Isle of dogs

, door ()

128
isl1200

Mirakel in de Kinepolis! Met zijn nieuwe stopmotion-animatiefilm ‘Isle of Dogs’ heeft de briljante regisseur Wes Anderson iets gerealiseerd waar ‘Lady en de Vagebond’, ‘Beethoven’, de ‘101 Dalmatiërs’ en zelfs ‘Benji’ nooit in zijn geslaagd, namelijk: uw dienaar, een notoire hondenhater (en dit sinds wij als kind op het Kolonel Dusartplein in Hasselt werden besprongen door een herdershond die nog minder wilde lossen dan een stakende dokwerker), geweldig veel sympathie doen krijgen voor een stel keffers! Chief, Rex, Duke, Boss, King: nooit meer zullen we hun geblaf vergeten.

Hoewel: opdat u hen goed zou begrijpen, spreken de honden in het universum van Wes Anderson gewoon met de stemmen van Bill Murray, Edward Norton en andere acteurs die al sinds oudsher deel uitmaken van Andersons vaste troepen. Om de grote Bryan Cranston met zijn machtige stem poëtische zinnetjes te horen declameren als ‘Ja, ik ben een zwerfhond. Maar zijn we dat niet allemaal?’: verrukkelijk. Na de proloog, waarin de geschiedenis wordt verteld van een samoerai-jongen, komt de film ter zake: in een poging om een epidemie van snuitkoorts en hondengriep in te dijken, verbant de tot de kattenminnende Kobayashi-clan behorende burgemeester van Megasaki alle honden – zowel zwerfhonden als huisdieren – naar Afvaleiland, een storthoop waar de viervoeters veroordeeld zijn tot een, nu ja, hondenleven.

Terwijl u de merkwaardige lotgevallen van Chief en zijn vrienden volgt, zult u uw ogen uitkijken, want de ambachtelijk vervaardigde decors in ‘Isle of Dogs’ zijn zo mogelijk nog mooier en rijker dan die in Andersons live action-films (‘The Grand Budapest Hotel’, ‘Moonrise Kingdom’). En dan denken wij bijvoorbeeld aan die iglo gemaakt van lichtgevende sakéflessen, of aan die zee die (zo op het eerste gezicht) uit licht rimpelende paarse folie lijkt te bestaan. Grappig: wanneer de honden op het eiland het gevecht aangaan met de trawanten van burgemeester Kobayashi, zie je alleen maar een uit witte wattenbolletjes vervaardigde wolk waar net zoals in de stripverhalen hier en daar een arm, een been of een poot uitsteekt.

Nu moeten we wel eerlijk zeggen dat sommigen onder u de gebeurtenissen in ‘Isle of Dogs’ wellicht iets te bevreemdend zullen vinden. De wereld die Anderson hier oproept, met honden die zich beklagen over de nadelen van spasmodische neusademhaling, staat mijlenver af van de conventionelere en meer toegankelijke animatiefilms van Pixar en Disney. Maar wie zich graag laat onderdompelen in de excentrieke verbeelding van deze unieke cineast, wacht een heerlijke kijkervaring. Achteraf stonden onze ogen ook wel een beetje rood, en dit door de sluipende werking van de droeve melancholie die Anderson altijd maar weer in zijn verhalen legt. Ongelooflijk eigenlijk: zelfs wanneer hij een hilarische stopmotion-animatiefilm maakt over enkele honden die op een Japans eiland over hun lievelingseten staan te babbelen (King: ‘Kobe-biefstuk met zout en peper’), blijft er rond de cinema van Wes Anderson een prachtige waas van weemoedigheid hangen. Het is de aard van het beestje.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: