© Tom Verbruggen

'Een dorpsfestival zonder dorp': Onze man raakte met plezier verdwaald op Deep In The Woods

, door (tvdc)

219

Nadat ik mijn auto heb geparkeerd, vraag ik de man in fluohesje of het – na al drie uur rijden – nog een eind wandelen is. 'Niet zo ver, hoor... Anderhalve kilometer ongeveer, de heuvel over.' 

Ik sta op het punt de pelgrimstocht langs de heuvels van het Massembre-domein aan te vatten wanneer een witte minibus me inhaalt. In ratelend Frans stelt één van de drie getatoeëerde knapen voor om me mee te nemen. Ik slinger me in de koffer en na vijf minuten live plattelandstelevisie trapt de bestuurder bruusk op de rem. In het midden van een veld. 'Monsieur, festival? C'est ici!'

Aan de andere kant van de weg rijst een bouwvallige boerderij op uit de glooiingen van wat alleen maar een koeienweide kan zijn. Een handvol tenten, enkele foodtrucks en een podium ter grootte van een klaslokaal: c'est tout?

Een horde peuters snijdt me de pas af en ik kan nog net een tak ontwijken. Ik volg hen met mijn blik, en dan dringt het tot me door. Het is nog vroeg, en het krioelt hier van de ravottende kinderen. Maxicosi's? Babypapjes? Aha, het is zó'n festival.

Je gevoeg doen naast de langharige Highland-koeien en gerstenat bestellen in de stal: op de één of andere manier klinkt het logisch. Een kwestie van geven en nemen. Bij het buitenkomen wuiven de vlaggen van de S.M.A.K.-expositie 'I Wish I Was My Own Country So I Could Be Home Anywhere' van Edouard Schneider je toe. Elke vlag heeft drie kleuren, die staan voor drie gevoelens die ondervraagde vluchtelingen belangrijk vinden in het leven. Maatschappelijk verantwoord dus, zelfs met de mestresten om de hoek.

Naarmate het festival ontwaakt, raakt het gat tussen de jongvolwassenen en hun kroost  gevuld. Een nageslacht hebben is dus toch geen voorwaarde om op Deep in the Woods te mogen vertoeven. Neo-jazzduo Glass Museum laat meteen hun oeuvre als een flitsende, bombastische sneltrein op ons los. Tot mijn verbazing verwart hun eclectische sound zo goed als niemand. En al zeker niet de headbangende snotter die zich –  inclusief fluorescerende koptelefoon – aan de luidsprekers heeft gekluisterd.

Even bombastisch en flikkerend is de vegan-burger waar we ons daarna aan wagen. Neergeploft op de helling met zo'n culinaire mastodont wordt duidelijk dat Deep in the Woods  eigenlijk niet zozeer om de muziek draait. De zuchten van voldoening en innerlijke rust enerzijds, en de door elkaar hollende bengels – met moeke en vake in de achtervolging – anderzijds weerklinken haast luider dan de trukendoos die Stadt bovenhaalt. 'Lang leve de Ardennen!' roept dirigent Fulco Ottervanger uit. Aan zijn glunderende gelaat te zien heeft ook hij de smaak te pakken.

Escapisme is een groot woord, maar er hangt op z'n minst een je m'en fous-sfeertje dat ook op Woodstock geweest moet zijn. Nee, een hippiefestival is het godzijdank niet. 'Freinetfestival' dekt de lading beter. Een dorpsfestival zonder dorp.

Tijdens de route naar de Etang Stage lijken we ons op een Grande Randonnée te wanen, maar dan met paars-groene spots en lichtgevende zwammen als kompas. Bij de vorige editie waren het nog tl-lampen. 

Niet dat ze zich hoeven te meten met grote zusterfestivals Best Kept Secret of End of the Road. Deep in the Woods ademt eigenzinnigheid en doet – zoals het groepje dammenbouwers onderweg naar de Etang Stage dat beaamt – lekker zijn eigen ding.

Ik krijg ontiegelijk veel spijt dat ik geen zwembroek bij me heb voor de sauna en de hot tub.  En als ik langs het boom- en waterparcours passeer, komt het ravottende kind in mij naar boven. Was Deep in the Woods een microbe, dan had ik 'm nu opgelopen. Bij het vallen van de avond trekken de kinderen naar de tipi's op de luxecamping, al dan niet met een ingehuurde babysit - ja, ook dáár hebben ze aan gedacht.

Het trio Broos, Gyselinck en Laheye leert onze heupen een nieuwe dans in een flipperkastimprovisatie van dub, bijeengehakte triphop en knetterende drum-'n-bass. Het draait vierkant, maar bolt toch zo lekker. 

Meer en meer verandert de eerst zo idyllische feestweide in een glibberige dansvloer. De Antwerpenaren van Borokov Borokov spelen hun laatste festivalshow alsof hun leven ervan afhangt. De vunzige moves van Boris Van den Eynden zouden hem stante pede een job als Swingpaleis-danseres opgeleverd hebben. En natuurlijk slaat dat over op het publiek. Met uiteindelijk nul muzikanten en alleen nog publiek op het podium danst jong en oud zich op de geile deuntjes de nacht in.

Eindigen doe ik zoals zovelen bij de secret rave van CineMobiel (die ook de Outdoor Cinema verzorgt). Licht geïntoxiceerd vang ik nog een door de betonmolen gehaalde remix van Moderats 'Bad Kingdom' op, maar dieper in mijn geheugen weet ik niet te graven. Eenmaal gewekt door het kleutergetjirp, -gemekker en -geblaat, schrok ik nog een croissant met kaas en confituur naar binnen, waarna de terugweg voorbij de Namense heuvels lonkt.

Deep in the Woods: spíjt dat ik er zelf als kind niet ben geweest,. Dat ik er als ouder naartoe zal gaan, staat al in één van de plaatselijke pijnbomen gekerfd.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?