The House that Jack Built

, door ()

11

U weze gewaarschuwd: tijdens de vertoning van ‘The House That Jack Built’ in Cannes renden tientallen toeschouwers vol afschuw de zaal uit. Overigens tot ontgoocheling van Lars von Trier, die het jammer vond dat er niet méér mensen wegliepen. Die Lars! Nu is het inderdaad zo dat de film, waarin we aan de hand van vijf ‘incidenten’ (lees: moorden) een portret krijgen voorgeschoteld van de überintelligente seriemoordenaar Jack (Matt Dillon), nogal wat scènes bevat die naar het kotszakje doen klauwen. Zo knipt iemand een eendenpootje in twee en zien we hoe Jack tijdens een jachtpartijtje twee kinderen afschiet.

Tja, von Trier is altijd al een provocateur geweest. Hij schudt u graag dooreen, stelt u graag op de proef en schotelt u met een soort demonisch plezier taferelen voor die u doen gruwen. Denk aan Charlotte Gainsbourg die in ‘Antichrist’ haar eigen clitoris afknipt. Persoonlijk vinden wij dat het geen kwaad kan om af en toe uit je comfortzone te worden gerukt, en wat dat eendenpootje betreft: in Syrië gebeuren momenteel véél ergere dingen.

Wat van ‘The House’ een fascinerende film maakt, is dat Jack zijn daden zelf beschouwt als kunstwerken. Wacht even: zou het kunnen dat Lars von Trier zich hier op één of andere manier zit te rechtvaardigen? Probeert hij ons te vertellen dat het voor artiesten af en toe noodzakelijk is om over lijken te gaan? Benieuwd of Björk, die tijdens de opnamen van ‘Dancer in the Dark’ zwaar met de cineast in aanvaring kwam en hem onlangs zelfs van seksuele intimidatie beschuldigde, het daarmee eens is.

Over seksuele intimidatie gesproken: de scène waarin Jack er zich over beklaagt dat ‘het altijd de schuld is van de man’, laat zich bekijken als een werkelijk hilarisch commentaar op de uitwassen van het #MeToo-tijdperk. Dat Jack in die scène op het punt staat om iets afschuwelijks te doen met een vrouw, op wier borsten hij zonet met een rode markeerstift een kniplijn heeft uitgetekend, maakt dat ene zinnetje alleen nog maar ziekelijker. En grappiger.

Dillon is trouwens geweldig als de killer in wiens ogen we dezelfde flitsen van waanzin zien die soms ook fonkelen op de netvliezen van Crimi Clown Ronny Tersago. Nu en dan hakt de film er écht in, bijvoorbeeld wanneer Jack voor diezelfde vrouw het raam openzet en haar toestaat om luidkeels om hulp te gillen (een galante man, die Jack). Geen kat reageert op haar smeekbedes, waarop Jack: ‘Voor zover ik kan oordelen, is er in geen enkel appartement een licht aangegaan. En weet je waarom niet? Omdat in deze hel van een stad, in deze hel van een wereld, niemand bereid is om hulp te bieden.’ Whám, die zit.

Zoals wel vaker bij Lars is het ons niet helemaal duidelijk waarom hij deze film heeft gemaakt, maar wat wij wél weten, is wat wij er persoonlijk aan hebben gehad: we waren geschokt, we hebben gegierd, en de visuele magie van de laatste 15 minuten heeft ons betoverd. Wat zijn we blij dat Lars von Trier bestaat.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: