Inna De Yard (★★★) - Kamasi Washington (★★★★)

, door (gvn)

25

Het was in Brussel uiteraard pokkeheet toen de Brusselaar Veence Hanao (***) om half vijf de Green Stage betrad. Zijn voor de nacht bedoelde, en niet meteen opmonterende muziek beloofde niet echt hittegolfbestendig te zijn: één van zijn songs heet ‘Sinistrose’, pessimisme dus. 

Dat Veence in 2014 de muziekscene moest verlaten wegens tinnitus (in het Frans: des acouphènes), kan je ergens op zijn één jaar oude plaat ‘Bodie’ letterlijk horen, hij laat de piep door merg en been suizen. Blij dat hij met beatmaker Le Motel werkt, bekend van die losvast hangende moderne jazz en funk op de bij momenten melancholische Roméo Elvis-platen ‘Morale’ en ‘Morale 2’.

Ook live is het Hanao’s flow die begeestert: hem lettergreep na lettergreep proberen te volgen is een trip. Boven pianowatervalletjes en haperende beats van Le Motel steekt hij nogal wat blues en halve depressies in zijn teksten. ‘On dirait qu'la joie ça m'va pas/ Ça n'sert à rien dans la jungle’. Met blij zijn is hij niks in de jungle, een beetje gecrispeerd rondlopen gaat hem beter af. Terugkerend stuk refrein: ’Laissez-moi vivre dans ma sinistrose’. En toen waren we halfweg de set, en bleek één van de machines van Le Motel gesmolten door de hitte. Zon - Sinistrose: al meteen 1-0.

Die van Inna De Yard (***) hebben niiks te klagen over het weer. De reggaeveteranen bundelen de krachten met een groepsnaam die je letterlijk mag nemen: ze hebben hun plaat in Kingston in de tuin - de yard - opgenomen.

Ik heb ze dit jaar leren uit mekaar houden: Kiddus I, die dat mooie liedje zingt met ‘All through the darkest days / we will survive’; Winston McAnuff met die heerlijk zware korrel in z’n stem; Cedric Myton (van The Congos) die zowat het tegenovergestelde is van McAnuff: rare, hoge falset, bijna cartoonesk, een stem vol maniërismen, maar wel verbluffend. While we’re at it: da’s hier wel iemand van The Congos, hé: check - als u van niks weet - ooit eens hun ‘Heart of the Congos’. Wie zijn we vergeten? Juist, Ken Boothe, die ondermeer een reggae-versie brengt van ‘Speak Softly Love’, eigenlijk de thema-song van 'The Godfather'.

Grote trommel, akoestischegitarenen toetsen: alles werd bespeeld op het ritme van de hartslag, en dat leverde qua sfeer een mooie ontmoeting op van de wereld van Buena Vista Social Cluben die van vroeg werk van The Wailers, zoals pakweg ‘Soul Rebel’.

‘We’re about to play some music in this beautiful place’, zegt saxofoongod Kamasi Washington (****), en hij heeft ten dele gelijk: de green stage is inderdaad even feeëriek als het amfitheater van het Rivierenhof. En wat een publieksopkomst! Maar dat van die ‘some music’ is niet accuraat, er gaat hier zometeen niks minder dan honing uit de boksen druipen.

Blij dat zijn fantastische toetsenist Brandon Cole terug is. Dat ‘Abraham’ (een song van bassist Miles Mosley) er weer bij is. Dat Washingtons vader present blijft geven op sax en fluit. Uiteraard de wonderlijke, cum laude aan de Sun Ra-universiteit afgestudeerde zangeres Patrice Quinnniet vergeten.

Ik ga u niet te lang lastigvallen met het moment waarop ik in ‘Abraham’ Stevie Wonder met Led Zeppelin en de Chili Peppers heb horen jammen. That's just me. Maar wel even dit over ’Truth’, dat wordt aangekondigd als vijf verschillende melodieën, als harmonie in verschil, als verschil dat niet gewoon moet worden getolereerd bij mensen, nee, dat bij hen moet worden aangemoedigd, omdat de verschillen uiteindelijk de harmonie alleen maar mooier maken.

Luisteren naar de live-versie van ‘Truth’ kan ik geen vijf verschillende melodieën onderscheiden, ik hoor zoals altijd de chaos in het begin versmelten in een bijbelfilm, en de bergrede in die film komt na een tijd van de reus die vooraan staat, Kamasi Washington, mogelijk de belangrijkste jazzman van dit decennium.

Nog dit: ik heb nogal wat tijd doorgebracht in de Dub Forest, waar de muur van boxen soms een klaagmuur van Jah lijkt om voor te gaan dansen. Met je gezicht naar de toren van zelfgemaakte klankkasten dan: naar de mensen die de plaatjes opleggen en omdraaien (meestal op één platendraaier) kijkt niemand, want die staan aan de p.a., en de te adoreren ster van het weekend is de muur zelf, en in het bijzonder de subbassen onderaan. Genre: strictly roots. Het is koel in bosje dub, en nergens op het terrein ga je betere geluidsarchitecten vinden. Er komt ook vrij veel volk voor opdagen!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?