© Alex Vanhee

KOKOKO! en co. op Couleur Café 2019: on-ge-loof-lijk aanstekelijk

, door (gvn)

30

Kent u die stripfiguurtjes van Hergé genaamd Kwik en Flupke? KOKOKO! speelt op instrumenten die doen denken aan een wasbord uit de keuken van Kwik en aan de Flupkebas gemaakt van een theekist, een stok en een stuk paktouw.

Maar eerst even terugspoelen naar het Couleur Café-concert van Rejjie Snow (★★★★☆). Nigeriaanse vader en een Iers-Jamaicaanse moeder. Als Alex Anyaegbunam in Dublin geboren in 1993. Hij zong op zijn debuut-ep uit 2013 over het jaar 1992 en over wat Dr. Dre in dat jaar vanuit L.A. deed: met ‘The Chronic’ de wereld veroveren. Hij deed dat samen met Loyle Carner, hun beider stemmen klinken als verschillende soorten pek.

Snow heeft die diepe stem nog steeds, en brengt er de tijd van Mos Def en goeie r&b en A Tribe Genaamd Quest niet gewoon mee in herinnering, hij maakt er iets nieuws mee, en schaamt zich geheel terecht totaal niet voor de popaccenten die hij in zijn songs legt.

De man houdt van zwoel en cocktailjazz en een refrein in het Frans, van vogeltjes, van zelf fluiten, van een paar keer ‘Bounce’ en ‘Yeah zeggen (en er gewoon mee weg komen). Rude Boy van Urban Dance Squad heeft dit concert al eens gerecenseerd aan het begin van ‘Deeper Shade of Soul’: ‘Mellow… that's my style’.

Feeling good, dus! Biertje halen en naar de Dub Forest. Meestal wordt hier slechts één platendraaier gebruikt, de A-kant is een melodieuze reggae-track, de B-kant is daarna de dubkant. Zalig! Maar nu is Dub Judah van The Twinkle Brothers bezig: mengpaneeltje waarmee hij in de mix kan, af en toe zijn echte bas erboven en consciousness-consciousness-consciousness-boodschappen waar ik me voor één keer eens niet aan stoor. De muur van boxen waar we allemaal voor staan te dansen verandert van een klaagmuur van Jah in een stop-met-klagen-muur.

En dan zegt de klok ‘Lauryn Hill’, en sta ik om elf uur braafjes voor de main stage, om daar drie kwartier lang naar het irritante coke-konijn DJ Reborn te moeten luisteren. Dear Ms. Hill, ik heb geen tijd, ik heb een afspraak aan de green stage, please leave a message after the beep.

Mijn date heet KOKOKO! Voor het concert komt de presentator zeggen dat het in hun hometown Kinshasa, hoofdstad van Congo, feest van de onafhankelijkheid is, en dat daar via de livestreaming veel volk meekijkt. Na het concert, dat eigenlijk één lange ‘bop til you drop’ was, zullen Makara Bianko, Débruit, Boms Bomolo, Dido Oweke, Love Lokombe en Makara Bianko bij het groeten zeggen dat België een tweede thuis is. Het publiek, dat na een uur dansen zeer opgeladen en uitgelaten is, reageert alsof hun team volgend seizoen in eerste klasse mag spelen.

De gele overalls hebben die van KOKOKO! van Devo geërfd. Ik kwam eerder op de dag zanger Makara Bianko en producer Débruit (een Fransman, de enige blanke) tegen in de backstage, en ik vroeg hen of ze het leftfield-discogroepje Liquid Liquid kennen, minimaal, retecool dansspul uit New York (en uit mijn jeugd). Makara Bianko knikt van nee, Débruit antwoordt: ‘Ik wel.’ Ik zeg: ‘Er zitten op ‘Fongola’ zelfs van die geluidjes die lijken op no wave van toen.’ Débruit knikt: ‘Hahaha, KOKOKO!, de no wave van Congo’. En ik weet genoeg: alle jaren tachtig-wendingen die de tracks tijdens het concert zullen nemen zijn van Débruit.

De rest, de opwinding, de block party-sfeer, de overlevingskunst, het aanstekelijke ritmisch vernuft en het instrumentarium gemaakt van schroot zijn van de blacks. De bas is een plank en één kabel. De drumkit is zelf gebouwd. Als de harde plastic flessen voor wasmiddel vanavond hun tijd blijken gehad te hebben, kan de percussionist ze - geheel in lijn met de eco-vriendelijke festivalrichtlijnen - in de PMD-zak gooien.

 

DIY. DIY-er. DIY’st: op youtube zie ik dat ze ook met sardienenblikken en broodroosters werken. Ergens staan ze steengruis van het betonijzer af te hakken, en lijken de Congolese Einstürzende Neubauten opgestaan.

Zeg tegen KOKOKO! gerust Congotronica, maar met de plaat ‘Congotronics’ van de groep Konono No.1 heeft het weinig te maken: Konono werkt met duimpiano’s en is veel meer op een publiek in trance uit. Dit is er bonk-klets en meedogenloos op, met minimale, rauw en vies en lichtjes storend gemixte baslijnen, en af en toe een donker synthgeluidje erbij. En de muziek is on-ge-loof-lijk aanstekelijk. 

Van de teksten maak ik uiteraard niks, maar ik vind in een video toevallig de refreintekst van ‘Tokoliana’ terug: ‘We maken mekaar kapot / in deze jungle’.

KOKOKO! is een groep for those in the now, niet om ergens schoenentips of leuke adresjes voor veganistisch ijs bij te staan uitwisselen, wel om zich eens goed op te laten gaan.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?