The 15:17 to Paris

, door ()

3
vrij

Clint Eastwood is een fantastische acteur en een groot cineast die tijdens zijn ontzagwekkende carrière minstens drie onversneden meesterwerken heeft geregisseerd (‘Play Misty for Me’, ‘Breezy’ en ‘Unforgiven’). Dat wist u natuurlijk al, maar we vermelden het nog eens om duidelijk te maken dat we wel degelijk immens veel eerbied hebben voor de man die de hoofdrol speelde in één van onze lievelingsfilms aller tijden. Maar zelfs met de loop van een Magnum .44 tegen onze schedel, kunnen we niet om de waarheid heen, en de waarheid is dat Clint met ‘The 15:17 to Paris’ een pijnlijk dieptepunt heeft bereikt.

Draaide zijn vorige film ‘Sully’ (met Tom Hanks als Captain ‘Hero of the Hudson’ Sullenberger) rond een heroïsche noodlanding die slechts enkele minuten duurde, dan reconstrueert hij in ‘The 15:17 to Paris’ een heldendaad die in real time niet meer dan enkele secónden in beslag nam – de ontwapening van een IS-terrorist door drie Amerikaanse toeristen op Thalys 9364 Amsterdam-Parijs. Maar slaagde Clint er in ‘Sully’ nog in om uit die noodlanding (eigenlijk een fait divers in de luchtvaartgeschiedenis) een volwaardige langspeler te halen (zelfs al betekende dit dat hij de plons in de Hudson wel twaalf keer moest laten zien), dan valt zijn poging deze keer volledig in het water. Omdat hij ook wel weet dat je met een worsteling van slechts enkele luttele seconden geen film volmaakt, keert Clint in een uitgebreide reeks flashbacks terug naar de jeugd van die drie Amerikaanse toeristen. De offscreenstem die ons hierbij begeleidt, geeft je de indruk dat je in een soort klunzig, voor National Geographic in elkaar gestoken docudrama bent terechtgekomen: ‘Mijn naam is Anthony Sadler, en dit zijn mijn beste vrienden. Laat me hen voorstellen: Alek Skarlatos en Spencer Stone. Laat me nu tonen hoe het allemaal begon.’

En het begon op de lagere school, waar de drie vrienden zich niet konden concentreren, voortdurend op het matje werden geroepen en waar ze volgens de directeur duidelijk niet ‘in het systeem’ pasten. Dat ze er op school niks van bakten paste volgens deze in de voorzienigheid gelovende film evenwel perfect in Gods Grote Plan: ‘Ik heb met God gepraat,’ zo horen we de moeder van Spencer plechtig verklaren. ‘En God heeft me gezegd dat er iets opwindends gaat gebeuren. Ik kan haast niet wachten om te zien wat Hij voor jou in petto heeft.’ (intussen kennen we het antwoord: één heldendaad, en één lamlendige film). Met studieboeken konden de drie jongens dus niet overweg, maar wanneer ze op een middag op de slaapkamer van één van hen enkele hyperrealistisch uitziende speelgoedwapens staan te betasten is het alsof ze het Licht zien. Het wereldbeeld dat ‘The 15:17 to Paris’ in de eerste helft zit te propageren laat zich aldus samenvatten als volgt: God is groot, en wapens zijn cool. Fraai is dat, Clint.

In de tweede, nog slaapverwekkender helft zien we de nu volwassen mannen samen door Europa trekken, waarbij ze aan de lopende band selfies nemen, ijscrème eten en mijmeren over de ongetwijfeld grootse lotsbestemming die hen wacht – tot ze eindelijk aan boord van de Thalys stappen en de hel mag losbarsten. Klap op de vuurpijl hierbij is dat die drie Amerikanen, zo blijkt uit de actiescène, lang niet de enige helden waren die dag: toen die terrorist met ontbloot bovenlijf en met een Kalashnikov in de hand uit het toilet kwam gestapt, werd hij in eerste instantie ontwapend door een kerel (een Fransoos? Een Ier? Een Groenlander? Clint vertelt het ons niet) die daar met een volle blaas op zijn beurt stond te wachten.

Enfin, denk nu niet dat we geen respect voelen voor het trio: ook wij zijn van oordeel dat die Amerikanen wel degelijk een heldendaad hebben verricht, want zonder die homerun waarmee Spencer die terrorist op het gangpad onderuit kegelde, zou het op die trein wellicht een bloedbad zijn geworden (wij zouden wellicht lafhartig achter onze opengeklapte laptop zijn weggedoken). Het punt is dat, gezien vanuit ons stoeltje in de Kinepolis, de feiten eenvoudigweg té weinig dramatische spankracht bezitten om er een volledige film aan op te hangen. Verder was het ook niet de meest verstandige beslissing om de drie hoofdrollen te laten vertolken door de drie helden zélf: met professionele acteurs zou het geheel misschien net iets minder op een amateuristische reconstructie hebben geleken.

Blijft de vraag hoe het kan dat Clint, met al zijn ervaring en intelligentie, niet in de smiezen had dat hij bezig was aan een stinker. In Hollywood hoor je weleens zeggen dat hij tegenwoordig veel te snel tevreden is en dat hij tijdens de opnamen vooral vooruit wil, zonder nog echt acht te slaan op de kwaliteit van het materiaal dat hij zonet heeft ingeblikt. Tja, misschien is Clint – hij die cinema eet, drinkt en ademt – er op 88-jarige leeftijd meer dan ooit van doordrongen dat zijn tijd aan het opraken is, en dat stoppen hetzelfde is als doodgaan. Vandaar die hoge productiviteit: op naar de volgende take, op naar de volgende scène, op naar de volgende film, in een wanhopige poging om de Knekelman zo ver mogelijk uit de buurt te houden. Zijn volgende film ‘The Mule’ zit er al aan te komen.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: