© Damon De Backer

Chemisch tot geniaal: zò goed waren de beste concerten op de Lokerse Feesten

, door (gunter van assche) en (wim wilri) en (elmo lê van)

74

The Chemical Brothers: waanzin op de kaai

Normaal gesproken verlaten ze Planet Dust eerder voor Pukkelpop of Rock Werchter, maar de Lokerse Feesten bleken al net zo geschikt voor een trip met The Chemical Brothers. Een spektakelstuk met arthouse-visuals en een adembenemende lichtshow kreeg u voor de kiezen en netvliezen. Daarmee gaven Ed Simons en Tom Rowlands aan dat hun snoeverige mission statement “the brothers gonna work it out” na een kwart eeuw niets aan spankracht heeft ingeboet.

What you hear is not a test”, klonk het bezwerend in ‘Go’. Nou, dat bleek alvast geen overdrijving. Meteen volgde u het voorbeeld van de dansende ­androïde verschijningen op het projectiescherm achter de twee Britten. Zelfs de minder bekende tracks van hun laatste, wat stiefmoederlijk genegeerde langspeler No Geography veranderde de Grote Kaai spoorslags in een slagveld vol spartelende ledematen. De confettiregen in ‘Got to Keep it on’ zorgde bovendien voor euforische standjes en lichtjes beschonken bromances.

'Wie vrijdag had getwijfeld tussen de Dodentocht of het betere voetenwerk bij The Chemical Brothers, kwam sowieso geradbraakt en vol blaren terug thuis.'

Dat de Brothers halsstarrig weigeren om een relikwie van de vorige eeuw te worden, door niet alléén te teren op hun classics, was een gedurfde zet. Maar met hun aanstekelijke mix van big beat, krautrock, techno, house en funk - en zelfs een streepje New Order - konden ze u moeiteloos inpakken, mét strik. De flirt met acid techno in ‘Mad as Hell’ en disco in ‘Eve of Destruction’ bleken de spannende opmaat voor het epileptische ‘Block Rockin Beats’ of het onwaarschijnlijk opwindende ‘Galvanize’: wàànzin op de Kaai. Even vertilden Simons en Rowlands zich aan hun eigen enthousiasme bij het live mixen van ‘Hey Boy, Hey Girl’, waarbij iets helemaal fout ging. Maar hey jongens, hey meisjes: als je zo scherp als zij door de bochten gaat, vlieg je er ook weleens uit, natuurlijk.

Wie vrijdag had getwijfeld tussen de Dodentocht of het betere voetenwerk op het parkeerterrein in Lokeren, kwam in beide gevallen sowieso geradbraakt en vol blaren terug thuis. The Chemical Brothers waren géén blast from the past, wél een far-out knock-out. Achteraf hoorden we de verblufte organisatie en elfendertig bezoekers dan ook spreken over een “absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van het festival.” Geen block rockin beat van overdreven.

Christine and the Queens: alles in de plooi

Soms noemt ze zichzelf Chris, in de lagere school heette ze nog Héloïse, maar in Lokeren was het gewoon Christine van Christine & The Queens. Dat de Française aan de Durme zou aanmeren was een mooi vooruitzicht. Het was alleen de vraag hoé. Ze heeft er namelijk niets beter op gevonden dan haar Franse songs te vertalen naar het Engels – om een breder publiek aan te boren, ziet u.

Máár: ook u weet wat het geeft als de (gemiddelde) Fransman zich aan een vreemde taal waagt. Christine & The Queens speelde eerder deze zomer zo’n Engelse show in Nederland – onze trommelvliezen veinsden immédiatement een ontsteking, en je kon ze moeilijk ongelijk geven. Nu, we begrijpen het wel, hoor. Christine heeft een tijd in Londen gewoond. Maar dan nog. Het is niet omdat je ooit op vakantie bent geweest naar Mykonos dat het gepermitteerd is om overal met borden te beginnen gooien.

Hulde aan de organisatie van de Lokerse Feesten. Ze hebben Christine expliciet gevraagd om in haar moedertaal op te treden, en dat gaf – om het met Clouseau te zeggen – vonken en vuur. ‘Comme si on s’aimait’, ‘Damn, dis-moi’, ‘La marcheuse’: de titels alleen al waren van goud. Ken je dat, dat alles in zijn plooi valt? Dat was exact wat gisteren in het Waasland gebeurde. Die zang, présence, choreografie, lichtshow… Christine & The Queens gaf wat een headliner hoort te geven: spektakel.

'Onze trommelvliezen veinsden immédiatement een ontsteking bij Christine and the Queens.'

Ja, de Engelse bindteksten waren ingestudeerd en dus goedkoop, maar daartegenover stond de oprechtheid en bravoure van songs als ‘Saint Claude’, ‘Intranquillité’ en ‘Christine’. Ze is op haar best wanneer ze de intimiteit opzoekt, en ze was gul met die momenten. Het overkomt ons zelden dat de haren overeind springen bij een herinnering aan een concert. Maar het beeld van Christine & The Queens die ‘Saint Claude’ in het Frans brengt in Lokeren: dat is voor de eeuwigheid.

Volgende week speelt Christine in Brussel. Ga. Dat. Zien.

Charlotte Adigéry: zwijgen en stuiptrekken

Charlotte Adigéry bracht alles dat een stad de naam onwaardig kon gebruiken op deze doordeweekse avond: bezwering en buitenaardse beats. In een korte tijdspanne stuurden Adigéry en professioneel knoppendraaier Bolis Pupul de ene song als een epilepsieaanval na de andere de zaal in. Van ‘High Lights’ tot ‘Cursed and Cussed’: zwijgen en stuiptrekken waren de orders.

Adigéry was heerlijk recht voor de raap. “Als ge geen goesting hebt… Er zijn buiten nog andere dingen te zien. En anders: let’s go ofni?!” Als de Gentse spreekt, luistert men. Er was sféér, het was féést. Of zoals een vriend ons achteraf sms’te: ‘Paténipat’ had evengoed ‘Alles Kapat(énipat) kunnen heten.’ Oh ja, weet er trouwens iemand hoe je ‘briljant’ in het Creools zegt? Het antwoord zou zomaar Adigéry kunnen zijn.

Heideroosjes: regen trotseren én overwinnen

Dinsdag punkdag op de Lokerse Feesten. Het is haast evenveel traditie aan het worden als een paardenworst aan de Grote Kaai. Met een speciale vermelding voor De Heideroosjes, die de regen trotseerden én overwonnen.

“Samen doen wij iets wat Trump niet kan. Samen maken wij één feest!” De Heideroosjes brachten niet alleen een boodschap en bakken energie naar de Lokerse Feesten, maar ook bakken regen. Brulboei Marco Roelofs kwam opgestormd om ‘Ik Wil Niks!’ in te zetten toen de eerste regendruppels naar beneden vielen. Per song nam de regenvlaag in gradatie toe. Dat deerde band noch publiek. Bij ‘Damclub Hooligan’ kon je je hemdje al uitwringen. Toch bleef de massa op de Grote Kaai meezingen en springen. “Fuck the rain!”, krijste de kale frontman. Om bij het aanschouwen van een gigantische circle pit nog meer liefs te roepen: “Ik zou liegen als ik zeg dat ik dit niet gemist heb.” 

'“Jullie moshen even hard als toen we hier negentien jaar geleden een eerste keer stonden”,' Marco Roelofs

De Heideroosjes splitten zeven jaar geleden en houden dit jaar een reünie-tour, om hun 30-jarig bestaan onder de aandacht te brengen. Terecht: Roelofs en zijn bende hebben het hart op de juiste plaats en de attitude van die eerste plaat in ‘92 zit nog in hun lijf. ‘I’m Not Deaf (I’m Just Ignoring You)’ werd onthaald als een hymne. “Jullie moshen even hard als toen we hier negentien jaar geleden een eerste keer stonden”, lachte de zanger de tanden bloot. ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ rolde voorbij. Er volgde een heuse wall of death. En het stopte zelfs met regenen. Roelofs prees de vele vrijwilligers die de Lokerse Feesten mogelijk maken, waarop gitarist Franky zich waagde aan een duik in de massa van op het podium. Grijnzende gezichten alom, de doorweekte massa overwonnen. Eind dit jaar nemen De Heideroosjes afscheid in Het Depot in Leuven. Als dat concert maar half zo leuk is als dit, is het al de moeite waard.

Patti Smith: natte vinger in het stopcontact

“Patti! Patti!” Het was van meet af aan duidelijk dat u maandag voor the Godmother of Punk was afgezakt naar de Grote Kaai. In Lokeren was de opkomst en het enthousiasme eerder bescheiden voor Father John Misty en Charlotte Gainsbourg, maar de peetmoeder-publiekstrekker tussenin kon op de wolligste wolkjes euforie en massale liefde rekenen. Patti Smith ontpopte zich tot de onbetwiste heldin van de avond.

Ze is vandaag 72, maar na veertig jaar op de planken is de activiste, punkpriesteres en poëtische ziel nog lang niet weggedeemsterd of opgebrand. Met een natte vinger in het stopcontact trok ze door de popgeschiedenis, waarmee haar concert het op een heerlijk knetteren zette. Nochtans werd in de setlist zélf te vaak op veilig gespeeld: het concert kende alleszins nauwelijks verrassingen voor wie er vorig jaar bij was, toen ze een hattrick neerzette in de AB. Ook nu besloegen covers een goed deel van de show, gaande van Jimi Hendrix (‘Are You Experienced?’) over Midnight Oil (‘Beds are Burning’) tot The Rolling Stones (‘I’m Free’), Lou Reed (‘Walk on the Wild Side’) en Neil Youngs ‘After the Gold Rush’. ‘Gloria’ van Them telden we voor de goede orde niet mee, aangezien Smith de lyrics van die classic helemaal vertimmerde.

'“May you never live under tiranny,” gaf Patti Smith aan het eind van haar concert mee. Onder haar dictatuur moet het nog wel meevallen, dachten we op weg naar huis.'

Wat vooral opviel, was dat Smith uitstekend bij stem was, veel meer helder en loepzuiver dan bij haar vorige passages in ons land. De krasse zeventiger barstte bovendien van de energie. Ze verkende stampvoetend het podium terwijl ze ‘Pissing in a River’ bracht: een cameraman die haar te dicht op de hielen zat, kreeg het overigens meteen aan de stok met haar. Zelfs tijdens een berustende versie van ‘Are You Experienced?’ fluimde ze nog als een misnoegde punker, en in het sjamanistische ‘Ghost Dance’ nam ze het met ingehouden pijn en woede op voor de Hopi-indianen. Toen ze aan het eind “Shake out the ghosts” bezweerde, schudde iedereen op het plein gedwee méé de polsen los. Iets anders hadden we zelfs niet eens gedùrfd.

Die spirituele uitdrijving bleek de voorbode van een concert dat vier seizoenen in één dag leek te bevatten. Nu eens strooide Smith kwistig met liefde, dan weer veegde ze haar tranen discreet weg nadat ze ‘Beneath the Southern Cross’ had opgedragen aan twee overleden vrienden. Waarna ze even snel weer in een vrolijke luim schoot om de verjaardag van gitarist Jackson Smith - haar zoon - publiekelijk te maken. Op het podium was je trouwens getuige van een bijzonder familiair onderonsje: bassist Tony Shanahan is vandaag Patti Smiths levensgezel, en ‘Because the Night’ zong ze voor Fred ‘Sonic’ Smith’, “de mooiste man ter wereld en de vader van Jackson”.

May you never live under tiranny,” gaf ze aan het eind nog mee. Onder haar dictatuur moet het nog wel meevallen, dachten we op weg naar huis.

Zwangere Guy: pens en paard

“Maak lawaai voor mijn pens! En voor de paardensaucissen!” Zwangere Guy is niet alleen de Baron van Brussel, maar sinds vorige week ook de Graaf van het Waasland. Wie deze zomer de wijk neemt naar éénder welk festival, loopt grote kans om Gorik van Oudheusden op een podium te zien. Zoek maar eens op ‘Zwangere Guy in beast mode’ en ontdek waarom u dat ook zéker moet doen.

Zeal and Ardor: zwarte kappen en gierende gitaren

Zeal & Ardor kwam Monster Magnet vervangen, dat enkele weken geleden verstek gaf. Het bleek een briljante wissel, eentje waar menig bondscoach jaloers op mag zijn. Veel rockfans stonden bij aanvang ietwat afstandelijk naar de avant-garde metal van deze Zwitsers  te kijken, maar dat veranderde vlug. Zeal & Ardor combineert gospel en soul met zware gitaren en bonkende drums. Frontman Manuel Gagneux (geboren uit een Afro-Amerikaanse moeder en Zwitserse vader) weet heel duidelijk wat hij wil vertellen. En dat is iets volledig nieuw. Zeal & Ardor klonk in Lokeren als een slavenschip dat in opstand kwam. Met drie zangers, zwarte kappen op en gierende gitaren. 

Gagneux durfde donkere teksten boven te halen en te brullen. ‘Servants’ klonk meteen veelbelovend. ‘Row Row’ drong door tot in je ziel en ‘Blood in the River’ had het over donkere heersers die beter zijn dan goede goden. Goeie god, wat speelde deze band strak en met passie! En vooral: wàt een songs. Nummer na nummer gingen er alsmaar meer handen de lucht in, als blijk van appreciatie. “We zijn Zeal & Ardor en we praten niet veel”, zei Gagneux halverwege de set. “We hopen dat dat oké is”. 

Deze Zwitserse band liet de muziek graag spreken, en die klonk overheerlijk. ‘Waste’ bouwde laag na laag op, ‘Don’t You Dare’ stond met beide voeten in het moeras, ‘Gravedigger’s Chant’ reikte met zijn tribale drums tot aan je ruggenwervel. Dit lied had zo op de soundtrack van de nieuwe Tarantino-film gemogen. Met ‘Devil is Fine’ werd de finale ingezet. Gagneux toverde een hemelse grijns tevoorschijn nadat het publiek hem op een groot applaus trakteerde. Om dan nog een laatste keer uit te halen met ‘Baphomet’. De band tourt met hun tweede plaat Stranger Fruit en eindigde met iedereen rond de drumriser. Dit concert deed vurig verlangen naar meer. We zijn er van overtuigd dat Zeal & Ardor een mooie toekomst te wachten staat.

Merol: aan de lippen blijven hangen

Swaffelen, beffen en kinderpret? We zouden de woorden nooit nonchalant in éénzelfde zin durven uitspreken zonder automatische reflux. Maar het was wel zo’n beetje de synopsis van de drukste avond op de Lokerse Feesten. Met de tienersensaties Niels Destadsbader, Gers Pardoel en Famke Louise, een onbedoeld obsceen paraderende Marco Borsato. Maar vooral de passage van cunnilingus-queen Merol bleef ons aan de ribben en alles daaronder plakken.

Merol speelde haar “eerste echte internationale show” in Lokeren, en groeide uit tot de onbetwiste revelatie en sensatie van de avond. Tieners verdrukten zich voor het podium, terwijl zij en Milan - die synths speelde en elektronische drum - een hilarisch ’Hou je bek en bef me’ inzette. Een song die voor heel wat commotie zorgde, maar op de keper beschouwd minder scabreus klonk dan pakweg ‘Skwon meiske’ van Destadsbader, eerder die avond. Merol bleek nog méér goud uit haar mouw te kunnen schudden. Haar ontwapenende verschijning, geinige bindteksten en tomeloze enthousiasme garandeerden dat je een hele show aan haar lippen bleef hangen, tot aan het bizarre familieportret ‘Kerst met de fam’ toe.

Father John Misty: iedereen BoJack!

Josh Tillman is cum laude afgestudeerd in zelfkastijding en sarcasme. “No riots on my watch,” mompelde hij dan ook  als Father John Misty terwijl hij zijn bedeesde publiek vanaf het podium monsterde. Zelf zag hij er evenmin uit alsof hij relletjes zou schoppen. In een yoga-outfit met man-bun oogde hij eerder als een louche goeroe voor naïeve huismoedertjes. Tillman noemde zich in Lokeren evenwel “a lightning-in-a-bottle frontman” en “één brok charisma”, maar die zelfbeschouwing - ergens tussen zelfspot en zelfgenoegzaamheid - viel aanvankelijk op koude grond.

De artiest die zich zo stierlijk verveelde als drummer bij Fleet Foxes dat hij zijn toevlucht tot een solovlucht nam, kwam in Lokeren niet met de sierlijkste landing aan. Hobbelend trok de set op gang, tot Tillman na een kwartiertje oprecht schik leek te krijgen in zijn concert. ‘Chateau Lobby #4’ werd gortdroog aangekondigd als een song over satanisten die het gat in hun ziel proberen te dichten door een romance aan te gaan, en ‘Real Love Baby’ hadden we “waarschijnlijk al eens in de yogaklas gehoord”.

‘I’m Writing a Novel’ was één van de alleraardigste verrassingen van de avond, maar zo schudde Tillman er met gemak nog wel een paar uit zijn mouw: een streepje black metal waarmee het bloedmooie ‘Holy Shit’ plots ontspoorde? Geen probleem! Een set vol hoofse knikjes naar Eels of Wilco? Kwam voor de bakker! En in onze favoriet ‘Mr. Tillman’ werkte Misty zich monkelend op tot de BoJack Horseman van Lokeren.

Ook mooi: Tijdens de afsluiter ‘I Love You, Honeybear’ werd onze aandacht plots gekaapt door een jongen met blond krullig haar aan de nadarhekken, die theatraal elk woord van élke song bleek te kunnen meezingen. In ieder van ons schuilt immers een béétje BoJack.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?