If Beale Street Could Talk

, door ()

9

Voor de nieuwe film van ‘Moonlight’-regisseur Barry Jenkins worden wereldwijd de lofbazuinen gestoken. En ook wij zijn heel even in de verleiding gekomen om deze verfilming van de roman van James Baldwin vier of vijf fonkelende sterren te schenken, net omdat iederéén er hem minstens vier geeft. Meezingen met het koor, ook al hoor je diep in je eigen hart een iets andere melodie weerklinken: het is een valkuil waarin iedere recensent minstens één keer per jaar dreigt te duikelen. Maar in dit geval kunnen we niet voorbij aan het feit dat ‘If Beale Street Could Talk’ ons wel wist te imponeren, maar niet helemaal wist te overrompelen.

De film vertelt het droeve verhaal van Tish en Fonny. De liefdesbubbel waarin het stel zich bevindt, wordt doorbroken wanneer Fonny door toedoen van een racistische flik achter de tralies vliegt. ‘Dit land houdt niet van negers,’ horen we iemand zeggen: een zinnetje waarin een eeuwenlange geschiedenis van onderdrukking zit samengebald. Formeel valt op deze film weinig af te dingen: de acteurs zijn magnifiek, de wondermooie muziek van Nicholas Britell komt nu en dan prachtig binnenzweven, en de fotografie is oogverblindend mooi. Wanneer Tish en Fonny over straat wandelen, vangt de cineast hun rode paraplu in het magische schijnsel van een straatlantaarn: een tableau dat je dronken van schoonheid maakt.

Hoe komt het dan dat ‘If Beale Street Could Talk’ minder lang blijft nazinderen dan ‘Moonlight’? Erg moeilijk om de vinger erop te leggen. ‘Zeg eens,’ zo horen we het duiveltje op onze rechterschouder nu roepen, ‘jij wordt wel betááld om die vinger erop te leggen, hè!’ Ja, maar de waarheid is dat we het zelf ook niet altijd goed weten. Het beste wat we kunnen bedenken, is dat Jenkins zijn film misschien wel té mooi heeft gemaakt. In zekere zin is ‘Beale Street’ de tegenhanger van ‘BlacKkKlansman’, een film die bijna uiteenspatte van verontwaardiging. Ook in ‘If Beale Street Could Talk’ borrelt veel woede om het onrecht dat de zwarte gemeenschap nu al eeuwenlang wordt aangedaan, maar Jenkins verdrinkt die kwaadheid in een ingetogen film die iets wegheeft van een droom. Jenkins is dan ook geen oproerling die films maakt met opgeheven vuist, zoals Spike Lee, maar een stille schilder die altijd zoekt naar het mooiste beeldkader. Dat is natuurlijk zijn goed recht, maar het gevolg is dat de droeve lotgevallen van Tish en Fonny een beetje worden weggedrukt door de mooie plaatjes.

‘Ja,’ zo zegt het duiveltje nu, ‘maar in ‘Moonlight’ hanteerde Jenkins toch diezelfde stijl?’ Klopt, maar de dromerige atmosfeer van ‘Moonlight’ paste wonderwel bij de meanderende structuur van de vertelling. In ‘Beale Street’ suist Jenkins over twee verschillende banen: de James Baldwin in hem wil een groot onrecht aanklagen, terwijl de Wong Kar-Wai in hem een oogverblindend mooie film à la ‘In the Mood for Love’ wil maken. En dat wringt een beetje. Maar ga vooral zelf kijken, want ‘If Beale Street Could Talk’ blijft wel degelijk één van de mooiste films van het moment.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: