© Damon De Backer

Charlotte, Róisín en Christine strijden om de kroon van Lokeren

, door (elmo lê van)

24

Stefanie Callebaut van SX (**) is een ceremoniemeester uit de duizend. Je had de Kortrijkzaanse moeten zien stáán, daar op de Grote Kaai in Lokeren. Met de armen wijd, jukbeenderen van Waregem tot in Tienen, in een ensemble dat zelfs een blinde Balthazar Boma zou verafschuwen. Ze wás er wel, dansend op de slappe koord tussen arrogant en charmant.

Ze liep over van charisma, maar het ontbrak SX aan goede songs – problematisch als je de kost verdient als muzikant. Wat Stefanie Callebaut, Benjamin Harris en Jeroen Termote op de Lokerse Feesten brachten was te veel van ‘t zelfde, en dus te veel van ‘t goede. Ze weten nochtans hoe een wereldsong hoort te klinken: voor ‘Black Video’ zou Beach House drie kamelen en een dure vintage synthesizer veil hebben. ‘Designed / Desire’ daarentegen had weinig om het lijf.

Alles tussen de eerste noot en de laatste klonk aardig, maar inwisselbaar. Er ging weinig dreiging uit van SX – popmuziek is op zijn best met een flinke bos haar op de tanden, en dat was er niet. Stefanie Callebaut probéérde de aanwezige massa wel te vervoeren, maar wanneer het publiek geen krimp geeft, koop je daar niets mee. Makke reacties zeggen meestal ook iets. Zonde.

Paardenworst

Het ís nu eenmaal geen makkelijke taak om een publiek na zes dagen te entertainen. Zeker niet als je Trixie Whitley (**) heet en je een speciaalzaak in intimiteit hebt. Het was op de Lokerse Feesten wennen om de Gentse artiest op zo’n groot podium te zien. Het uur dat ze in de stad aan de Durme speelde, zou het beeld jammer genoeg nooit wennen.

Trixie Whitley aardt simpelweg beter in een donker hol, in het gezelschap van een man of honderd, wanneer de sterren gunstig staan. ‘Heartbeat’, ‘Long Time Coming’ en ‘Touch’ klonken nochtans veelbelovend — ze schommelde tussen oud en nieuw werk — maar mooie liedjes blijven niet duren. Trixie Whitley had de omstandigheden tegen. Het was etenstijd: je zag mensen eerder naar een Lokerse delicatesse (paardenworst!) snakken dan naar ontroering.

Dat er aan het einde van ‘Always On The Run’ een vogelverschrikker van een noot uit haar keel opsteeg, hielp natuurlijk niet om de Grote Kaai te blijven boeien. Een valse nooit is óók een noot, maar vanaf dan zag je de verveling toenemen en was de massa toch vooral aftellen naar anders en beter. Daarvoor moest je in de Red Bull Music Room zijn.

Geen goesting

Charlotte Adigéry (****) bracht alles dat een stad de naam onwaardig kon gebruiken op deze doordeweekse avond: bezwering en buitenaardse beats. In een korte tijdspanne stuurden Adigéry en professioneel knoppendraaier Bolis Pupul de ene song als een epilepsieaanval na de andere de zaal in. Van ‘High Lights’ tot ‘Cursed and Cussed’: zwijgen en stuiptrekken waren de orders.

Adigéry was heerlijk recht voor de raap. ‘Als ge geen goesting hebt… Er zijn buiten nog andere dingen te zien. En anders: let’s go ofni?!‘ Als de Gentse spreekt, luistert men. Er was sféér, het was féést. Of zoals een vriend ons achteraf sms’te: ‘Paténipat’ had evengoed ‘Alles Kapat(énipat) kunnen heten.’ Oh ja, weet er trouwens iemand hoe je ‘briljant’ in het Creools zegt? Het antwoord zou zomaar Adigéry kunnen zijn.

Charlotte kwam in de buurt, maar de hoofdprijs in de categorie ‘vreemde vlerk’ ging – na een fotofinish, weliswaar – naar Róisín Murphy (***). Geen idee hoeveel kostuumwissels ze uiteindelijk heeft doorgevoerd (en waar ze die gordijnen heeft gehaald), maar het waren er véél. Het zag er amusant uit, en zo klonk het ook. Murphy kronkelde, danste, trekkebeende en bracht tussendoor discopop die behoorlijk aardde in Lokeren.

Het was trekken en sleuren voor de Ierse zangeres. Bleef het publiek er lang stoïcijns onder, dan veranderde dat toen het luik Moloko was aangebroken. Het was een fijn weerzien met ‘Sing It Back’ en ‘Forever More’: nummers die geklasseerd staan onder de w van wereldsongs. ‘I’m overpowered’, zong Róisín Murphy niet veel later, en dat was voor de halve Grote Kaai van toepassing.

Mykonos

Aan het eind van de avond was Christine & The Queens (****) aan zet. Soms noemt ze zichzelf Chris, in de lagere school heette ze nog Héloïse, maar in Lokeren was het gewoon Christine. Dat de Française aan de Durme zou aanmeren was een mooi vooruitzicht. Het was alleen de vraag hoé. Ze heeft er namelijk niets beter op gevonden om haar Franse songs te vertalen naar het Engels – om een breder publiek aan te boren, ziet u.

Máár: ook u weet wat het geeft als de (gemiddelde) Fransman zich aan een vreemde taal waagt. Christine & The Queens speelde eerder deze zomer zo’n Engelse show in Nederland – onze trommelvliezen veinsden immédiatement een ontsteking, en je kon ze moeilijk ongelijk geven. Nu, we begrijpen het wel, hoor. Christine heeft een tijd in Londen gewoond. Maar dan nog. Het is niet omdat je ooit op vakantie bent geweest naar Mykonos dat het gepermitteerd is om overal met borden te beginnen gooien.

Hulde aan de organisatie van de Lokerse Feesten. Ze hebben Christine expliciet gevraagd om in haar moedertaal op te treden, en dat gaf – om het met Clouseau te zeggen – vonken en vuur. ‘Comme si on s’aimait’, ‘Damn, dis-moi’, ‘La marcheuse’: de titels alleen al waren van goud. Ken je dat, dat alles in zijn plooi valt? Dat was exact wat gisteren in het Waasland gebeurde. Die zang, présence, choreografie, lichtshow… Christine & The Queens gaf wat een headliner hoort te geven: spektakel.

Ja, de Engelse bindteksten waren ingestudeerd en dus goedkoop, maar daartegenover stond de oprechtheid en bravoure van songs als ‘Saint Claude’, ‘Intranquillité’ en ‘Christine’. Ze is op haar best wanneer ze de intimiteit opzoekt, en ze was gul met die momenten. Het overkomt ons zelden dat de haren overeind spring bij een herinnering aan een concert. Maar het beeld van Christine & The Queens die ‘Saint Claude’ in het Frans brengt in Lokeren: dat is voor de eeuwigheid.

Volgende week speelt Christine in Brussel. Ga. Dat. Zien.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?