Roma

, door ()

53
a1

Een closeup van een stukje tegelvloer. Golfjes zeepwater rollen zich rustig uit over de vloer en vormen een ondiep plasje, waarin de weerkaatsing van de lucht zichtbaar wordt. Terwijl we schrobgeluiden horen, zien we in het zeepwaterplasje de weerspiegeling van een traag overzwevend passagiersvliegtuig. Waar zie je ze nog, dit soort prachtige, briljante, welhaast magische openingsbeelden? In ‘Roma’ dus, het langverwachte autobiografische dichtwerk van Alfonso Cuarón . De camera kantelt omhoog, en nu zien we waar de golfjes zeepwater vandaan komen: uit de emmer van een dienstmeid, die aan haar dagtaak begint met het afschrobben van de garagevloer.

In ‘Roma’ herinnert de regisseur van ‘Gravity’, ‘Children of Men’ en ‘Harry Potter and the Prisoner of Azkaban’ zich met onnoemelijk veel genegenheid het huis in Mexico City waarin hij opgroeide, met de grote houten boekenkasten en de gezellige kinderkamers en met de hond die in de garage altijd gigantische drollen achterliet. Hij herinnert zich zijn mama, die soms een beetje verdrietig leek, en zijn papa, een dokter die pas ‘s avonds laat thuiskwam en slechts met enige moeite zijn Ford Galaxy de smalle garage binnen wist te manoeuvreren. En hij herinnert zich bovenal Cleo. Cleo, de dienstmeid die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat in de nabijheid was, die de kinderen naar school bracht en weer afhaalde, die de hondendrollen opkuiste, het eten klaarmaakte en de vers gewassen kleren ophing aan de waslijn op het platte dak onder de Mexicaanse zon. Het is duidelijk dat de kinderen enorm gehecht zijn aan haar, maar het is even duidelijk dat ze eigenlijk maar weinig van haar afweten (de inwonende oma van de kleine Alfonso kent zelfs haar achternaam niet). Begrijpelijk: als kind zit je in je eigen wereldje en besef je nog niet dat de volwassenen rond je – je papa, je mama, de dienstmeid, de poetsvrouw, je leraar, je juf - hun eigen levens leidden, met hun eigen dromen en hun eigen besognes (sommige mensen beseffen dit op volwassen leeftijd nog stééds niet). Nu Cuarón stilaan de 60 nadert, een leeftijd waarop een mens al eens de balans opmaakt, is evenwel de tijd gekomen om eindelijk eens stil te staan bij de vrouw die hij als zijn tweede moeder beschouwt. Bij het leven in de coulissen dat Cleo leidde, bij de overlevingsstrijd die ze als arme indiaanse vrouw elke dag diende te leveren, bij de klappen die ze diende te incasseren, en bij het onoverbrugbare klassenverschil dat hen scheidde en dat haar veroordeelde tot een miezerig bestaan in het randgebied van de Mexicaanse maatschappij. Dat de cineast niet zichzelf in het epicentrum van de vertelling plaatst, maar de dienstmeid, maakt van ‘Roma’ een unieke kijkervaring: ‘t is een film die drijft op de weemoedige dromerigheid van een trip down memory lane, en tegelijk de urgentie uitstraalt van een vlammend sociaal pamflet.  

Maar let op: Cuaróns zoektocht naar de verloren tijd van zijn jeugd verloopt traag, héél traag. Toeschouwers die hun films graag snél hebben, wacht een lange, lange zit. Van een plot is nauwelijks sprake, er hangen geen spanningsbogen in de lucht, het tempo ligt laag, minuten lijken soms uren te duren en zelfs uw dienaar, die wat trage films betreft nochtans tegen een stootje kan, vroeg zich nu en dan af: ‘Wanneer gebéúrt er nou eindelijk eens wat?’. Het helpt ook niet dat Cuarón de sociale onrust die in die tijd in Mexico woedde maar met mondjesmaat tot in de cocon van het gezin laat doordringen, en dat hij nauwelijks historische context verschaft. Dat we ergens in de late jaren 60, begin de jaren 70 zitten, weten we ook alleen maar doordat Cleo samen met haar lief (een egocentrisch ventje met een obsessie voor Oosterse gevechtskunst) in de bioscoop zit te kijken naar een gedubde versie van ‘La Grande Vadrouille’, die zalige komedie met Louis de Funès en Bourvil. Maar in die ongehaaste aanpak schuilt ook net de grote kracht van ‘Roma’. De lange, ononderbroken shots, waarbij Cuarón zijn camera met een rustige vastheid over de omgeving laat pannen, geven u de tijd om alle details in de prachtig panorama’s met diepe ademteugen in u op te nemen (die menselijke kanonkogel gezien?). Het kalme tempo brengt u – als de slinger van een hypnotiseur - langzaam maar zeker in een melancholische trance, en de oogstrelende zwartwitfotografie geeft zelfs aan de meest banale handelingen – zoals het bijeenvegen van hondendrollen in de garage - iets magisch en iets tijdloos. En áls de gevoelsuitbarstingen komen, zoals wanneer de hoogzwangere Cleo samen met de oma in een winkel een wiegje staat uit te kiezen terwijl buiten een woedende mensenmassa door de straten golft, dan hakken die scènes er meedogenloos hard in (noot: Cuarón evoceert in die scènes het bloedbad op Corpus Christi, toen paramilitairen in Mexico City een slachting aanrichtten onder een groep demonstrerende studenten). Soms wordt de toon zelfs een tikkeltje surreëel, zoals wanneer de feestvierders op oudejaarsavond in feestkledij een bosbrand staan te blussen; een tafereel waar de grote Federico Fellini apetrots op zou zijn. En nu en dan staat Cuarón dan toch eens stil bij zichzelf, bijvoorbeeld wanneer de kleine Alfonso in de bioscoop ademloos zit te kijken naar de uit 1969 daterende sciencefictionfilm ‘Marooned’, waarin twee astronauten hulpeloos in de peilloze ruimte rondzweven. Alsof Cuarón wil zeggen: ‘Kijk, hier is de kiem van mijn eigen film ‘Gravity’ gelegd.’ Het is in de paradijselijke akkers van de kindertijd dat de zaadjes van onze latere verwezenlijkingen worden geplant.

‘Roma’ speelt vanaf woensdag 12 december in de bioscoop in Brussel, is vanaf vrijdag 14 december te zien op Netflix, en speelt vanaf 26 december in Gent, Antwerpen, Brugge en Leuven. Wij kunnen hier tenslotte alleen maar oproepen om ‘Roma’ in de cinema te gaan bekijken, en dit om de eenvoudige reden dat de beeldenpracht van deze film beter tot zijn recht komt op een bioscoopscherm dan op een flatscreen of een computerscherm. Met ‘Roma’ is het zoals met ‘Dunkirk’, ‘First Man’ of ‘Apocalypse Now’: wie die films op televisie bekijkt, ziet een verarmde versie. Wie daarentegen door het magische portaal van de bioscoop stapt en voor dat gigantische zilveren doek plaatsneemt, zal met steeds vochtiger wordende ogen getuige zijn van iets heel bijzonders, van iets flonkerends, van iets dat u nooit meer zal vergeten. Wat Alfonso Cuarón hier voor zijn dienstmeid – aan wie de film is opgedragen – heeft opgetrokken, is niets meer of niets minder dan een monumentale klassieker.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: