© Koen Keppens

Midnight Oil (★★★★★), Heideroosjes (★★★☆☆) en Limp Bizkit (☆☆☆☆☆) op Rock Zottegem

, door (mvst)

687

Wat doet een legendarische rockband als Midnight Oil (★★★★★) immers op een affiche waar rechtdoorzee punkers mogen volgen, en de clowns van de nu metal mogen afsluiten? Je zou Rock Zottegem bruutweg een festival van has-beens kunnen noemen, maar dat voelt een beetje onrechtvaardig voor een band met de status van deze Australiërs. En nog meer voor het powerhouse dat deze zestigers ook vandaag nog zijn.

Ooit ging dat zo: 'waarom nagelen jullie alle versterkers en instrumenten vast aan het podium?', vroeg een journalist de roadie van Midnight Oil, 'Je zult wel zien', was het antwoord, en Peter Garretts manische podiumact die avond, ergens diep in de jaren tachtig, bevestigde. Vandaag is de lange, benige frontman 66, maar heeft hij nog altijd de energie van een kleine kerncentrale; met de armen zwiepend langs dat lange lijf, is het bijna schokkerige, abstract dans.

Ook de rest van de groep is nog steeds de machine van weleer. Twee jaar nadat de groep een veertien jaar durend hiaat – Garrett werd ondertussen even minister – afsloot, ploegt en davert de groep alsof het nog altijd eind jaren tachtig / begin jaren negentig is, en Midnight Oil met zijn gedreven rock en gepassioneerde en geëngageerde teksten het opwindendste uit Down Under. Vandaag is die politieke betrokkenheid al te lezen op de backdrop – een beginselverklaring van het Aboriginalvolk – en 'Dead Heart', een song over kinderen die uit hun stammen werden geroofd om ze 'beschaafd' op te voeden, gaat op dat elan verder. Goeie opener.

Dat het lang geleden is dat ze in België speelden, wéét Garrett, en hij haalt het hele oude (1982) 'Short Memory' boven. Stukje songtekst: 'The Belgians in the Congo: short memory'. Die zit. Geweldig hoe de band het nummer op een kluitje vooraan op het podium speelt, met drummer Rob Hirst op één grote bongo. Hij blijft er nog even staan voor een akoestisch ingezet 'Kosciusko' dat de frontman jolig eindigt met de uitroep 'Chips! Waffles! Beer!' Blij dat je ons toch niet alléén met Leopold II associeert, Peter.

Nog eens terug naar de Aboriginals, voor die reuzehit natuurlijk, waarin Garrett de landroof van zijn voorvaderen aanklaagt. 'We're gonna give it back', bezwoer hij zijn landgenoten in 1987. Tweeëndertig jaar later is het er nog altijd niet van gekomen, maar 'Beds Are Burning' blijft een opwindende protestsong, met een refrein dat joyeus explodeert over die dansende baslijn van rots in de branding Bones Hillman. Even euforisch knalt afsluiter 'Forgotten Years', een  nummer dat ooit over Australiës oorlogsveteranen ging, maar dat hier voelt als een anthem voor deze tijden. En zo blijft Midnight Oil ook diep in de nadagen van zijn lange carrière nog steeds een band die actueel aanvoelt. Alsof er niets is veranderd. Doe ons nog maar eens een zaalconcert, heren.

Ook alweer dertig jaar bezig – dat zagen ze in 1989 ongetwijfeld zelf niet komen – De Heideroosjes (★★★☆☆), dat meteen ook maar dat afscheid van enkele jaren geleden herzag om een jubileumtour te beginnen. Het haar staat Marco Roelofs geen mohawk meer toe, maar de energie van de hoogdagen is wel opnieuw terug. 'Scapegoat Revolution' is een bommetje van een opener, 'Time Is Ticking Away' een eerste klein hoogtepuntje; geweldige stommelpunk die smeekt om meebrullen, en een tent in Zottegem twijfelt geen seconde. Grappiger wordt dat bij 'Damclub Hooligan' – 'over mensen die nog dommer zijn dan neonazi's' – nadien. Een tent die jolig meezingt 'Ik ben een hooligan'? Wel héél erg Bill Hicks.

Klinkt het allemaal hetzelfde? Vaak wel. De Heideroosjes blijven de Duracellkonijntjes van de Nederlandse punk, die het van een eeuwig 'boenketekkeboenk'-ritme moeten hebben en zo worden 'I'm Not Deaf, I'm Just Ignoring You', 'Break The Public Peace' – 'Toen ik dit schreef was ik twintig en zat ik tjokvol idealen, daarom wil ik dit opdragen aan alle papa's en mama's die voor vanavond een babysit hebben genomen' – en 'Ik wil niks' inwisselbaar. Dat in 'Sjonnie & Anita' de hoofdpersonages echt op een brommer het podium oversteken? Doorsnee-punk-ongein.

Toch zijn er momenten dat de groep in mooie meerstemmigheid belandt, en alles plots naar Bad Religion ruikt. 'Homesick For A Place That Doesn't Exist' klinkt prachtig op die manier, net als 'Zie je later'. 'Dit nummer heeft een bassolo. Er zijn dingen die je niét mist als je band er mee ophoudt', grijnst de zanger even later wanneer de in een kek geel kostuum uitgedoste bassist Fred Houben 'Iedereen is gek (behalve jij)' inzet. Hij weeft er meteen een flard 'Madammen met een bontjas' van Urbanus in. Tja, je moet de komiek toch ééns bedanken voor die geweldige groepsnaam. Waarna de tent een laatste keer ontploft op 'United Scum', door Roelofs aangekondigd met 'De populisten winnen de verkiezingen, maar wij winnen het leven'. Goeie slogan. En iets zegt ons dat Roelofs en Garrett het nog met elkaar zouden kunnen vinden. Komt die botsing nog? Ja hoor.

Want kijk, we wilden echt wel. We kunnen zo'n goeie knarsende riff van de opnieuw alleraardigst gefacepainte Wes Borland al eens appreciëren, maar wat Limp Bizkit (☆☆☆☆☆) op Rock Zottegem neerzette was niet eens de naam optreden waardig.  'Where's my gents at! All the ladies in the back!', met zo'n ongein van Fred Durst begint het, en het duurt ongeveer vijf van dat soort minuten, voor de band een eerste herkenbaar eigen nummer speelt. We hebben dan al een flard 'Jump Around' van House Of Pain gehad, en een stuk van Ministry's 'Thieves', maar nu pas is er plots, uit het niets, het refrein van 'My  Generation'. Wat is dit, Karaoke Night?

Ja.

Zullen nog passeren: de riff van 'Seven Nation Army', een half 'Smells Like Teen Spirit', en natuurlijk 'Faith' van George Michael; want dat hebben ze ooit echt gecoverd, en krijgt ten minste een eigen draai. Om één of andere reden vindt Durst het nodig om zelfs af en toe een flard tekst van Midnight Oil te mompelen. En dan wordt het even echt karaoke. Voor 'Behind Blue Eyes' – het nummer waarmee Limp Bizkit volgens kenners nu metal definitief ten grave droeg – verdwijnt de band, en zingt de frontman doodleuk over een bandje. Als hij u het  vuile werk al niet laat doen. U vond dat duidelijk niet erg, wij zouden ons geld terugvragen.

Tussendoor? Stukken en brokken. Een half "Gold Cobra" hier, een stuk "My Way" ginder. En elke keer valt alles tussen twee nummers in weer plat. Nog wat ongein van de immer kortgebroekte malloot Durst – dat vissershoedje is geen verbetering, Fred –, Borland die wat op zijn gitaar zit te prutsen, maar een optreden met flow of snedigheid? Dat krijgen we niet. 'Wie ziet ons voor het eerst? Oeh, maagdjes! Tof!'; dat soort bindteksten, dat wel. 

Net als we noteren 'hebben ze nu al één song volledig gespeeld?' komt er dan toch ietwat vaart. 'Nookie' knarst en kraakt als het altijd al deed, 'Break Stuff' doet precies wat zijn naam belooft. Het is too little, too late: het einde is al lang in zicht, en dit waren de langste zestig minuten uit ons bestaan. Fijn dat dat 'Take A Look Around' met zijn van 'Mission: Impossible' geleende riedeltje nog een waardige afsluiter is, maar het concert was een aanfluiting. Waarom deze band ooit volledige Sportpaleizen mocht platspelen? Géén idee.

Sorry Nicolas Boileau.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?