© BELGA

Dour is afzien

, door (fj)

775

Vier betaalde vakantiedagen terwijl ik zonder verplichtingen op een festivalweide vertoefde; klinkt ontspannend. Maar hier zit ik dan, anderhalve dag na afloop, aan mijn bureau op de redactie: gestrester dan ooit, schouders zo vast als de federale regeringsvorming en wallen waar Sam Louwyck jaloers op zou zijn. Dour was afzien. Maar toen ik na vijf dagen door de poort naar buiten wandelde, worstelend met zware zakken die m’n schouders en handpalmen haast in tweeën sneden, voelde ik me toch voldaan. Alsof ik net de Marathon Des Sables had uitgelopen.

Die vergelijking houdt verrassend goed steek: ook ik had namelijk een kilo zand in mijn longen. Sinds Dour vorig jaar verhuisde naar een nieuw terrein, ontstaat er bij elke kleine volksverhuizing een enorme stofwolk, die zich na verloop van tijd langzaam terugtrekt in de reeds zwartgeblakerde longen van de onschuldige festivalganger. Reken daar het, al dan niet passief, kettingroken bij, en Dour wordt vooral een feest voor pneumologen. Huidspecialisten hadden dit jaar minder geluk: de zon verstopte zich geregeld achter grijze wolken. Gelukkig maar, want op Dours nieuwe locatie is schaduw zeldzamer dan goede U2-songs.

De stappenteller van mijn gsm geeft aan erg trots op me te zijn. Met een gemiddelde van 25.000 stappen (inclusief schrikwekkende danspasjes) per dag leek Dour haast gezond. Maar dat is buiten de ongezonde eet- en drankgewoonten gerekend die m’n vrienden en ik ons ondertussen eigen gemaakt hebben. Ondanks mijn uitgesproken aversie jegens Zwanworsten, blijven die smeerlappen van kameraden blikken vol afvalvlees meenemen. Verder op het menu: waterachtige Aïki, Italiaanse schotels van de Colruyt en ontbijtkoeken die de mond droger achterlaten dan eender welke kater. Ik had mezelf voorgenomen om op de festivalweide op zoek te gaan naar waardig voedsel, maar heel wat particuliere eetkraampjes bleken plots verdwenen. Dus moest ik het stellen met een gigantische croque-monsieur, matige veggie pad thai en goedkope maar vettige pain boudins.

Tijdens de lente had ik het te druk om te werken aan een summer body, en ook de overmatige gerstconsumptie tijdens Dour deed mijn lichamelijke charme geen deugd. Dat besef werd des te groter tijdens mijn dagelijkse douchebezoekjes op de camping – een gewoonte die ik pas vorig jaar gekweekt heb. In de gemeenschappelijke omkleedruimte bulkte het van de six packs, gebruinde bovenlichamen en verzorgde kapsels. Een stel binken dat high op testosteron onderling een onuitgesproken stijl- en machtsstrijd hield. Drugstasje over de schouder, nonchalante witte T-shirt, hip vissershoedje. Door hun dure boxen galmden beats vetter dan de gel in hun haar. Wellicht waren het zulke mooiboys die ’s nachts een tent deelden met de fabelachtige meisjes waarop ik overdag na één enkel oogcontact verliefd werd. Dour is discrete hartzeer.

En nee, het is ook niet de line-up die me elk jaar weer over de gewestgrens trekt. Steeds meer begint het festival te draaien rond matige hiphopoptredens (denk aan het afgrijselijke Rae Sremmurd of de zwaar tegenvallende JPEGMAFIA) en de Red Bull Elektropedia. Oké, het openluchtpodium oogde zoals gewoonlijk weer indrukwekkend, maar z’n beats overspoelden meer dan ooit de hele festivalweide. Behoorlijk stresserend. Tip voor zij die volgend jaar twijfelen tussen twee gelijktijdige optredens: zoek het midden van het terrein op; daar kan je van beide – en meer! – artiesten tegelijk genieten.

En toch: tijdens dit schrijven heb ik alweer heimwee gekregen naar het stof in mijn longen, de verliefdheden van een minuut en het lauwe bier op de camping. Weet iemand vanaf wanneer de early bird-tickets voor Dour 2020 beschikbaar zijn?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?